Metadossier Woonbeleid

Uitkomsten

Exporteer als CSV

Alphen aan de Rijn (2019) (2019)

Wet- en regelgeving Woonbeleid

-

Beleid(sdoelen) Woonbeleid

-

Budget

-

Begroting/Jaarverslag

-

Uitgaven

-

Sturende rol college

-

Kaderstellende rol

-

Controlerende rol

-

Monitoring

-

Evaluatie/onderzoek

-

Informatievoorziening sturing

-

Informatievoorziening kaderstelling

-

Informatievoorziening controle

-

Organisatie uitvoering Woonbeleid

-

Uitvoering Woonbeleid

-

Prestatieafspraken

-

Samenwerking

-

Nieuwbouw

-

Bestaande bouw

-

Sociale huurwoningen

-

Sociale koopwoningen

-

Koopwoningen

-

Aansluiting vraag en aanbod

-

Doelgroepen

-

Kwantiteit woningvoorraad

-

Kwaliteit woningvoorraad

-

Woonruimteverdeling

-

Doorstroming

-

Prestaties Woonbeleid

-

Resultaat Woonbeleid

-

Effectiviteit Woonbeleid

-

Efficiëntie Woonbeleid

-

Amersfoort (2022) (2022)

Wet- en regelgeving Woonbeleid

  • Evalueer de compensatieregeling sociale huur en de voorwaarden in de bijbehorende rekentool. Overweeg om de regeling te vereenvoudigen zodanig dat te regeling ten goede komt aan de toekomstbestendigheid van de sociale huurwoningen.
  • Overweeg op basis van de actualisatie van het onderzoek naar de omvang van de kwetsbare doelgroep en op basis van landelijke ontwikkelingen rondom de financiële positie van woningcorporaties en andere maatschappelijke partners om de gemeentelijke inspanningen en/of budgetten voor de huisvesting van kwetsbare doelgroepen te vergroten. Zet via lobby in op een landelijke oplossing en op aanvullende budgetten vanuit de rijksoverheid om de gemeentelijke verantwoordelijkheid op dit beleidsterrein waar te kunnen maken. Blijf gebruik maken van landelijke ontwikkelingen en inzichten (handvatten Huisvestingswet/zelfbewoningsplicht, programmering tijdelijke locaties et cetera).

Beleid(sdoelen) Woonbeleid

  • Verbreed het woonbeleid naar de bestaande woningen en woongebieden: breng in samenwerking tussen college, raad, (markt)partijen, bewoners en andere betrokkenen in beeld welke specifieke ontwikkelingsrichting wenselijk is per gebied.
  • Formuleer gebiedsgerichte opgaven die niet alleen sturen op nieuwbouw maar ook op bijvoorbeeld verduurzaming, doorstroming en inclusief wonen. Zoek hiervoor aansluiting bij de Omgevingsvisie waarin alle gewenste ruimtelijke ontwikkelingen in samenhang een plek krijgen.
  • Betrek in de gebiedsgerichte opgaven recente prognoses, recente berekeningen van de kwetsbare doelgroepen van woonbeleid, inclusief kwetsbare ouderen, en recente realisatiecijfers.
  • Maak de opgave om kwetsbare doelgroepen te huisvesten een integraal onderdeel van het woonbeleid.
  • Op uitvoeringsniveau kan een ‘Deltaplan 2.0’ richting geven aan eisen voor de nieuwbouw en transformatie per gebied.
  • Sluit waar mogelijk lopende initiatieven uit van aanvullend (verzwarend) beleid om vertraging in de realisatie te voorkomen.
  • Stel een ondergrens in van een nader te bepalen aantal woningen voor projecten waarop de eisen van het Deltaplan van toepassing zijn. Er zijn gemeenten die een ondergrens van 20 of 50 woningen per project hanteren. Wees daarbij alert op mogelijke (negatieve) neveneffecten van een ondergrens (voorkom dat ontwikkelaars projecten ‘opknippen’ in meerdere kleine projecten).
  • Overweeg op basis van de actualisatie van het onderzoek naar de omvang van de kwetsbare doelgroep en op basis van landelijke ontwikkelingen rondom de financiële positie van woningcorporaties en andere maatschappelijke partners om de gemeentelijke inspanningen en/of budgetten voor de huisvesting van kwetsbare doelgroepen te vergroten. Zet via lobby in op een landelijke oplossing en op aanvullende budgetten vanuit de rijksoverheid om de gemeentelijke verantwoordelijkheid op dit beleidsterrein waar te kunnen maken. Blijf gebruik maken van landelijke ontwikkelingen en inzichten (handvatten Huisvestingswet/zelfbewoningsplicht, programmering tijdelijke locaties et cetera).

Budget

-

Begroting/Jaarverslag

-

Uitgaven

-

Sturende rol college

  • Sluit aan bij de uitgangspunten van de Omgevingswet om initiatieven integraal in plaats van sectoraal te toetsen. Laat het college in dat kader onderzoeken of de inzet van de ambtelijke projectgroep in de begeleiding van initiatieven efficiënter kan.

Kaderstellende rol

  • Stuur als raad op kaders en afspraken en op realisatie van doelen van het woonbeleid op stedelijk niveau (zoals vastgelegd in het coalitieakkoord, het Deltaplan en flankerend ruimtelijk beleid).
  • Mandateer het college om (gebiedsgericht) maatwerk op projectniveau te leveren.

Controlerende rol

  • Stuur als raad op kaders en afspraken en op realisatie van doelen van het woonbeleid op stedelijk niveau (zoals vastgelegd in het coalitieakkoord, het Deltaplan en flankerend ruimtelijk beleid).
  • Geef het college ruimte voor maatwerk op projectniveau (dus de ruimte om op onderdelen gemotiveerd af te wijken van de gestelde kaders)

Monitoring

-

Evaluatie/onderzoek

  • Verbreed het woonbeleid naar de bestaande woningen en woongebieden: breng in samenwerking tussen college, raad, (markt)partijen, bewoners en andere betrokkenen in beeld welke specifieke ontwikkelingsrichting wenselijk is per gebied.
  • Betrek in de gebiedsgerichte opgaven recente prognoses, recente berekeningen van de kwetsbare doelgroepen van woonbeleid, inclusief kwetsbare ouderen, en recente realisatiecijfers.
  • Evalueer de compensatieregeling sociale huur en de voorwaarden in de bijbehorende rekentool. Overweeg om de regeling te vereenvoudigen zodanig dat te regeling ten goede komt aan de toekomstbestendigheid van de sociale huurwoningen.

Informatievoorziening sturing

-

Informatievoorziening kaderstelling

-

Informatievoorziening controle

-

Organisatie uitvoering Woonbeleid

-

Uitvoering Woonbeleid

  • Op uitvoeringsniveau kan een ‘Deltaplan 2.0’ richting geven aan eisen voor de nieuwbouw en transformatie per gebied.
  • Maak in een ‘Deltaplan 2.0’ ook duidelijk hoe de gemeente initiatieven van maatschappelijke organisaties en privépersonen die willen bijdragen aan de doelstelling om kwetsbare doelgroepen te huisvesten kan faciliteren.
  • Sluit aan bij de uitgangspunten van de Omgevingswet om initiatieven integraal in plaats van sectoraal te toetsen. Laat het college in dat kader onderzoeken of de inzet van de ambtelijke projectgroep in de begeleiding van initiatieven efficiënter kan.

Prestatieafspraken

-

Samenwerking

  • Verbreed het woonbeleid naar de bestaande woningen en woongebieden: breng in samenwerking tussen college, raad, (markt)partijen, bewoners en andere betrokkenen in beeld welke specifieke ontwikkelingsrichting wenselijk is per gebied.

Nieuwbouw

-

Bestaande bouw

-

Sociale huurwoningen

  • Evalueer de compensatieregeling sociale huur en de voorwaarden in de bijbehorende rekentool. Overweeg om de regeling te vereenvoudigen zodanig dat te regeling ten goede komt aan de toekomstbestendigheid van de sociale huurwoningen.

Sociale koopwoningen

-

Koopwoningen

-

Aansluiting vraag en aanbod

-

Doelgroepen

  • Betrek in de gebiedsgerichte opgaven recente prognoses, recente berekeningen van de kwetsbare doelgroepen van woonbeleid, inclusief kwetsbare ouderen, en recente realisatiecijfers.
  • Maak de opgave om kwetsbare doelgroepen te huisvesten een integraal onderdeel van het woonbeleid.
  • Maak in een ‘Deltaplan 2.0’ ook duidelijk hoe de gemeente initiatieven van maatschappelijke organisaties en privépersonen die willen bijdragen aan de doelstelling om kwetsbare doelgroepen te huisvesten kan faciliteren.
  • Overweeg op basis van de actualisatie van het onderzoek naar de omvang van de kwetsbare doelgroep en op basis van landelijke ontwikkelingen rondom de financiële positie van woningcorporaties en andere maatschappelijke partners om de gemeentelijke inspanningen en/of budgetten voor de huisvesting van kwetsbare doelgroepen te vergroten. Zet via lobby in op een landelijke oplossing en op aanvullende budgetten vanuit de rijksoverheid om de gemeentelijke verantwoordelijkheid op dit beleidsterrein waar te kunnen maken. Blijf gebruik maken van landelijke ontwikkelingen en inzichten (handvatten Huisvestingswet/zelfbewoningsplicht, programmering tijdelijke locaties et cetera).

Kwantiteit woningvoorraad

  • Stel een ondergrens in van een nader te bepalen aantal woningen voor projecten waarop de eisen van het Deltaplan van toepassing zijn. Er zijn gemeenten die een ondergrens van 20 of 50 woningen per project hanteren. Wees daarbij alert op mogelijke (negatieve) neveneffecten van een ondergrens (voorkom dat ontwikkelaars projecten ‘opknippen’ in meerdere kleine projecten).

Kwaliteit woningvoorraad

-

Woonruimteverdeling

-

Doorstroming

-

Prestaties Woonbeleid

-

Resultaat Woonbeleid

-

Effectiviteit Woonbeleid

-

Efficiëntie Woonbeleid

  • Sluit waar mogelijk lopende initiatieven uit van aanvullend (verzwarend) beleid om vertraging in de realisatie te voorkomen.
  • Sluit aan bij de uitgangspunten van de Omgevingswet om initiatieven integraal in plaats van sectoraal te toetsen. Laat het college in dat kader onderzoeken of de inzet van de ambtelijke projectgroep in de begeleiding van initiatieven efficiënter kan.

Amstelveen (2021) (2021)

Wet- en regelgeving Woonbeleid

-

Beleid(sdoelen) Woonbeleid

  • Concretiseer bestaande beleidsdoelen en monitor achterliggende aannames.
    Het is met name zaak om ervoor te zorgen dat doelstellingen toetsbaar zijn; abstracte formuleringen als “kleinere betaalbare woningen bouwen voor jongeren en starters” moeten waar mogelijk worden vervangen door doelen die aangeven om hoeveel woningen met een bepaald oppervlakte en een zekere richtprijs het gaat en wanneer deze gereed dienen te zijn. Om te voorkomen dat dergelijke doelen achterhaald raken, is het belangrijk dat het college achterliggende aannames over de woningmarkt volgt en periodiek actualiseert. Het verschijnen van het volgende onderzoek ‘Wonen in de Metropool Regio Amsterdam’ (WiMRA) zou hier een logisch moment voor zijn.

Budget

-

Begroting/Jaarverslag

-

Uitgaven

-

Sturende rol college

  • Maak de (waarschijnlijke) gevolgen van sturing inzichtelijk en breng risico’s in beeld.
    Omdat de gemeente beperkte mogelijkheden heeft om direct te sturen op het bereiken van beleidsdoelen, moet goed in de gaten worden gehouden welke maatregelen in welke mate bijdragen aan die doelen. Op korte termijn adviseert de rekenkamercommissie dat het college de gezamenlijke werking van ingezette middelen in kaart brengt, samen met de daarbij behorende waarschijnlijkheden en onzekerheden. Een dergelijke analyse zou periodiek moeten worden geactualiseerd en per definitie met onzekerheid omgeven zijn, waardoor het van belang is dat naast mogelijke effecten ook de belangrijkste risico’s in kaart worden gebracht; een ‘risicoparagraaf’ als graadmeter van de waarschijnlijkheid dat verwachte effecten ook daadwerkelijk zullen plaatsvinden.
  • Monitor de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid.
    Dat het op dit moment te vroeg is om vast te stellen of en in hoeverre het beleid doelmatig en doeltreffend is, betekent dat de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid op een later moment moet worden vastgesteld. Hoewel niet elke beleidsmaatregel op hetzelfde moment gerealiseerd zal worden en dus ook niet op hetzelfde moment kan worden geëvalueerd, beveelt de rekenkamercommissie aan dat de raad en het college vooraf afspraken maken over het moment en de wijze van evaluatie. Zo is van tevoren duidelijk wanneer en op welke manier het beleid geëvalueerd wordt en welke informatie hiervoor dient te worden verzameld.

Kaderstellende rol

  • Monitor de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid.
    Dat het op dit moment te vroeg is om vast te stellen of en in hoeverre het beleid doelmatig en doeltreffend is, betekent dat de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid op een later moment moet worden vastgesteld. Hoewel niet elke beleidsmaatregel op hetzelfde moment gerealiseerd zal worden en dus ook niet op hetzelfde moment kan worden geëvalueerd, beveelt de rekenkamercommissie aan dat de raad en het college vooraf afspraken maken over het moment en de wijze van evaluatie. Zo is van tevoren duidelijk wanneer en op welke manier het beleid geëvalueerd wordt en welke informatie hiervoor dient te worden verzameld.

Controlerende rol

  • Monitor de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid.
    Dat het op dit moment te vroeg is om vast te stellen of en in hoeverre het beleid doelmatig en doeltreffend is, betekent dat de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid op een later moment moet worden vastgesteld. Hoewel niet elke beleidsmaatregel op hetzelfde moment gerealiseerd zal worden en dus ook niet op hetzelfde moment kan worden geëvalueerd, beveelt de rekenkamercommissie aan dat de raad en het college vooraf afspraken maken over het moment en de wijze van evaluatie. Zo is van tevoren duidelijk wanneer en op welke manier het beleid geëvalueerd wordt en welke informatie hiervoor dient te worden verzameld.

Monitoring

  • Concretiseer bestaande beleidsdoelen en monitor achterliggende aannames.
    Het is met name zaak om ervoor te zorgen dat doelstellingen toetsbaar zijn; abstracte formuleringen als “kleinere betaalbare woningen bouwen voor jongeren en starters” moeten waar mogelijk worden vervangen door doelen die aangeven om hoeveel woningen met een bepaald oppervlakte en een zekere richtprijs het gaat en wanneer deze gereed dienen te zijn. Om te voorkomen dat dergelijke doelen achterhaald raken, is het belangrijk dat het college achterliggende aannames over de woningmarkt volgt en periodiek actualiseert. Het verschijnen van het volgende onderzoek ‘Wonen in de Metropool Regio Amsterdam’ (WiMRA) zou hier een logisch moment voor zijn.
  • Monitor de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid.
    Dat het op dit moment te vroeg is om vast te stellen of en in hoeverre het beleid doelmatig en doeltreffend is, betekent dat de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid op een later moment moet worden vastgesteld. Hoewel niet elke beleidsmaatregel op hetzelfde moment gerealiseerd zal worden en dus ook niet op hetzelfde moment kan worden geëvalueerd, beveelt de rekenkamercommissie aan dat de raad en het college vooraf afspraken maken over het moment en de wijze van evaluatie. Zo is van tevoren duidelijk wanneer en op welke manier het beleid geëvalueerd wordt en welke informatie hiervoor dient te worden verzameld.

Evaluatie/onderzoek

  • Maak de (waarschijnlijke) gevolgen van sturing inzichtelijk en breng risico’s in beeld.
    Omdat de gemeente beperkte mogelijkheden heeft om direct te sturen op het bereiken van beleidsdoelen, moet goed in de gaten worden gehouden welke maatregelen in welke mate bijdragen aan die doelen. Op korte termijn adviseert de rekenkamercommissie dat het college de gezamenlijke werking van ingezette middelen in kaart brengt, samen met de daarbij behorende waarschijnlijkheden en onzekerheden. Een dergelijke analyse zou periodiek moeten worden geactualiseerd en per definitie met onzekerheid omgeven zijn, waardoor het van belang is dat naast mogelijke effecten ook de belangrijkste risico’s in kaart worden gebracht; een ‘risicoparagraaf’ als graadmeter van de waarschijnlijkheid dat verwachte effecten ook daadwerkelijk zullen plaatsvinden.
  • Monitor de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid.
    Dat het op dit moment te vroeg is om vast te stellen of en in hoeverre het beleid doelmatig en doeltreffend is, betekent dat de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid op een later moment moet worden vastgesteld. Hoewel niet elke beleidsmaatregel op hetzelfde moment gerealiseerd zal worden en dus ook niet op hetzelfde moment kan worden geëvalueerd, beveelt de rekenkamercommissie aan dat de raad en het college vooraf afspraken maken over het moment en de wijze van evaluatie. Zo is van tevoren duidelijk wanneer en op welke manier het beleid geëvalueerd wordt en welke informatie hiervoor dient te worden verzameld.

Informatievoorziening sturing

-

Informatievoorziening kaderstelling

  • Verbeter de kwaliteit van informatievoorziening aan de raad en vergroot het zicht op de regio.
    De raad ontvangt veel informatie over wonen en onderwerpen die daarbij horen, zoals leefbaarheid. Maar die informatie is soms lastig te duiden. De rekenkamercommissie beveelt daarom aan een expliciete koppeling te maken tussen informatie en de beleidsdoelstelling waar die informatie betrekking op heeft, zodat het voor raadsleden makkelijker wordt om te bepalen hoe bepaalde informatie moet worden gelezen.
    Daarnaast kan de grip van de raad op regionale aspecten van het woonbeleid worden vergroot als het college de raad vaker informeert over de aard en planning van regionale besluitvormingstrajecten en regionale informatie toegankelijker maakt, bijvoorbeeld door deze te voorzien van context. De rekenkamercommissie beveelt de raad aan om ook zelf zijn positie ten opzichte van deze regionale aspecten te versterken. Dat kan bijvoorbeeld door een of meer raadsrapporteurs aan te stellen. Deze raadsrapporteurs zouden regionale ontwikkelingen namens de raad kunnen volgen en hierover aan hun mede-raadsleden verslag kunnen uitbrengen.

Informatievoorziening controle

  • Verbeter de kwaliteit van informatievoorziening aan de raad en vergroot het zicht op de regio.
    De raad ontvangt veel informatie over wonen en onderwerpen die daarbij horen, zoals leefbaarheid. Maar die informatie is soms lastig te duiden. De rekenkamercommissie beveelt daarom aan een expliciete koppeling te maken tussen informatie en de beleidsdoelstelling waar die informatie betrekking op heeft, zodat het voor raadsleden makkelijker wordt om te bepalen hoe bepaalde informatie moet worden gelezen.
    Daarnaast kan de grip van de raad op regionale aspecten van het woonbeleid worden vergroot als het college de raad vaker informeert over de aard en planning van regionale besluitvormingstrajecten en regionale informatie toegankelijker maakt, bijvoorbeeld door deze te voorzien van context. De rekenkamercommissie beveelt de raad aan om ook zelf zijn positie ten opzichte van deze regionale aspecten te versterken. Dat kan bijvoorbeeld door een of meer raadsrapporteurs aan te stellen. Deze raadsrapporteurs zouden regionale ontwikkelingen namens de raad kunnen volgen en hierover aan hun mede-raadsleden verslag kunnen uitbrengen.

Organisatie uitvoering Woonbeleid

-

Uitvoering Woonbeleid

-

Prestatieafspraken

-

Samenwerking

-

Nieuwbouw

-

Bestaande bouw

-

Sociale huurwoningen

-

Sociale koopwoningen

-

Koopwoningen

-

Aansluiting vraag en aanbod

-

Doelgroepen

-

Kwantiteit woningvoorraad

-

Kwaliteit woningvoorraad

-

Woonruimteverdeling

-

Doorstroming

-

Prestaties Woonbeleid

-

Resultaat Woonbeleid

-

Effectiviteit Woonbeleid

  • Monitor de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid.
    Dat het op dit moment te vroeg is om vast te stellen of en in hoeverre het beleid doelmatig en doeltreffend is, betekent dat de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid op een later moment moet worden vastgesteld. Hoewel niet elke beleidsmaatregel op hetzelfde moment gerealiseerd zal worden en dus ook niet op hetzelfde moment kan worden geëvalueerd, beveelt de rekenkamercommissie aan dat de raad en het college vooraf afspraken maken over het moment en de wijze van evaluatie. Zo is van tevoren duidelijk wanneer en op welke manier het beleid geëvalueerd wordt en welke informatie hiervoor dient te worden verzameld.

Efficiëntie Woonbeleid

  • Monitor de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid.
    Dat het op dit moment te vroeg is om vast te stellen of en in hoeverre het beleid doelmatig en doeltreffend is, betekent dat de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid op een later moment moet worden vastgesteld. Hoewel niet elke beleidsmaatregel op hetzelfde moment gerealiseerd zal worden en dus ook niet op hetzelfde moment kan worden geëvalueerd, beveelt de rekenkamercommissie aan dat de raad en het college vooraf afspraken maken over het moment en de wijze van evaluatie. Zo is van tevoren duidelijk wanneer en op welke manier het beleid geëvalueerd wordt en welke informatie hiervoor dient te worden verzameld.

Amsterdam (2017) (2017)

Wet- en regelgeving Woonbeleid

  • Besteed in de discussienota aandacht aan instrumenten, die nu nog buiten het huidige wettelijk kader vallen of een verandering in het huidige beleid inhouden.
  • Reguleren van de middenhuursector door verhoging van de liberalisatiegrens
  • Verlaging van de liberalisatiegrens en verhoging van de huurtoeslaggrens
  • Beschermen van de koopmarkt voor verkoop aan beleggers
  • Gemeenschappelijke woonruimteverdeling van de G4
  • Detaillering van afspraken in specifieke gebieden met meeste druk op de markt
  • Verdere flexibilisering huurcontracten
  • Meer grotere woningen bouwen en minder kleine
  • Bouwen in uitbreidingsgebieden of groen

Beleid(sdoelen) Woonbeleid

  • Besteed in de discussienota aandacht aan instrumenten, die nu nog buiten het huidige wettelijk kader vallen of een verandering in het huidige beleid inhouden.
  • Reguleren van de middenhuursector door verhoging van de liberalisatiegrens
  • Verlaging van de liberalisatiegrens en verhoging van de huurtoeslaggrens
  • Beschermen van de koopmarkt voor verkoop aan beleggers
  • Gemeenschappelijke woonruimteverdeling van de G4
  • Detaillering van afspraken in specifieke gebieden met meeste druk op de markt
  • Verdere flexibilisering huurcontracten
  • Meer grotere woningen bouwen en minder kleine
  • Bouwen in uitbreidingsgebieden of groen

Budget

-

Begroting/Jaarverslag

-

Uitgaven

-

Sturende rol college

  • Scherp de inzet van de volgende – al gebruikte - instrumenten verder aan:
  • Uitbreiding van het aanbod van de gereguleerde voorraad
  • Invloed op de ontwikkeling van de huurprijzen
  • Toewijzing van grote woningen
  • Zet het volgende - nu niet gebruikte – instrument in:
  • Het invoeren van een individuele financiële regeling, bijvoorbeeld in de vorm van leningen.
  • Maak een discussienota om het debat in de raad en in de stad te kunnen voeren over instrumenten, die nu nog buiten de huidige beleidskaders en/of wettelijke kaders vallen. Besteed daarbij aandacht aan de dilemma’s marktwerking versus regulering, sturen versus volgen bevolkingssamenstelling en afschermen versus openhouden van de Amsterdamse woningmarkt.
  • Besteed in de discussienota aandacht aan de stad, die Amsterdam wil zijn. Het gaat hierbij om de vraag waar de prioriteit ligt bij de inzet van de gemeente op de woingmarkt.
  • Besteed in de discussienota aandacht aan instrumenten, die nu nog buiten het huidige wettelijk kader vallen of een verandering in het huidige beleid inhouden.
  • Reguleren van de middenhuursector door verhoging van de liberalisatiegrens
  • Verlaging van de liberalisatiegrens en verhoging van de huurtoeslaggrens
  • Beschermen van de koopmarkt voor verkoop aan beleggers
  • Gemeenschappelijke woonruimteverdeling van de G4
  • Detaillering van afspraken in specifieke gebieden met meeste druk op de markt
  • Verdere flexibilisering huurcontracten
  • Meer grotere woningen bouwen en minder kleine
  • Bouwen in uitbreidingsgebieden of groen

Kaderstellende rol

  • Maak een discussienota om het debat in de raad en in de stad te kunnen voeren over instrumenten, die nu nog buiten de huidige beleidskaders en/of wettelijke kaders vallen. Besteed daarbij aandacht aan de dilemma’s marktwerking versus regulering, sturen versus volgen bevolkingssamenstelling en afschermen versus openhouden van de Amsterdamse woningmarkt.
  • Besteed in de discussienota aandacht aan de stad, die Amsterdam wil zijn. Het gaat hierbij om de vraag waar de prioriteit ligt bij de inzet van de gemeente op de woingmarkt.
  • Besteed in de discussienota aandacht aan instrumenten, die nu nog buiten het huidige wettelijk kader vallen of een verandering in het huidige beleid inhouden.
  • Reguleren van de middenhuursector door verhoging van de liberalisatiegrens
  • Verlaging van de liberalisatiegrens en verhoging van de huurtoeslaggrens
  • Beschermen van de koopmarkt voor verkoop aan beleggers
  • Gemeenschappelijke woonruimteverdeling van de G4
  • Detaillering van afspraken in specifieke gebieden met meeste druk op de markt
  • Verdere flexibilisering huurcontracten
  • Meer grotere woningen bouwen en minder kleine
  • Bouwen in uitbreidingsgebieden of groen

Controlerende rol

-

Monitoring

-

Evaluatie/onderzoek

-

Informatievoorziening sturing

-

Informatievoorziening kaderstelling

-

Informatievoorziening controle

-

Organisatie uitvoering Woonbeleid

  • Scherp de inzet van de volgende – al gebruikte - instrumenten verder aan:
  • Uitbreiding van het aanbod van de gereguleerde voorraad
  • Invloed op de ontwikkeling van de huurprijzen
  • Toewijzing van grote woningen
  • Zet het volgende - nu niet gebruikte – instrument in:
  • Het invoeren van een individuele financiële regeling, bijvoorbeeld in de vorm van leningen.
  • Maak een discussienota om het debat in de raad en in de stad te kunnen voeren over instrumenten, die nu nog buiten de huidige beleidskaders en/of wettelijke kaders vallen. Besteed daarbij aandacht aan de dilemma’s marktwerking versus regulering, sturen versus volgen bevolkingssamenstelling en afschermen versus openhouden van de Amsterdamse woningmarkt.
  • Besteed in de discussienota aandacht aan de stad, die Amsterdam wil zijn. Het gaat hierbij om de vraag waar de prioriteit ligt bij de inzet van de gemeente op de woingmarkt.
  • Besteed in de discussienota aandacht aan instrumenten, die nu nog buiten het huidige wettelijk kader vallen of een verandering in het huidige beleid inhouden.
  • Reguleren van de middenhuursector door verhoging van de liberalisatiegrens
  • Verlaging van de liberalisatiegrens en verhoging van de huurtoeslaggrens
  • Beschermen van de koopmarkt voor verkoop aan beleggers
  • Gemeenschappelijke woonruimteverdeling van de G4
  • Detaillering van afspraken in specifieke gebieden met meeste druk op de markt
  • Verdere flexibilisering huurcontracten
  • Meer grotere woningen bouwen en minder kleine
  • Bouwen in uitbreidingsgebieden of groen

Uitvoering Woonbeleid

-

Prestatieafspraken

-

Samenwerking

-

Nieuwbouw

-

Bestaande bouw

-

Sociale huurwoningen

-

Sociale koopwoningen

-

Koopwoningen

-

Aansluiting vraag en aanbod

-

Doelgroepen

-

Kwantiteit woningvoorraad

-

Kwaliteit woningvoorraad

-

Woonruimteverdeling

-

Doorstroming

-

Prestaties Woonbeleid

-

Resultaat Woonbeleid

-

Effectiviteit Woonbeleid

-

Efficiëntie Woonbeleid

-

Barendrecht (2022) (2022)

Wet- en regelgeving Woonbeleid

-

Beleid(sdoelen) Woonbeleid

  • Actualiseer de woonvisie.
  • Wees zuinig met het introduceren van nieuwe definities van vraag en aanbod. Als het onontkoombaar is, werk deze nieuwe definities dan uit in het woonbeleid en de nieuwbouwdoelstellingen.

Budget

-

Begroting/Jaarverslag

-

Uitgaven

-

Sturende rol college

  • Houd zicht op de uitvoering van het beleid door bestaande vormen van registratie op projectniveau samen te voegen tot een totaaloverzicht.
  • Sta ook stil bij de beperkte ambtelijke capaciteit en de inzet daarvan.

Kaderstellende rol

-

Controlerende rol

  • Houd zicht op de uitvoering van het beleid door bestaande vormen van registratie op projectniveau samen te voegen tot een totaaloverzicht.
  • Sta ook stil bij de beperkte ambtelijke capaciteit en de inzet daarvan.

Monitoring

  • Wees zuinig met het introduceren van nieuwe definities van vraag en aanbod. Als het onontkoombaar is, werk deze nieuwe definities dan uit in het woonbeleid en de nieuwbouwdoelstellingen.

Evaluatie/onderzoek

  • Wees zuinig met het introduceren van nieuwe definities van vraag en aanbod. Als het onontkoombaar is, werk deze nieuwe definities dan uit in het woonbeleid en de nieuwbouwdoelstellingen.

Informatievoorziening sturing

-

Informatievoorziening kaderstelling

  • Formuleer een visie op de wisselwerking tussen de gemeente en de regio, en de rol van de gemeenteraad daarbij, en leg deze aan de raad voor.

Informatievoorziening controle

  • Formuleer een visie op de wisselwerking tussen de gemeente en de regio, en de rol van de gemeenteraad daarbij, en leg deze aan de raad voor.

Organisatie uitvoering Woonbeleid

  • Houd zicht op de uitvoering van het beleid door bestaande vormen van registratie op projectniveau samen te voegen tot een totaaloverzicht.
  • Sta ook stil bij de beperkte ambtelijke capaciteit en de inzet daarvan.

Uitvoering Woonbeleid

  • Formuleer een visie op de wisselwerking tussen de gemeente en de regio, en de rol van de gemeenteraad daarbij, en leg deze aan de raad voor.

Prestatieafspraken

-

Samenwerking

-

Nieuwbouw

  • Wees zuinig met het introduceren van nieuwe definities van vraag en aanbod. Als het onontkoombaar is, werk deze nieuwe definities dan uit in het woonbeleid en de nieuwbouwdoelstellingen.

Bestaande bouw

-

Sociale huurwoningen

-

Sociale koopwoningen

-

Koopwoningen

-

Aansluiting vraag en aanbod

  • Wees zuinig met het introduceren van nieuwe definities van vraag en aanbod. Als het onontkoombaar is, werk deze nieuwe definities dan uit in het woonbeleid en de nieuwbouwdoelstellingen.

Doelgroepen

-

Kwantiteit woningvoorraad

-

Kwaliteit woningvoorraad

-

Woonruimteverdeling

-

Doorstroming

-

Prestaties Woonbeleid

-

Resultaat Woonbeleid

-

Effectiviteit Woonbeleid

-

Efficiëntie Woonbeleid

-

Bergen op Zoom (2017) (2017)

Wet- en regelgeving Woonbeleid

-

Beleid(sdoelen) Woonbeleid

  • Naast nieuwbouw kunnen aanpassingen van de bestaande woningvoorraad tot geschikte woningen voor ouderen een belangrijke bijdrage leveren aan het langer zelfstandig wonen van ouderen; dit mede vanwege het feit dat in dat geval de (potentieel) ondersteunende sociale omgeving intact blijft. De Rekenkamer beveelt aan dit onderwerp expliciet aandacht te geven in zowel het Beleidsplan Wonen 2017 als in de daarop volgende prestatieafspraken.
  • Herstructurering van stedelijke vernieuwingswijken leidt in een aantal gevallen tot de noodzaak van verhuizen. Ook daardoor kan de ondersteunende sociale omgeving verloren gaan. Zeker waar het om ouderen gaat, vraagt herstructurering dus om grote aandacht bij herhuisvesting. Ook dit onderwerp verdient aandacht in het Beleidsplan Wonen 2017 en de op grond daarvan te maken prestatieafspraken.
  • Uit het onderzoek blijkt dat onvoldoende duidelijk is wat het in 2010 ingezetten beleid inzake woonservicegebieden heeft opgeleverd. De Rekenkamer vindt een verduidelijking daarvan op z’n plaats. Gelet op het feit dat de gemeente aangeeft het concept van woonservicegebieden te willen handhaven, is een duidelijker verband tussen de aanwezigheid en bereikbaarheid van voorzieningen en het programma van nieuwbouw en renovatie van nultredenwoningen van groot belang. Ook dit onderwerp verdient een expliciet plaats in de Woonvisie 2017 en de prestatieafspraken.
  • De noodzakelijke relatie tussen Wmo-beleid en woonbeleid maakt het onderscheiden van de doelgroep “ouderen” relevant. De Rekenkamer beveelt aan de doelgroep “ouderen” aparte aandacht te geven bij de actualisering van het Beleidsplan Wmo en de Wmo-monitor.
    Het verdient aanbeveling om naar een integralere aanpak toe te werken van beleid en uitvoering t.a.v. wonen, welzijn en zorg. Dit kan :
  • Op korte termijn bij de actualisering van het Beleidsplan Wonen in 2017 en uiteraard ook bij de herijking van het Beleidsplan Wmo 2015-2017, waarvan het tijdstip nog onbekend is.
  • Door bij de actualisering van het Wmo-beleid de categorie “ouderen” als aparte doelgroep te onderscheiden en een bewuste uitgewerkte relatie te leggen met het woonbeleid.
  • Door ook de geschiktheid van het publieke domein voor mensen met een beperking van structureel beleid en monitoring te voorzien (bijv. bij actualisering Integraal Beheerplan Openbare Ruimte 2013-2017);
  • het instellen van een structureel, integraal overleg wonen-welzijn-zorg voor ouderen, zowel op bestuurlijk- als op uitvoeringsniveau.
  • Geadviseerd wordt om bij de beleidsvorming in het bijzonder aandacht te geven aan de randvoorwaarden waaraan dient te worden voldaan om ook de inwoners die voorheen in de zorgzwaarteklasse 4 zouden zijn ingedeeld in staat te stellen om zo lang en goed mogelijk zelfstandig te blijven wonen.
  • Met het opnieuw bijstellen van het Beleidsplan Wonen in 2017 wordt het fundament gelegd voor de beleidscyclus in de komende periode. Met het oog op de kaderstellende en controlerende rol wordt geadviseerd om met de gemeenteraad afspraken te maken over de concretisering van de te bereiken resultaten en de monitoring en informatievoorziening aan de gemeenteraad over de realisatie daarvan. De Rekenkamer adviseert om gezien de onderlinge samenhang daarbij navenante afspraken te maken over de beleidscyclus met betrekking tot het WMO-beleid.

Budget

-

Begroting/Jaarverslag

-

Uitgaven

-

Sturende rol college

  • Het verdient aanbeveling om naar een integralere aanpak toe te werken van beleid en uitvoering t.a.v. wonen, welzijn en zorg. Dit kan :
  • Op korte termijn bij de actualisering van het Beleidsplan Wonen in 2017 en uiteraard ook bij de herijking van het Beleidsplan Wmo 2015-2017, waarvan het tijdstip nog onbekend is.
  • het instellen van een structureel, integraal overleg wonen-welzijn-zorg voor ouderen, zowel op bestuurlijk- als op uitvoeringsniveau.

Kaderstellende rol

  • Het verdient aanbeveling om naar een integralere aanpak toe te werken van beleid en uitvoering t.a.v. wonen, welzijn en zorg. Dit kan :
  • Op korte termijn bij de actualisering van het Beleidsplan Wonen in 2017 en uiteraard ook bij de herijking van het Beleidsplan Wmo 2015-2017, waarvan het tijdstip nog onbekend is.
    '- Met het opnieuw bijstellen van het Beleidsplan Wonen in 2017 wordt het fundament gelegd voor de beleidscyclus in de komende periode. Met het oog op de kaderstellende en controlerende rol wordt geadviseerd om met de gemeenteraad afspraken te maken over de concretisering van de te bereiken resultaten en de monitoring en informatievoorziening aan de gemeenteraad over de realisatie daarvan. De Rekenkamer adviseert om gezien de onderlinge samenhang daarbij navenante afspraken te maken over de beleidscyclus met betrekking tot het WMO-beleid.

Controlerende rol

  • Het verdient aanbeveling om naar een integralere aanpak toe te werken van beleid en uitvoering t.a.v. wonen, welzijn en zorg. Dit kan :
  • Op korte termijn bij de actualisering van het Beleidsplan Wonen in 2017 en uiteraard ook bij de herijking van het Beleidsplan Wmo 2015-2017, waarvan het tijdstip nog onbekend is.
  • Met het opnieuw bijstellen van het Beleidsplan Wonen in 2017 wordt het fundament gelegd voor de beleidscyclus in de komende periode. Met het oog op de kaderstellende en controlerende rol wordt geadviseerd om met de gemeenteraad afspraken te maken over de concretisering van de te bereiken resultaten en de monitoring en informatievoorziening aan de gemeenteraad over de realisatie daarvan. De Rekenkamer adviseert om gezien de onderlinge samenhang daarbij navenante afspraken te maken over de beleidscyclus met betrekking tot het WMO-beleid.

Monitoring

  • De noodzakelijke relatie tussen Wmo-beleid en woonbeleid maakt het onderscheiden van de doelgroep “ouderen” relevant. De Rekenkamer beveelt aan de doelgroep “ouderen” aparte aandacht te geven bij de actualisering van het Beleidsplan Wmo en de Wmo-monitor.
    Het verdient aanbeveling om naar een integralere aanpak toe te werken van beleid en uitvoering t.a.v. wonen, welzijn en zorg. Dit kan :
  • Door ook de geschiktheid van het publieke domein voor mensen met een beperking van structureel beleid en monitoring te voorzien (bijv. bij actualisering Integraal Beheerplan Openbare Ruimte 2013-2017).
  • Met het opnieuw bijstellen van het Beleidsplan Wonen in 2017 wordt het fundament gelegd voor de beleidscyclus in de komende periode. Met het oog op de kaderstellende en controlerende rol wordt geadviseerd om met de gemeenteraad afspraken te maken over de concretisering van de te bereiken resultaten en de monitoring en informatievoorziening aan de gemeenteraad over de realisatie daarvan. De Rekenkamer adviseert om gezien de onderlinge samenhang daarbij navenante afspraken te maken over de beleidscyclus met betrekking tot het WMO-beleid.

Evaluatie/onderzoek

  • Indien wordt gewacht tot de vraag zich daadwerkelijk manifesteert, is er een risico dat voor het realiseren van de benodigde aanpassingen in de woningvoorraad zoveel tijd nodig is dat niet binnen redelijk korte termijn en binnen de eigen wijk of kern aan de woonbehoefte kan worden voldaan. De Rekenkamer adviseert daarom een methodiek waarbij:
  • Op basis van lange termijn prognoses de potentiële woon- en zorgbehoefte in beeld wordt gebracht en al randvoorwaarden worden gecreëerd waarbinnen op enig moment de “al op de plank liggende” plannen daadwerkelijk kunnen worden gerealiseerd.
  • Daarnaast gericht marktonderzoek wordt gehouden waarbij onzekerheden bij de kwantitatieve en kwalitatieve vraag naar wonen met zorg in kaart worden gebracht. Bijvoorbeeld: wat is het effect van de aanwezigheid van verschillende zorg- en welzijnsdiensten? Wat is de invloed van de toegankelijkheid van de woonomgeving? Wat is het effect van de strengere toewijzingsregels in de sociale huur. Op basis van deze onzekerheden kan een bandbreedte binnen de ‘basis-prognose’ worden opgesteld.
  • Op basis van periodieke gesprekken met betrokken partners de actuele situatie en ontwikkelingen binnen wonen en zorg in beeld worden gebracht, en op grond daarvan tot concrete uitvoeringsplannen wordt gekomen, bijvoorbeeld in de vorm van jaarlijks bij te stellen prestatieafspraken met de woningcorporatie.
  • De gemeente geeft aan dat in de afgelopen jaren geen rapportages zijn samengesteld waaruit op te maken is in hoeverre de prestatieafspraken met Stadlander zijn gerealiseerd. De Rekenkamer beveelt aan dat in het vervolg wel te doen en te komen tot jaarlijkse evaluatie.
  • De Woningwet 2015 schrijft voor dat ook de woonconsumenten volwaardig partner zijn bij de prestatieafspraken. De Rekenkamer beveelt aan om te bevorderen dat daarbij ook het geluid van de oudere huurders wordt ingebracht.

Informatievoorziening sturing

-

Informatievoorziening kaderstelling

-

Informatievoorziening controle

-

Organisatie uitvoering Woonbeleid

  • Omdat de koopwoningen ongeveer de helft uitmaken van de woningvoorraad van Bergen op Zoom, is ook deze sector een belangrijke bron voor woningaanpassing tot nultredenkwaliteit. De realisering hiervan is uiteraard veel lastiger dan bij de sociale huurwoningen. Het gemeentelijk handelen betreft voornamelijk communicatie met de eigenaren-bewoners teneinde hun bewustwording van de gevolgen van het langer zelfstandig wonen te vergroten. De Rekenkamer adviseert dit uit te werken in een communicatieplan.
    Het verdient aanbeveling om naar een integralere aanpak toe te werken van beleid en uitvoering t.a.v. wonen, welzijn en zorg. Dit kan :
  • het instellen van een structureel, integraal overleg wonen-welzijn-zorg voor ouderen, zowel op bestuurlijk- als op uitvoeringsniveau.
  • Indien wordt gewacht tot de vraag zich daadwerkelijk manifesteert, is er een risico dat voor het realiseren van de benodigde aanpassingen in de woningvoorraad zoveel tijd nodig is dat niet binnen redelijk korte termijn en binnen de eigen wijk of kern aan de woonbehoefte kan worden voldaan. De Rekenkamer adviseert daarom een methodiek waarbij:
  • Op basis van lange termijn prognoses de potentiële woon- en zorgbehoefte in beeld wordt gebracht en al randvoorwaarden worden gecreëerd waarbinnen op enig moment de “al op de plank liggende” plannen daadwerkelijk kunnen worden gerealiseerd.
  • Daarnaast gericht marktonderzoek wordt gehouden waarbij onzekerheden bij de kwantitatieve en kwalitatieve vraag naar wonen met zorg in kaart worden gebracht. Bijvoorbeeld: wat is het effect van de aanwezigheid van verschillende zorg- en welzijnsdiensten? Wat is de invloed van de toegankelijkheid van de woonomgeving? Wat is het effect van de strengere toewijzingsregels in de sociale huur. Op basis van deze onzekerheden kan een bandbreedte binnen de ‘basis-prognose’ worden opgesteld.
  • Op basis van periodieke gesprekken met betrokken partners de actuele situatie en ontwikkelingen binnen wonen en zorg in beeld worden gebracht, en op grond daarvan tot concrete uitvoeringsplannen wordt gekomen, bijvoorbeeld in de vorm van jaarlijks bij te stellen prestatieafspraken met de woningcorporatie.

Uitvoering Woonbeleid

-

Prestatieafspraken

  • Naast nieuwbouw kunnen aanpassingen van de bestaande woningvoorraad tot geschikte woningen voor ouderen een belangrijke bijdrage leveren aan het langer zelfstandig wonen van ouderen; dit mede vanwege het feit dat in dat geval de (potentieel) ondersteunende sociale omgeving intact blijft. De Rekenkamer beveelt aan dit onderwerp expliciet aandacht te geven in zowel het Beleidsplan Wonen 2017 als in de daarop volgende prestatieafspraken.
  • Herstructurering van stedelijke vernieuwingswijken leidt in een aantal gevallen tot de noodzaak van verhuizen. Ook daardoor kan de ondersteunende sociale omgeving verloren gaan. Zeker waar het om ouderen gaat, vraagt herstructurering dus om grote aandacht bij herhuisvesting. Ook dit onderwerp verdient aandacht in het Beleidsplan Wonen 2017 en de op grond daarvan te maken prestatieafspraken.
  • Uit het onderzoek blijkt dat onvoldoende duidelijk is wat het in 2010 ingezetten beleid inzake woonservicegebieden heeft opgeleverd. De Rekenkamer vindt een verduidelijking daarvan op z’n plaats. Gelet op het feit dat de gemeente aangeeft het concept van woonservicegebieden te willen handhaven, is een duidelijker verband tussen de aanwezigheid en bereikbaarheid van voorzieningen en het programma van nieuwbouw en renovatie van nultredenwoningen van groot belang. Ook dit onderwerp verdient een expliciet plaats in de Woonvisie 2017 en de prestatieafspraken.
  • Indien wordt gewacht tot de vraag zich daadwerkelijk manifesteert, is er een risico dat voor het realiseren van de benodigde aanpassingen in de woningvoorraad zoveel tijd nodig is dat niet binnen redelijk korte termijn en binnen de eigen wijk of kern aan de woonbehoefte kan worden voldaan. De Rekenkamer adviseert daarom een methodiek waarbij:
  • Op basis van periodieke gesprekken met betrokken partners de actuele situatie en ontwikkelingen binnen wonen en zorg in beeld worden gebracht, en op grond daarvan tot concrete uitvoeringsplannen wordt gekomen, bijvoorbeeld in de vorm van jaarlijks bij te stellen prestatieafspraken met de woningcorporatie.
  • De gemeente geeft aan dat in de afgelopen jaren geen rapportages zijn samengesteld waaruit op te maken is in hoeverre de prestatieafspraken met Stadlander zijn gerealiseerd. De Rekenkamer beveelt aan dat in het vervolg wel te doen en te komen tot jaarlijkse evaluatie.
  • De Woningwet 2015 schrijft voor dat ook de woonconsumenten volwaardig partner zijn bij de prestatieafspraken. De Rekenkamer beveelt aan om te bevorderen dat daarbij ook het geluid van de oudere huurders wordt ingebracht.
  • Geadviseerd wordt in de prestatieafsprtaken de verantwoordelijkheden van alle partijen met betrekking tot de huisvesting van ouderen duidelijk vast te leggen, op elkaar af te stemmen en met inwoners te communiceren.

Samenwerking

-

Nieuwbouw

-

Bestaande bouw

-

Sociale huurwoningen

-

Sociale koopwoningen

-

Koopwoningen

  • Omdat de koopwoningen ongeveer de helft uitmaken van de woningvoorraad van Bergen op Zoom, is ook deze sector een belangrijke bron voor woningaanpassing tot nultredenkwaliteit. De realisering hiervan is uiteraard veel lastiger dan bij de sociale huurwoningen. Het gemeentelijk handelen betreft voornamelijk communicatie met de eigenaren-bewoners teneinde hun bewustwording van de gevolgen van het langer zelfstandig wonen te vergroten. De Rekenkamer adviseert dit uit te werken in een communicatieplan.

Aansluiting vraag en aanbod

-

Doelgroepen

  • Naast nieuwbouw kunnen aanpassingen van de bestaande woningvoorraad tot geschikte woningen voor ouderen een belangrijke bijdrage leveren aan het langer zelfstandig wonen van ouderen; dit mede vanwege het feit dat in dat geval de (potentieel) ondersteunende sociale omgeving intact blijft. De Rekenkamer beveelt aan dit onderwerp expliciet aandacht te geven in zowel het Beleidsplan Wonen 2017 als in de daarop volgende prestatieafspraken.
  • Herstructurering van stedelijke vernieuwingswijken leidt in een aantal gevallen tot de noodzaak van verhuizen. Ook daardoor kan de ondersteunende sociale omgeving verloren gaan. Zeker waar het om ouderen gaat, vraagt herstructurering dus om grote aandacht bij herhuisvesting. Ook dit onderwerp verdient aandacht in het Beleidsplan Wonen 2017 en de op grond daarvan te maken prestatieafspraken.
  • Omdat de koopwoningen ongeveer de helft uitmaken van de woningvoorraad van Bergen op Zoom, is ook deze sector een belangrijke bron voor woningaanpassing tot nultredenkwaliteit. De realisering hiervan is uiteraard veel lastiger dan bij de sociale huurwoningen. Het gemeentelijk handelen betreft voornamelijk communicatie met de eigenaren-bewoners teneinde hun bewustwording van de gevolgen van het langer zelfstandig wonen te vergroten. De Rekenkamer adviseert dit uit te werken in een communicatieplan.
  • Uit het onderzoek blijkt dat onvoldoende duidelijk is wat het in 2010 ingezetten beleid inzake woonservicegebieden heeft opgeleverd. De Rekenkamer vindt een verduidelijking daarvan op z’n plaats. Gelet op het feit dat de gemeente aangeeft het concept van woonservicegebieden te willen handhaven, is een duidelijker verband tussen de aanwezigheid en bereikbaarheid van voorzieningen en het programma van nieuwbouw en renovatie van nultredenwoningen van groot belang. Ook dit onderwerp verdient een expliciet plaats in de Woonvisie 2017 en de prestatieafspraken.
  • De noodzakelijke relatie tussen Wmo-beleid en woonbeleid maakt het onderscheiden van de doelgroep “ouderen” relevant. De Rekenkamer beveelt aan de doelgroep “ouderen” aparte aandacht te geven bij de actualisering van het Beleidsplan Wmo en de Wmo-monitor.
    Het verdient aanbeveling om naar een integralere aanpak toe te werken van beleid en uitvoering t.a.v. wonen, welzijn en zorg. Dit kan :
  • Door bij de actualisering van het Wmo-beleid de categorie “ouderen” als aparte doelgroep te onderscheiden en een bewuste uitgewerkte relatie te leggen met het woonbeleid.
  • Door ook de geschiktheid van het publieke domein voor mensen met een beperking van structureel beleid en monitoring te voorzien (bijv. bij actualisering Integraal Beheerplan Openbare Ruimte 2013-2017).
  • Geadviseerd wordt om bij de beleidsvorming in het bijzonder aandacht te geven aan de randvoorwaarden waaraan dient te worden voldaan om ook de inwoners die voorheen in de zorgzwaarteklasse 4 zouden zijn ingedeeld in staat te stellen om zo lang en goed mogelijk zelfstandig te blijven wonen.
  • De Woningwet 2015 schrijft voor dat ook de woonconsumenten volwaardig partner zijn bij de prestatieafspraken. De Rekenkamer beveelt aan om te bevorderen dat daarbij ook het geluid van de oudere huurders wordt ingebracht.
  • Geadviseerd wordt in de prestatieafsprtaken de verantwoordelijkheden van alle partijen met betrekking tot de huisvesting van ouderen duidelijk vast te leggen, op elkaar af te stemmen en met inwoners te communiceren.

Kwantiteit woningvoorraad

-

Kwaliteit woningvoorraad

-

Woonruimteverdeling

-

Doorstroming

-

Prestaties Woonbeleid

-

Resultaat Woonbeleid

  • Uit het onderzoek blijkt dat onvoldoende duidelijk is wat het in 2010 ingezetten beleid inzake woonservicegebieden heeft opgeleverd. De Rekenkamer vindt een verduidelijking daarvan op z’n plaats. Gelet op het feit dat de gemeente aangeeft het concept van woonservicegebieden te willen handhaven, is een duidelijker verband tussen de aanwezigheid en bereikbaarheid van voorzieningen en het programma van nieuwbouw en renovatie van nultredenwoningen van groot belang. Ook dit onderwerp verdient een expliciet plaats in de Woonvisie 2017 en de prestatieafspraken.

Effectiviteit Woonbeleid

-

Efficiëntie Woonbeleid

-

Bernheze (2019) (2019)

Wet- en regelgeving Woonbeleid

  • Raad: Ga uit van kaderstelling waarbij het gaat om hoofdlijnen van beleid middels het aangeven van de
    bandbreedte en waarbij concreet rekening is gehouden met de regionale taakstellingen uitgaande
    van het provinciale beleid en de onderlinge uitwisselbaarheid tussen gemeenten.

Beleid(sdoelen) Woonbeleid

  • Formuleer actiepunten concreet met een realisatiedatum, beoogd resultaat, de “eigenaar” en betrokken derden en de wijze waarop de raad wordt geïnformeerd over de voortgang van die actiepunten.
  • College: Beoordeel de huidige detaillering van de taakstelling en de registratie van de voortgang daarvan op effectiviteit en hanteerbaarheid.
  • College: Geef in elke NTI waar woningbouwaspecten aan de orde zijn duidelijk aan hoe die aspecten zich verhouden tot de Woonvisie.

Budget

-

Begroting/Jaarverslag

-

Uitgaven

-

Sturende rol college

  • Formuleer actiepunten concreet met een realisatiedatum, beoogd resultaat, de “eigenaar” en betrokken derden en de wijze waarop de raad wordt geïnformeerd over de voortgang van die actiepunten.
  • College: Kies voor een opbouw van de woningbouwprogrammering uitgaande van de dynamiek van de woningmarkt en ga daarbij tevens uit van scenario’s waarbij een en ander in regionaal perspectief geplaatst wordt en blijft.
  • College: Stel op korte termijn een Plan van Aanpak op voor de verschillende actiepunten uit de 4 speerpunten en maak concrete afspraken op die onderdelen waar de medewerking van derden gewenst is.

Kaderstellende rol

  • Formuleer actiepunten concreet met een realisatiedatum, beoogd resultaat, de “eigenaar” en betrokken derden en de wijze waarop de raad wordt geïnformeerd over de voortgang van die actiepunten.
  • Raad: Ga uit van kaderstelling waarbij het gaat om hoofdlijnen van beleid middels het aangeven van de
    bandbreedte en waarbij concreet rekening is gehouden met de regionale taakstellingen uitgaande
    van het provinciale beleid en de onderlinge uitwisselbaarheid tussen gemeenten.

Controlerende rol

  • Raad: Kies voor een actieve opstelling als raad en nodig het college uit frequent informatie ter beschikking te stellen en kies er voor als raad om die informatie concreet te bespreken.

Monitoring

  • Betrek bij de totstandkoming van de woningbouwrapportages de provincie, de corporaties en vertegenwoordigers van de in de gemeente actieve makelaardij en (project-)ontwikkelaars teneinde de gegevens in die rapportages in een veel breder perspectief te plaatsen.
  • College: Continueer de huidige werkwijze waarbij de realisatie van de taakstellingen en de voortgang van de actiepunten frequent worden gemonitord en vertaal de monitoring naar concrete actiepunten.
  • College: Beoordeel de huidige detaillering van de taakstelling en de registratie van de voortgang daarvan op effectiviteit en hanteerbaarheid.

Evaluatie/onderzoek

-

Informatievoorziening sturing

  • Kies voor een frequente informatie-uitwisseling met alle betrokkenen bij de woningbouwprogrammering die aansluit bij de eerder toezeggingen oftewel ééns per halfjaar.
  • Betrek bij de totstandkoming van de woningbouwrapportages de provincie, de corporaties en vertegenwoordigers van de in de gemeente actieve makelaardij en (project-)ontwikkelaars teneinde de gegevens in die rapportages in een veel breder perspectief te plaatsen.

Informatievoorziening kaderstelling

-

Informatievoorziening controle

  • Kies voor een frequente informatie-uitwisseling met alle betrokkenen bij de woningbouwprogrammering die aansluit bij de eerder toezeggingen oftewel ééns per halfjaar.
  • Betrek bij de totstandkoming van de woningbouwrapportages de provincie, de corporaties en vertegenwoordigers van de in de gemeente actieve makelaardij en (project-)ontwikkelaars teneinde de gegevens in die rapportages in een veel breder perspectief te plaatsen.
  • Formuleer actiepunten concreet met een realisatiedatum, beoogd resultaat, de “eigenaar” en betrokken derden en de wijze waarop de raad wordt geïnformeerd over de voortgang van die actiepunten.
  • Raad: Kies voor een actieve opstelling als raad en nodig het college uit frequent informatie ter beschikking te stellen en kies er voor als raad om die informatie concreet te bespreken.
  • Raad: Draag het college op elk half jaar middels een woningbouwrapportage aan de Commissie RZ de raad te informeren over de concrete voortgang van de kwantitatieve en kwalitatieve taakstelling, de uitvoering van de actiepunten uit de 4 speerpunten alsmede de risico’s en bedreigingen.
  • College: Geef in elke NTI waar woningbouwaspecten aan de orde zijn duidelijk aan hoe die aspecten zich verhouden tot de Woonvisie.

Organisatie uitvoering Woonbeleid

  • College: Stel op korte termijn een Plan van Aanpak op voor de verschillende actiepunten uit de 4 speerpunten en maak concrete afspraken op die onderdelen waar de medewerking van derden gewenst is.

Uitvoering Woonbeleid

  • Raad: Draag het college op elk half jaar middels een woningbouwrapportage aan de Commissie RZ de raad te informeren over de concrete voortgang van de kwantitatieve en kwalitatieve taakstelling, de uitvoering van de actiepunten uit de 4 speerpunten alsmede de risico’s en bedreigingen.

Prestatieafspraken

-

Samenwerking

  • College: Stel op korte termijn een Plan van Aanpak op voor de verschillende actiepunten uit de 4 speerpunten en maak concrete afspraken op die onderdelen waar de medewerking van derden gewenst is.

Nieuwbouw

-

Bestaande bouw

-

Sociale huurwoningen

-

Sociale koopwoningen

-

Koopwoningen

-

Aansluiting vraag en aanbod

-

Doelgroepen

-

Kwantiteit woningvoorraad

  • Raad: Draag het college op elk half jaar middels een woningbouwrapportage aan de Commissie RZ de raad te informeren over de concrete voortgang van de kwantitatieve en kwalitatieve taakstelling, de uitvoering van de actiepunten uit de 4 speerpunten alsmede de risico’s en bedreigingen.

Kwaliteit woningvoorraad

  • Raad: Draag het college op elk half jaar middels een woningbouwrapportage aan de Commissie RZ de raad te informeren over de concrete voortgang van de kwantitatieve en kwalitatieve taakstelling, de uitvoering van de actiepunten uit de 4 speerpunten alsmede de risico’s en bedreigingen.

Woonruimteverdeling

-

Doorstroming

-

Prestaties Woonbeleid

-

Resultaat Woonbeleid

-

Effectiviteit Woonbeleid

-

Efficiëntie Woonbeleid

-

Boxtel (2020) (2020)

Wet- en regelgeving Woonbeleid

-

Beleid(sdoelen) Woonbeleid

  • Zie als gemeenteraad af van een forse beleidsmatige bijstelling van de woonvisie.

Budget

-

Begroting/Jaarverslag

-

Uitgaven

-

Sturende rol college

  • Voer als gemeenteraad en college het debat over het woonbeleid aan de hand van de jaarlijkse woonagenda (en prestatieafspraken).
  • Maak als college van B&W en ambtelijke organisatie in de jaarlijkse woonagenda en prestatieafspraken meer ‘resultaatafspraken’ en niet alleen ‘inspanningsafspraken’.
  • Reflecteer als college en ambtelijke organisatie over de inzet van de meest passende instrumenten in de verschillende situaties en draag de resultaten hiervan in de ambtelijke organisatie uit.
  • Zet als college en ambtelijke organisatie met kracht in op het ten uitvoer brengen van de huidige plannen en zoek actief naar nieuwe locaties voor de middellange termijn.

Kaderstellende rol

  • Zie als gemeenteraad af van een forse beleidsmatige bijstelling van de woonvisie.
  • Voer als gemeenteraad en college het debat over het woonbeleid aan de hand van de jaarlijkse woonagenda (en prestatieafspraken).

Controlerende rol

  • Voer als gemeenteraad en college het debat over het woonbeleid aan de hand van de jaarlijkse woonagenda (en prestatieafspraken).

Monitoring

-

Evaluatie/onderzoek

-

Informatievoorziening sturing

  • Verbeter als ambtelijke organisatie de organisatie van de informatie over het woonbeleid.

Informatievoorziening kaderstelling

  • Verbeter als ambtelijke organisatie de organisatie van de informatie over het woonbeleid.

Informatievoorziening controle

  • Verbeter als ambtelijke organisatie de organisatie van de informatie over het woonbeleid.

Organisatie uitvoering Woonbeleid

  • Reflecteer als college en ambtelijke organisatie over de inzet van de meest passende instrumenten in de verschillende situaties en draag de resultaten hiervan in de ambtelijke organisatie uit.
  • Zet als college en ambtelijke organisatie met kracht in op het ten uitvoer brengen van de huidige plannen en zoek actief naar nieuwe locaties voor de middellange termijn.

Uitvoering Woonbeleid

  • Zet als college en ambtelijke organisatie met kracht in op het ten uitvoer brengen van de huidige plannen en zoek actief naar nieuwe locaties voor de middellange termijn.

Prestatieafspraken

  • Voer als gemeenteraad en college het debat over het woonbeleid aan de hand van de jaarlijkse woonagenda (en prestatieafspraken).
  • Maak als college van B&W en ambtelijke organisatie in de jaarlijkse woonagenda en prestatieafspraken meer ‘resultaatafspraken’ en niet alleen ‘inspanningsafspraken’.

Samenwerking

  • Investeer als college en ambtelijke organisatie in het samenspel met externe partners en verstevig het interne samenspel.

Nieuwbouw

-

Bestaande bouw

-

Sociale huurwoningen

-

Sociale koopwoningen

-

Koopwoningen

-

Aansluiting vraag en aanbod

-

Doelgroepen

-

Kwantiteit woningvoorraad

-

Kwaliteit woningvoorraad

-

Woonruimteverdeling

-

Doorstroming

-

Prestaties Woonbeleid

-

Resultaat Woonbeleid

-

Effectiviteit Woonbeleid

-

Efficiëntie Woonbeleid

-

Breda (2021) (2021)

Wet- en regelgeving Woonbeleid

-

Beleid(sdoelen) Woonbeleid

  • Om de gestelde doelen van de gemeente Breda en de grote opgave die er ligt ten aanzien van kantoren beter te bereiken, raadt de Rekenkamer de gemeente Breda aan om de verouderde en leegstaande kantoren in Breda nog forser aan te pakken via een gericht op te stellen integraal plan (integrale gebiedsaanpak). De Rekenkamer doet daarom de aanbeveling aan de raad om het college te verzoeken om de leegstand en de verouderde kantoren forser aan te gaan pakken, de prioriteit ten aanzien van transformaties op te schroeven, daarin als gemeente zelf het goede voorbeeld te geven ten aanzien van leegstaand bezit en een integrale gebiedsaanpak op te gaan stellen en te gaan hanteren.

Budget

-

Begroting/Jaarverslag

-

Uitgaven

-

Sturende rol college

  • Voor een goed integraal zicht van de raad (en de gemeentelijke organisatie) op de gehele ruimtelijke programmering (waaronder de transformaties) en de realisatie hiervan (in combinatie met de financiële stand van zaken) raadt de Rekenkamer aan om jaarlijks weer een integraal MeerjarenProgramma Grondbeleid en ruimtelijke programmering (MPG) op te gaan stellen. De Rekenkamer doet daarom de aanbeveling aan de raad om het college te verzoeken om weer een dergelijk integraal MPG op te gaan stellen aan de hand waarvan de raad een beter en integraal overzicht krijgt en beter kan controleren.

Kaderstellende rol

  • Voor een goed integraal zicht van de raad (en de gemeentelijke organisatie) op de gehele ruimtelijke programmering (waaronder de transformaties) en de realisatie hiervan (in combinatie met de financiële stand van zaken) raadt de Rekenkamer aan om jaarlijks weer een integraal MeerjarenProgramma Grondbeleid en ruimtelijke programmering (MPG) op te gaan stellen. De Rekenkamer doet daarom de aanbeveling aan de raad om het college te verzoeken om weer een dergelijk integraal MPG op te gaan stellen aan de hand waarvan de raad een beter en integraal overzicht krijgt en beter kan controleren.
  • De Rekenkamer doet verder de aanbeveling aan de raad om in de Omgevingsvisie 2040 te waken voor overambitie en niet (opnieuw) een (over)programmering vanuit aanboddenken (wensdenken) en theoretische aannames omtrent groei in te zetten, in plaats van een ruimtelijke programmering vanuit de reële bestaande vraag. Het denken vanuit aanbod en theoretische aannames leidde in het verleden tot grote problemen en verliezen, met een grote negatieve weerslag op de stad. Dat geldt voor een overprogrammering van kantoren, maar ook voor een overprogrammering van (met name dure) woningen en van bedrijventerreinen.

Controlerende rol

  • Voor een goed integraal zicht van de raad (en de gemeentelijke organisatie) op de gehele ruimtelijke programmering (waaronder de transformaties) en de realisatie hiervan (in combinatie met de financiële stand van zaken) raadt de Rekenkamer aan om jaarlijks weer een integraal MeerjarenProgramma Grondbeleid en ruimtelijke programmering (MPG) op te gaan stellen. De Rekenkamer doet daarom de aanbeveling aan de raad om het college te verzoeken om weer een dergelijk integraal MPG op te gaan stellen aan de hand waarvan de raad een beter en integraal overzicht krijgt en beter kan controleren.

Monitoring

-

Evaluatie/onderzoek

-

Informatievoorziening sturing

-

Informatievoorziening kaderstelling

  • Voor een goed integraal zicht van de raad (en de gemeentelijke organisatie) op de gehele ruimtelijke programmering (waaronder de transformaties) en de realisatie hiervan (in combinatie met de financiële stand van zaken) raadt de Rekenkamer aan om jaarlijks weer een integraal MeerjarenProgramma Grondbeleid en ruimtelijke programmering (MPG) op te gaan stellen. De Rekenkamer doet daarom de aanbeveling aan de raad om het college te verzoeken om weer een dergelijk integraal MPG op te gaan stellen aan de hand waarvan de raad een beter en integraal overzicht krijgt en beter kan controleren.

Informatievoorziening controle

  • Voor een goed integraal zicht van de raad (en de gemeentelijke organisatie) op de gehele ruimtelijke programmering (waaronder de transformaties) en de realisatie hiervan (in combinatie met de financiële stand van zaken) raadt de Rekenkamer aan om jaarlijks weer een integraal MeerjarenProgramma Grondbeleid en ruimtelijke programmering (MPG) op te gaan stellen. De Rekenkamer doet daarom de aanbeveling aan de raad om het college te verzoeken om weer een dergelijk integraal MPG op te gaan stellen aan de hand waarvan de raad een beter en integraal overzicht krijgt en beter kan controleren.

Organisatie uitvoering Woonbeleid

-

Uitvoering Woonbeleid

  • Om de gestelde doelen van de gemeente Breda en de grote opgave die er ligt ten aanzien van kantoren beter te bereiken, raadt de Rekenkamer de gemeente Breda aan om de verouderde en leegstaande kantoren in Breda nog forser aan te pakken via een gericht op te stellen integraal plan (integrale gebiedsaanpak). De Rekenkamer doet daarom de aanbeveling aan de raad om het college te verzoeken om de leegstand en de verouderde kantoren forser aan te gaan pakken, de prioriteit ten aanzien van transformaties op te schroeven, daarin als gemeente zelf het goede voorbeeld te geven ten aanzien van leegstaand bezit en een integrale gebiedsaanpak op te gaan stellen en te gaan hanteren.

Prestatieafspraken

-

Samenwerking

-

Nieuwbouw

-

Bestaande bouw

-

Sociale huurwoningen

-

Sociale koopwoningen

-

Koopwoningen

-

Aansluiting vraag en aanbod

  • De Rekenkamer doet verder de aanbeveling aan de raad om in de Omgevingsvisie 2040 te waken voor overambitie en niet (opnieuw) een (over)programmering vanuit aanboddenken (wensdenken) en theoretische aannames omtrent groei in te zetten, in plaats van een ruimtelijke programmering vanuit de reële bestaande vraag. Het denken vanuit aanbod en theoretische aannames leidde in het verleden tot grote problemen en verliezen, met een grote negatieve weerslag op de stad. Dat geldt voor een overprogrammering van kantoren, maar ook voor een overprogrammering van (met name dure) woningen en van bedrijventerreinen.

Doelgroepen

-

Kwantiteit woningvoorraad

-

Kwaliteit woningvoorraad

-

Woonruimteverdeling

-

Doorstroming

-

Prestaties Woonbeleid

-

Resultaat Woonbeleid

-

Effectiviteit Woonbeleid

  • Om de gestelde doelen van de gemeente Breda en de grote opgave die er ligt ten aanzien van kantoren beter te bereiken, raadt de Rekenkamer de gemeente Breda aan om de verouderde en leegstaande kantoren in Breda nog forser aan te pakken via een gericht op te stellen integraal plan (integrale gebiedsaanpak). De Rekenkamer doet daarom de aanbeveling aan de raad om het college te verzoeken om de leegstand en de verouderde kantoren forser aan te gaan pakken, de prioriteit ten aanzien van transformaties op te schroeven, daarin als gemeente zelf het goede voorbeeld te geven ten aanzien van leegstaand bezit en een integrale gebiedsaanpak op te gaan stellen en te gaan hanteren.

Efficiëntie Woonbeleid

-

Brielle (2016) (2016)

Wet- en regelgeving Woonbeleid

-

Beleid(sdoelen) Woonbeleid

-

Budget

-

Begroting/Jaarverslag

-

Uitgaven

-

Sturende rol college

-

Kaderstellende rol

-

Controlerende rol

-

Monitoring

-

Evaluatie/onderzoek

-

Informatievoorziening sturing

-

Informatievoorziening kaderstelling

-

Informatievoorziening controle

  • Maak afspraken met het college over de vorm en inhoud van een periodieke verantwoordingsrapportage. Het verdient aanbeveling om concrete afspraken te maken met het college over de vorm en inhoud van een periodieke, bijvoorbeeld jaarlijkse, voortgangsrapportage. In de rapportage kan verantwoord worden over de voortgang van beleidsdoelstellingen en politieke doelstellingen. Tevens is er ruimte om aandacht te besteden aan de ontwikkelingen op de woningmarkt van Brielle en de regio. Met een dergelijke rapportage ontvangt de raad concrete en gebundelde informatie, waardoor hij zijn controlerende rol beter kan uitoefenen. Daarnaast faciliteert een periodieke voortgangsrapportage de raad en het college in het debat over de woonvisie.

Organisatie uitvoering Woonbeleid

-

Uitvoering Woonbeleid

-

Prestatieafspraken

-

Samenwerking

-

Nieuwbouw

-

Bestaande bouw

-

Sociale huurwoningen

-

Sociale koopwoningen

-

Koopwoningen

-

Aansluiting vraag en aanbod

-

Doelgroepen

-

Kwantiteit woningvoorraad

-

Kwaliteit woningvoorraad

-

Woonruimteverdeling

-

Doorstroming

-

Prestaties Woonbeleid

-

Resultaat Woonbeleid

-

Effectiviteit Woonbeleid

-

Efficiëntie Woonbeleid

-

Buren (2017) (2017)

Wet- en regelgeving Woonbeleid

-

Beleid(sdoelen) Woonbeleid

  • Wij adviseren u éénmaal per jaar uitspraak te doen over de actualiteit van de woonvisie en daarbij aan te geven of bijstelling naar uw oordeel noodzakelijk is. En zo ja, op welke thema’s en in welke (inhoudelijke) richting deze bijstelling van de woonvisie noodzakelijk is.

Budget

-

Begroting/Jaarverslag

-

Uitgaven

-

Sturende rol college

  • Wij adviseren u éénmaal per jaar uitspraak te doen over de actualiteit van de woonvisie en daarbij aan te geven of bijstelling naar uw oordeel noodzakelijk is. En zo ja, op welke thema’s en in welke (inhoudelijke) richting deze bijstelling van de woonvisie noodzakelijk is.
  • Wij adviseren u in samenspraak met het College expliciet te bepalen welke rol de raad heeft t.a.v. de prestatieafspraken en wanneer in het proces van totstandkoming van de prestatieafspraken de raad deze rol kan vervullen.
  • Wij adviseren u bij het in samenspraak bepalen van uw rol ten aanzien van de prestatieafspraken gebruik te maken van goede voorbeelden uit andere gemeenten.

Kaderstellende rol

  • Wij adviseren u éénmaal per jaar uitspraak te doen over de actualiteit van de woonvisie en daarbij aan te geven of bijstelling naar uw oordeel noodzakelijk is. En zo ja, op welke thema’s en in welke (inhoudelijke) richting deze bijstelling van de woonvisie noodzakelijk is.
  • Wij adviseren u in samenspraak met het College expliciet te bepalen welke rol de raad heeft t.a.v. de prestatieafspraken en wanneer in het proces van totstandkoming van de prestatieafspraken de raad deze rol kan vervullen.
  • Wij adviseren u bij het in samenspraak bepalen van uw rol ten aanzien van de prestatieafspraken gebruik te maken van goede voorbeelden uit andere gemeenten.
  • Wij adviseren u om – in het verlengde van de evaluatie van de prestatieafspraken 2017 – in samenspraak met het college te bepalen op welke wijze een proportionaliteitstoets van voorgenomen prestatieafspraken (voor 2018 e.v.) kan worden uitgevoerd.

Controlerende rol

  • Wij adviseren u éénmaal per jaar uitspraak te doen over de actualiteit van de woonvisie en daarbij aan te geven of bijstelling naar uw oordeel noodzakelijk is. En zo ja, op welke thema’s en in welke (inhoudelijke) richting deze bijstelling van de woonvisie noodzakelijk is.
  • Wij adviseren in de evaluatie van de prestatieafspraken 2017 te beoordelen in hoeverre sprake was van doelmatige en doeltreffende prestatieafspraken.
  • Wij adviseren u om – in het verlengde van de evaluatie van de prestatieafspraken 2017 – in samenspraak met het college te bepalen op welke wijze een proportionaliteitstoets van voorgenomen prestatieafspraken (voor 2018 e.v.) kan worden uitgevoerd.

Monitoring

-

Evaluatie/onderzoek

  • Wij adviseren in de evaluatie van de prestatieafspraken 2017 te beoordelen in hoeverre sprake was van doelmatige en doeltreffende prestatieafspraken.

Informatievoorziening sturing

-

Informatievoorziening kaderstelling

-

Informatievoorziening controle

-

Organisatie uitvoering Woonbeleid

-

Uitvoering Woonbeleid

-

Prestatieafspraken

  • Wij adviseren u in samenspraak met het College expliciet te bepalen welke rol de raad heeft t.a.v. de prestatieafspraken en wanneer in het proces van totstandkoming van de prestatieafspraken de raad deze rol kan vervullen.
  • Wij adviseren in de evaluatie van de prestatieafspraken 2017 te beoordelen in hoeverre sprake was van doelmatige en doeltreffende prestatieafspraken.
  • Wij adviseren u om – in het verlengde van de evaluatie van de prestatieafspraken 2017 – in samenspraak met het college te bepalen op welke wijze een proportionaliteitstoets van voorgenomen prestatieafspraken (voor 2018 e.v.) kan worden uitgevoerd.
  • Wij adviseren om in de toelichting bij toekomstige prestatieafspraken helder uiteen te zetten hoe deze prestatieafspraken passen in de context van lokale, regionale en nationale ontwikkelingen.

Samenwerking

-

Nieuwbouw

-

Bestaande bouw

-

Sociale huurwoningen

-

Sociale koopwoningen

-

Koopwoningen

-

Aansluiting vraag en aanbod

-

Doelgroepen

-

Kwantiteit woningvoorraad

-

Kwaliteit woningvoorraad

-

Woonruimteverdeling

-

Doorstroming

-

Prestaties Woonbeleid

-

Resultaat Woonbeleid

-

Effectiviteit Woonbeleid

  • Wij adviseren in de evaluatie van de prestatieafspraken 2017 te beoordelen in hoeverre sprake was van doelmatige en doeltreffende prestatieafspraken.

Efficiëntie Woonbeleid

  • Wij adviseren in de evaluatie van de prestatieafspraken 2017 te beoordelen in hoeverre sprake was van doelmatige en doeltreffende prestatieafspraken.

Delft (2020) (2020)

Wet- en regelgeving Woonbeleid

-

Beleid(sdoelen) Woonbeleid

-

Budget

-

Begroting/Jaarverslag

-

Uitgaven

-

Sturende rol college

  • Koers - om 15.000 woningen te realiseren in de periode 2017-2040 - op 130% van 15.000 woningen, ofwel 19.500 huizen.
  • Stuur op woningbouwdifferentiatie op de langere termijn, met het oog op de ambitie een inclusieve stad te realiseren.
  • Zorg gezamenlijk voor een zo evenwichtig mogelijke productie, vermijd grote schommelingen per jaar.
  • Raad: Stuur bewust en voorspelbaar, met ruimte voor uitvoeringsflexibiliteit. De gemeente is bij het onderwerp Woningbouw afhankelijk van een goede samenwerking met externen en moet daarbij flexibel kunnen inspelen op ontwikkelingen en actuele kansen. Daartoe heeft het college enige ruimte nodig, maar dient er ook duidelijkheid te zijn over de grenzen.

Kaderstellende rol

  • Koers - om 15.000 woningen te realiseren in de periode 2017-2040 - op 130% van 15.000 woningen, ofwel 19.500 huizen.
  • Stuur op woningbouwdifferentiatie op de langere termijn, met het oog op de ambitie een inclusieve stad te realiseren.
  • Stuur bewust en voorspelbaar, met ruimte voor uitvoeringsflexibiliteit. De gemeente is bij het onderwerp Woningbouw afhankelijk van een goede samenwerking met externen en moet daarbij flexibel kunnen inspelen op ontwikkelingen en actuele kansen. Daartoe heeft het college enige ruimte nodig, maar dient er ook duidelijkheid te zijn over de grenzen.

Controlerende rol

  • Stuur bewust en voorspelbaar, met ruimte voor uitvoeringsflexibiliteit. De gemeente is bij het onderwerp Woningbouw afhankelijk van een goede samenwerking met externen en moet daarbij flexibel kunnen inspelen op ontwikkelingen en actuele kansen. Daartoe heeft het college enige ruimte nodig, maar dient er ook duidelijkheid te zijn over de grenzen.

Monitoring

-

Evaluatie/onderzoek

-

Informatievoorziening sturing

-

Informatievoorziening kaderstelling

-

Informatievoorziening controle

-

Organisatie uitvoering Woonbeleid

-

Uitvoering Woonbeleid

-

Prestatieafspraken

-

Samenwerking

  • Vraag de marktpartijen zich te organiseren tot een ‘Woningbouwforum’ en overleg periodiek met dat forum.

Nieuwbouw

-

Bestaande bouw

-

Sociale huurwoningen

-

Sociale koopwoningen

-

Koopwoningen

-

Aansluiting vraag en aanbod

-

Doelgroepen

-

Kwantiteit woningvoorraad

  • Koers - om 15.000 woningen te realiseren in de periode 2017-2040 - op 130% van 15.000 woningen, ofwel 19.500 huizen.

Kwaliteit woningvoorraad

-

Woonruimteverdeling

-

Doorstroming

-

Prestaties Woonbeleid

-

Resultaat Woonbeleid

-

Effectiviteit Woonbeleid

-

Efficiëntie Woonbeleid

-

Dongen, Goirle, Loon op Zand (2018) (2018)

Wet- en regelgeving Woonbeleid

-

Beleid(sdoelen) Woonbeleid

  • Zet als raad de bestuurlijke instrumenten effectief in:
  • Overweeg om, in samenspraak met de woningcorporaties, het toewijzingssysteem te evalueren en hierover prestatieafspraken te maken.
  • Onderzoek de wenselijkheid van een huisvestingsverordening.
  • Bevorder de ‘slimme’ bouw en/of verkoop van goedkope koopwoningen in bestemmingsplannen, doelgroepenverordening en/of grondbeleid.

Budget

-

Begroting/Jaarverslag

-

Uitgaven

-

Sturende rol college

-

Kaderstellende rol

  • Wees u als raad bewust van de samenhangen in de woonsector (tussen inschrijftijd, zoektijd en woonwensen en tussen de sociale-huursector en de vrije sector)
  • Zet als raad de bestuurlijke instrumenten effectief in:
  • Overweeg om, in samenspraak met de woningcorporaties, het toewijzingssysteem te evalueren en hierover prestatieafspraken te maken.
  • Onderzoek de wenselijkheid van een huisvestingsverordening.
  • Bevorder de ‘slimme’ bouw en/of verkoop van goedkope koopwoningen in bestemmingsplannen, doelgroepenverordening en/of grondbeleid.

Controlerende rol

-

Monitoring

-

Evaluatie/onderzoek

  • Zet als raad de bestuurlijke instrumenten effectief in:
  • Overweeg om, in samenspraak met de woningcorporaties, het toewijzingssysteem te evalueren en hierover prestatieafspraken te maken.

Informatievoorziening sturing

-

Informatievoorziening kaderstelling

  • Zorg als raad voor voldoende informatie voor uzelf en voor woningzoekenden:
  • Laat u voeden met cijfers én verhalen van bewoners.
  • Vraag informatie over woningzoekenden.
  • Bied mensen die lang zoeken (meer) hulp en informatie aan.

Informatievoorziening controle

  • Zorg als raad voor voldoende informatie voor uzelf en voor woningzoekenden:
  • Laat u voeden met cijfers én verhalen van bewoners.
  • Vraag informatie over woningzoekenden.
  • Bied mensen die lang zoeken (meer) hulp en informatie aan.

Organisatie uitvoering Woonbeleid

-

Uitvoering Woonbeleid

-

Prestatieafspraken

  • Zet als raad de bestuurlijke instrumenten effectief in:
  • Overweeg om, in samenspraak met de woningcorporaties, het toewijzingssysteem te evalueren en hierover prestatieafspraken te maken.

Samenwerking

-

Nieuwbouw

-

Bestaande bouw

-

Sociale huurwoningen

-

Sociale koopwoningen

  • Zet als raad de bestuurlijke instrumenten effectief in:
  • Bevorder de ‘slimme’ bouw en/of verkoop van goedkope koopwoningen in bestemmingsplannen, doelgroepenverordening en/of grondbeleid.

Koopwoningen

  • Zet als raad de bestuurlijke instrumenten effectief in:
  • Bevorder de ‘slimme’ bouw en/of verkoop van goedkope koopwoningen in bestemmingsplannen, doelgroepenverordening en/of grondbeleid.

Aansluiting vraag en aanbod

-

Doelgroepen

  • Zet als raad de bestuurlijke instrumenten effectief in:
  • Bevorder de ‘slimme’ bouw en/of verkoop van goedkope koopwoningen in bestemmingsplannen, doelgroepenverordening en/of grondbeleid.

Kwantiteit woningvoorraad

-

Kwaliteit woningvoorraad

-

Woonruimteverdeling

  • Zet als raad de bestuurlijke instrumenten effectief in:
  • Overweeg om, in samenspraak met de woningcorporaties, het toewijzingssysteem te evalueren en hierover prestatieafspraken te maken.

Doorstroming

-

Prestaties Woonbeleid

-

Resultaat Woonbeleid

-

Effectiviteit Woonbeleid

-

Efficiëntie Woonbeleid

-

Groene Hart (2021) (2021)

Wet- en regelgeving Woonbeleid

Zuidplas, Waddinxveen, Gouda, Bodengrave-Reeuwijk:

  • Benut kansen die Omgevingswet biedt voor integrale en gebiedsgerichte werkwijze.

Beleid(sdoelen) Woonbeleid

Zuidplas, Waddinxveen, Gouda, Bodengrave-Reeuwijk:

  • Ga door met uitvoering van kwantitatieve en kwalitatieve doelstellingen.
  • Houd rekening met verandering en programmeer adaptief.
    Waddinxveen, Gouda, Bodengrave-Reeuwijk:
  • Prioriteer kwalitatieve doelen en borg deze op gemeenteniveau.
    Zuidplas:
    Prioriteer kwalitatieve doelen (betaalbaarheid) en borg deze op gemeenteniveau.

Budget

-

Begroting/Jaarverslag

-

Uitgaven

-

Sturende rol college

Zuidplas, Waddinxveen, Gouda, Bodengrave-Reeuwijk:

  • Houd rekening met verandering en programmeer adaptief.
  • Breng gemeenteraad in positie om integrale afwegingen te kunnen maken.
  • Zet in op snelle bouwproductie en meer ambtelijke uitvoeringscapaciteit.
    Waddinxveen, Gouda, Bodengrave-Reeuwijk:
  • Prioriteer kwalitatieve doelen en borg deze op gemeenteniveau.
    Zuidplas:
    Prioriteer kwalitatieve doelen (betaalbaarheid) en borg deze op gemeenteniveau.

Kaderstellende rol

"Zuidplas, Waddinxveen, Gouda, Bodengrave-Reeuwijk:

  • Breng gemeenteraad in positie om integrale afwegingen te kunnen maken.
    Waddinxveen, Gouda, Bodengrave-Reeuwijk:
  • Prioriteer kwalitatieve doelen en borg deze op gemeenteniveau.
    Zuidplas:
    Prioriteer kwalitatieve doelen (betaalbaarheid) en borg deze op gemeenteniveau."

Controlerende rol

Zuidplas, Waddinxveen, Gouda, Bodengrave-Reeuwijk:

  • Breng gemeenteraad in positie om integrale afwegingen te kunnen maken.

Monitoring

Zuidplas, Waddinxveen, Gouda, Bodengrave-Reeuwijk:

  • Maak meer werk van structurele monitoring toekomstbestendigheid voorraad.

Evaluatie/onderzoek

-

Informatievoorziening sturing

-

Informatievoorziening kaderstelling

-

Informatievoorziening controle

-

Organisatie uitvoering Woonbeleid

Zuidplas, Waddinxveen, Gouda, Bodengrave-Reeuwijk:

  • Houd rekening met verandering en programmeer adaptief.
  • Zet in op snelle bouwproductie en meer ambtelijke uitvoeringscapaciteit.

Uitvoering Woonbeleid

Zuidplas, Waddinxveen, Gouda, Bodengrave-Reeuwijk:

  • Ga door met uitvoering van kwantitatieve en kwalitatieve doelstellingen.
  • Houd rekening met verandering en programmeer adaptief.
  • Zet in op snelle bouwproductie en meer ambtelijke uitvoeringscapaciteit.
    Waddinxveen, Gouda, Bodengrave-Reeuwijk:
  • Prioriteer kwalitatieve doelen en borg deze op gemeenteniveau.
    Zuidplas:
    Prioriteer kwalitatieve doelen (betaalbaarheid) en borg deze op gemeenteniveau."

Prestatieafspraken

-

Samenwerking

-

Nieuwbouw

-

Bestaande bouw

-

Sociale huurwoningen

-

Sociale koopwoningen

-

Koopwoningen

-

Aansluiting vraag en aanbod

-

Doelgroepen

-

Kwantiteit woningvoorraad

-

Kwaliteit woningvoorraad

-

Woonruimteverdeling

-

Doorstroming

-

Prestaties Woonbeleid

-

Resultaat Woonbeleid

-

Effectiviteit Woonbeleid

-

Efficiëntie Woonbeleid

-

Haarlemmermeer (2017) (2017)

Wet- en regelgeving Woonbeleid

-

Beleid(sdoelen) Woonbeleid

  • Geef het college opdracht de regionale ontwikkelingen en beleidsdoelen te vertalen naar de lokale situatie in Haarlemmermeer op basis van de woningbehoefte - nu en in de toekomst - naar doelgroep en woningtype en in kwalitatieve en kwantitatieve zin. Dit geeft een basis voor:
  • Het makkelijker voorleggen en onderbouwen van keuzes rondom de kwantitatieve en kwalitatieve programmering op beleids- en projectniveau aan de raad. Bouw hierbij voort op de beschikbare afwegingskaders voor de woningproductie.
  • Proactief in plaats van reactief handelen (al blijven er altijd onverwachte omstandigheden bestaan waarop de gemeente moet inspelen).
  • Scherpere onderhandelingen met ontwikkelende partijen waarbij de gemeente gebruik gaat maken van harde sturingsinstrumenten zoals het grondbeleid en het bestemmingsplan.
  • Het beter benutten van het instrument ‘prestatieafspraken’. Scherpere keuzes van de gemeente in het woonbeleid zorgen waarschijnlijk vanzelf voor concretere en meer SMART geformuleerde prestatieafspraken.
  • Geef het college opdracht om in de beleidscyclus enelk beleidsstuk steeds de relatie tussen de beleidsdoelen, de instrumenten, de prestatie-indicatoren en de resultaten te leggen en op projectniveau aan te geven hoe deze inspanningen zich tot de doelen verhouden. Dit geeft overzicht en houvast voor de gemeenteraad en de samenwerkingspartners in het maken van keuzes of stellen van prioriteiten, controle en bijsturing.

Budget

-

Begroting/Jaarverslag

-

Uitgaven

-

Sturende rol college

  • Geef het college opdracht de regionale ontwikkelingen en beleidsdoelen te vertalen naar de lokale situatie in Haarlemmermeer op basis van de woningbehoefte - nu en in de toekomst - naar doelgroep en woningtype en in kwalitatieve en kwantitatieve zin. Dit geeft een basis voor:
  • Het makkelijker voorleggen en onderbouwen van keuzes rondom de kwantitatieve en kwalitatieve programmering op beleids- en projectniveau aan de raad. Bouw hierbij voort op de beschikbare afwegingskaders voor de woningproductie.
  • Proactief in plaats van reactief handelen (al blijven er altijd onverwachte omstandigheden bestaan waarop de gemeente moet inspelen).
  • Scherpere onderhandelingen met ontwikkelende partijen waarbij de gemeente gebruik gaat maken van harde sturingsinstrumenten zoals het grondbeleid en het bestemmingsplan.
  • Het beter benutten van het instrument ‘prestatieafspraken’. Scherpere keuzes van de gemeente in het woonbeleid zorgen waarschijnlijk vanzelf voor concretere en meer SMART geformuleerde prestatieafspraken.
  • Geef het college opdracht de raadte betrekken bij het maken van prestatieafspraken met de woningcorporaties. In een dergelijke opzet komt de raad tot een (meer)jaarlijkse cyclus waarin hij op basis van de jaarlijkse monitor (BVR, het Meerjarenperspectief Grondzaken (MPG) en de monitor prestatieafspraken) aan het college kaders meegeeft en daarmee ‘aan de knoppen zit’. Het college maakt op basis hiervan afspraken met de woningcorporaties en huurdersorganisaties. De raad kan hierbij tevens aangeven welke onderhandelingsruimte hij het college vooraf meegeeft en afspreken dat het college bij grotere afwijkingen bij de gemeenteraad terugkomt.

Kaderstellende rol

  • Geef het college opdracht de regionale ontwikkelingen en beleidsdoelen te vertalen naar de lokale situatie in Haarlemmermeer op basis van de woningbehoefte - nu en in de toekomst - naar doelgroep en woningtype en in kwalitatieve en kwantitatieve zin. Dit geeft een basis voor:
  • Het makkelijker voorleggen en onderbouwen van keuzes rondom de kwantitatieve en kwalitatieve programmering op beleids- en projectniveau aan de raad. Bouw hierbij voort op de beschikbare afwegingskaders voor de woningproductie.
  • Proactief in plaats van reactief handelen (al blijven er altijd onverwachte omstandigheden bestaan waarop de gemeente moet inspelen).
  • Scherpere onderhandelingen met ontwikkelende partijen waarbij de gemeente gebruik gaat maken van harde sturingsinstrumenten zoals het grondbeleid en het bestemmingsplan.
  • Het beter benutten van het instrument ‘prestatieafspraken’. Scherpere keuzes van de gemeente in het woonbeleid zorgen waarschijnlijk vanzelf voor concretere en meer SMART geformuleerde prestatieafspraken.
  • Geef het college opdracht de raadte betrekken bij het maken van prestatieafspraken met de woningcorporaties. In een dergelijke opzet komt de raad tot een (meer)jaarlijkse cyclus waarin hij op basis van de jaarlijkse monitor (BVR, het Meerjarenperspectief Grondzaken (MPG) en de monitor prestatieafspraken) aan het college kaders meegeeft en daarmee ‘aan de knoppen zit’. Het college maakt op basis hiervan afspraken met de woningcorporaties en huurdersorganisaties. De raad kan hierbij tevens aangeven welke onderhandelingsruimte hij het college vooraf meegeeft en afspreken dat het college bij grotere afwijkingen bij de gemeenteraad terugkomt.
  • Geef het college opdracht om in de beleidscyclus enelk beleidsstuk steeds de relatie tussen de beleidsdoelen, de instrumenten, de prestatie-indicatoren en de resultaten te leggen en op projectniveau aan te geven hoe deze inspanningen zich tot de doelen verhouden. Dit geeft overzicht en houvast voor de gemeenteraad en de samenwerkingspartners in het maken van keuzes of stellen van prioriteiten, controle en bijsturing.

Controlerende rol

  • Geef het college opdracht om in de beleidscyclus enelk beleidsstuk steeds de relatie tussen de beleidsdoelen, de instrumenten, de prestatie-indicatoren en de resultaten te leggen en op projectniveau aan te geven hoe deze inspanningen zich tot de doelen verhouden. Dit geeft overzicht en houvast voor de gemeenteraad en de samenwerkingspartners in het maken van keuzes of stellen van prioriteiten, controle en bijsturing.

Monitoring

-

Evaluatie/onderzoek

-

Informatievoorziening sturing

-

Informatievoorziening kaderstelling

  • Geef het college opdracht om in de beleidscyclus en elk beleidsstuk steeds de relatie tussen de beleidsdoelen, de instrumenten, de prestatie-indicatoren en de resultaten te leggen en op projectniveau aan te geven hoe deze inspanningen zich tot de doelen verhouden. Dit geeft overzicht en houvast voor de gemeenteraad en de samenwerkingspartners in het maken van keuzes of stellen van prioriteiten, controle en bijsturing.

Informatievoorziening controle

  • Geef het college opdracht om in de beleidscyclus enelk beleidsstuk steeds de relatie tussen de beleidsdoelen, de instrumenten, de prestatie-indicatoren en de resultaten te leggen en op projectniveau aan te geven hoe deze inspanningen zich tot de doelen verhouden. Dit geeft overzicht en houvast voor de gemeenteraad en de samenwerkingspartners in het maken van keuzes of stellen van prioriteiten, controle en bijsturing.
  • Geef het college opdracht de Bestuurlijke Voortgangs Rapportage (BVR) 2018 (meerjarig) beter te structureren, met een heldere terugkoppeling over de realisatie van de gestelde doelen, dan wel afwijkingen hierin en een helder inzicht in de kwalitatieve en kwantitatieve ontwikkeling van de woningvoorraad.

Organisatie uitvoering Woonbeleid

  • Geef het college opdracht de regionale ontwikkelingen en beleidsdoelen te vertalen naar de lokale situatie in Haarlemmermeer op basis van de woningbehoefte - nu en in de toekomst - naar doelgroep en woningtype en in kwalitatieve en kwantitatieve zin. Dit geeft een basis voor:
  • Het makkelijker voorleggen en onderbouwen van keuzes rondom de kwantitatieve en kwalitatieve programmering op beleids- en projectniveau aan de raad. Bouw hierbij voort op de beschikbare afwegingskaders voor de woningproductie.
  • Proactief in plaats van reactief handelen (al blijven er altijd onverwachte omstandigheden bestaan waarop de gemeente moet inspelen).
  • Scherpere onderhandelingen met ontwikkelende partijen waarbij de gemeente gebruik gaat maken van harde sturingsinstrumenten zoals het grondbeleid en het bestemmingsplan.
  • Het beter benutten van het instrument ‘prestatieafspraken’. Scherpere keuzes van de gemeente in het woonbeleid zorgen waarschijnlijk vanzelf voor concretere en meer SMART geformuleerde prestatieafspraken.

Uitvoering Woonbeleid

-

Prestatieafspraken

  • Geef het college opdracht de regionale ontwikkelingen en beleidsdoelen te vertalen naar de lokale situatie in Haarlemmermeer op basis van de woningbehoefte - nu en in de toekomst - naar doelgroep en woningtype en in kwalitatieve en kwantitatieve zin. Dit geeft een basis voor:
  • Het beter benutten van het instrument ‘prestatieafspraken’. Scherpere keuzes van de gemeente in het woonbeleid zorgen waarschijnlijk vanzelf voor concretere en meer SMART geformuleerde prestatieafspraken.
  • Geef het college opdracht de raadte betrekken bij het maken van prestatieafspraken met de woningcorporaties. In een dergelijke opzet komt de raad tot een (meer)jaarlijkse cyclus waarin hij op basis van de jaarlijkse monitor (BVR, het Meerjarenperspectief Grondzaken (MPG) en de monitor prestatieafspraken) aan het college kaders meegeeft en daarmee ‘aan de knoppen zit’. Het college maakt op basis hiervan afspraken met de woningcorporaties en huurdersorganisaties. De raad kan hierbij tevens aangeven welke onderhandelingsruimte hij het college vooraf meegeeft en afspreken dat het college bij grotere afwijkingen bij de gemeenteraad terugkomt.

Samenwerking

-

Nieuwbouw

-

Bestaande bouw

-

Sociale huurwoningen

-

Sociale koopwoningen

-

Koopwoningen

-

Aansluiting vraag en aanbod

-

Doelgroepen

-

Kwantiteit woningvoorraad

  • Geef het college opdracht de regionale ontwikkelingen en beleidsdoelen te vertalen naar de lokale situatie in Haarlemmermeer op basis van de woningbehoefte - nu en in de toekomst - naar doelgroep en woningtype en in kwalitatieve en kwantitatieve zin. Dit geeft een basis voor:
  • Het makkelijker voorleggen en onderbouwen van keuzes rondom de kwantitatieve en kwalitatieve programmering op beleids- en projectniveau aan de raad. Bouw hierbij voort op de beschikbare afwegingskaders voor de woningproductie.

Kwaliteit woningvoorraad

  • Geef het college opdracht de regionale ontwikkelingen en beleidsdoelen te vertalen naar de lokale situatie in Haarlemmermeer op basis van de woningbehoefte - nu en in de toekomst - naar doelgroep en woningtype en in kwalitatieve en kwantitatieve zin. Dit geeft een basis voor:
  • Het makkelijker voorleggen en onderbouwen van keuzes rondom de kwantitatieve en kwalitatieve programmering op beleids- en projectniveau aan de raad. Bouw hierbij voort op de beschikbare afwegingskaders voor de woningproductie.

Woonruimteverdeling

-

Doorstroming

-

Prestaties Woonbeleid

-

Resultaat Woonbeleid

-

Effectiviteit Woonbeleid

-

Efficiëntie Woonbeleid

-

Heerenveen (2021) (2021)

Wet- en regelgeving Woonbeleid

-

Beleid(sdoelen) Woonbeleid

  • Formuleer de doelstellingen in de Woonvisie, hierna Omgevingsvisie of programma- zodanig dat objectief en op eenvoudige wijze kan worden vastgesteld of de doelstellingen zijn gerealiseerd. Koppel streefcijfers aan doelstellingen.

Budget

-

Begroting/Jaarverslag

-

Uitgaven

-

Sturende rol college

-

Kaderstellende rol

-

Controlerende rol

-

Monitoring

  • Monitor de resultaten van de jaarlijkse prestatieafspraken, benoem de afwijkingen en biedt inzicht in de oorzaken daarvan. Leg de uitkomsten daarvan voor aan de raad en ga daarover met de raad in gesprek

Evaluatie/onderzoek

-

Informatievoorziening sturing

-

Informatievoorziening kaderstelling

-

Informatievoorziening controle

  • Monitor de resultaten van de jaarlijkse prestatieafspraken, benoem de afwijkingen en biedt inzicht in de oorzaken daarvan. Leg de uitkomsten daarvan voor aan de raad en ga daarover met de raad in gesprek

Organisatie uitvoering Woonbeleid

-

Uitvoering Woonbeleid

-

Prestatieafspraken

  • Stel reële ambities in de prestatieafspraken op en leg als gemeente de lat niet te hoog (optie: wederkerigheid inbouwen door als gemeente ook met een bod te komen qua prestaties).
  • Betrek zorginstellingen en zorgaanbieders bij het formuleren en uitvoeren van prestatieafspraken op het thema wonen-welzijn-zorg. Dit vergroot de kans op realisatie van deze prestatieafspraak;

Samenwerking

  • Stel reële ambities in de prestatieafspraken op en leg als gemeente de lat niet te hoog (optie: wederkerigheid inbouwen door als gemeente ook met een bod te komen qua prestaties).
  • Betrek zorginstellingen en zorgaanbieders bij het formuleren en uitvoeren van prestatieafspraken op het thema wonen-welzijn-zorg. Dit vergroot de kans op realisatie van deze prestatieafspraak;

Nieuwbouw

-

Bestaande bouw

-

Sociale huurwoningen

-

Sociale koopwoningen

-

Koopwoningen

-

Aansluiting vraag en aanbod

-

Doelgroepen

  • Betrek zorginstellingen en zorgaanbieders bij het formuleren en uitvoeren van prestatieafspraken op het thema wonen-welzijn-zorg. Dit vergroot de kans op realisatie van deze prestatieafspraak.

Kwantiteit woningvoorraad

-

Kwaliteit woningvoorraad

-

Woonruimteverdeling

-

Doorstroming

-

Prestaties Woonbeleid

-

Resultaat Woonbeleid

-

Effectiviteit Woonbeleid

-

Efficiëntie Woonbeleid

-

Heusden (2017) (2017)

Wet- en regelgeving Woonbeleid

  • Investeer in uw kennisniveau ten aanzien van de Woningwet 2015. Organiseer bijvoorbeeld een informatieve bijeenkomst waarin de hoofdlijnen van de nieuwe wet worden uitgelegd en waarin Woonveste aangeeft op welke manier zij invulling geeft aan de taak die de nieuwe wet haar biedt.

Beleid(sdoelen) Woonbeleid

  • Stel vast wat u de komende jaren op het gebied van wonen wil bereiken, mede in het licht van veranderde wettelijke kaders en sociaal-economische ontwikkelingen.
  • Stel daartoe concrete kaders vast, in termen van kwantiteiten en kwaliteiten en – voor zover mogelijk en nodig – ook in termen van financiën. De woonvisie is dan het sturingsinstrument voor het lokale woonbeleid, zodat:
  • deze vertaald wordt naar aanpalende beleidsvelden, zoals welzijn en zorg, leefbaarheid, veiligheid, openbare ruimte, grondbeleid, wijkaanpak, energiebeleid, e.d.
  • op basis van de woonvisie prestatieafspraken worden gemaakt, verder te vertalen in concrete (bouw)projecten.
  • deze binnen de gemeentelijke organisatie leidend is.
  • de uitvoering wordt geborgd middels monitoring en verantwoording.
  • Herstel de koppeling tussen de Woonvisie Heusden 2014/2024 Dromen waarmaken en de woningbouwprojecten.
  • Betrek maatschappelijke partijen en marktpartijen bij de herijking van de woonvisie.
  • Draag het college op een- of tweemaal per jaar met maatschappelijke partijen en marktpartijen de actuele ontwikkelingen te bespreken en te analyseren, zodat de gemeente in staat is beargumenteerd te komen tot herijking van de woonvisie, zodat deze actueel blijft.
  • Draag het college op een systeem van monitoring te maken om op een systematische wijze te toetsen in hoeverre de uitvoering van de woonvisie leidt tot de beoogde resultaten en of het noodzakelijk is te komen tot aanpassing van het beleid of de wijze van uitvoering.

Budget

-

Begroting/Jaarverslag

-

Uitgaven

-

Sturende rol college

  • Stel vast wat u de komende jaren op het gebied van wonen wil bereiken, mede in het licht van veranderde wettelijke kaders en sociaal-economische ontwikkelingen.
  • Stel daartoe concrete kaders vast, in termen van kwantiteiten en kwaliteiten en – voor zover mogelijk en nodig – ook in termen van financiën. De woonvisie is dan het sturingsinstrument voor het lokale woonbeleid, zodat:
  • deze vertaald wordt naar aanpalende beleidsvelden, zoals welzijn en zorg, leefbaarheid, veiligheid, openbare ruimte, grondbeleid, wijkaanpak, energiebeleid, e.d.
  • op basis van de woonvisie prestatieafspraken worden gemaakt, verder te vertalen in concrete (bouw)projecten.
  • deze binnen de gemeentelijke organisatie leidend is.
  • de uitvoering wordt geborgd middels monitoring en verantwoording.
  • Draag het college op jaarlijks een werk- of uitvoeringsprogramma op te stellen voor het uitzetten van een duidelijke koers en om met u te bespreken.
  • Draag het college op in te zetten op planaanbod voor woningbouw, zodat (tijdig) nieuwe plancapaciteit wordt aangemaakt of plannen in de tijd worden geherpositioneerd.
  • Herstel zicht op uitvoering van regionale afspraken
  • Draag het college op als onderdeel van het jaarlijks op te stellen werk- of uitvoeringsprogramma aan te geven welke afspraken in regionaal verband zijn gemaakt en op welke wijze die worden uitgevoerd.

Kaderstellende rol

  • Stel vast wat u de komende jaren op het gebied van wonen wil bereiken, mede in het licht van veranderde wettelijke kaders en sociaal-economische ontwikkelingen.
  • Stel daartoe concrete kaders vast, in termen van kwantiteiten en kwaliteiten en – voor zover mogelijk en nodig – ook in termen van financiën. De woonvisie is dan het sturingsinstrument voor het lokale woonbeleid, zodat:
  • deze vertaald wordt naar aanpalende beleidsvelden, zoals welzijn en zorg, leefbaarheid, veiligheid, openbare ruimte, grondbeleid, wijkaanpak, energiebeleid, e.d.
  • op basis van de woonvisie prestatieafspraken worden gemaakt, verder te vertalen in concrete (bouw)projecten.
  • deze binnen de gemeentelijke organisatie leidend is.
  • de uitvoering wordt geborgd middels monitoring en verantwoording.
  • Draag het college op jaarlijks een werk- of uitvoeringsprogramma op te stellen voor het uitzetten van een duidelijke koers en om met u te bespreken.
  • Draag het college op in te zetten op planaanbod voor woningbouw, zodat (tijdig) nieuwe plancapaciteit wordt aangemaakt of plannen in de tijd worden geherpositioneerd.

Controlerende rol

  • Draag het college op een systeem van monitoring te maken om op een systematische wijze te toetsen in hoeverre de uitvoering van de woonvisie leidt tot de beoogde resultaten en of het noodzakelijk is te komen tot aanpassing van het beleid of de wijze van uitvoering.
  • Herstel zicht op uitvoering van regionale afspraken
  • Draag het college op als onderdeel van het jaarlijks op te stellen werk- of uitvoeringsprogramma aan te geven welke afspraken in regionaal verband zijn gemaakt en op welke wijze die worden uitgevoerd.

Monitoring

  • Stel daartoe concrete kaders vast, in termen van kwantiteiten en kwaliteiten en – voor zover mogelijk en nodig – ook in termen van financiën. De woonvisie is dan het sturingsinstrument voor het lokale woonbeleid, zodat:
  • de uitvoering wordt geborgd middels monitoring en verantwoording.
  • Construeer een systeem voor monitoring.
  • Draag het college op een systeem van monitoring te maken om op een systematische wijze te toetsen in hoeverre de uitvoering van de woonvisie leidt tot de beoogde resultaten en of het noodzakelijk is te komen tot aanpassing van het beleid of de wijze van uitvoering.

Evaluatie/onderzoek

  • Evalueer de Woonvisie Heusden 2014/2024 Dromen waarmaken, zowel naar inhoud als proces.

Informatievoorziening sturing

  • Draag het college op een- of tweemaal per jaar met maatschappelijke partijen en marktpartijen de actuele ontwikkelingen te bespreken en te analyseren, zodat de gemeente in staat is beargumenteerd te komen tot herijking van de woonvisie, zodat deze actueel blijft.
  • Draag het college op u te informeren over de resultaten hiervan.
  • Draag het college op een systeem van monitoring te maken om op een systematische wijze te toetsen in hoeverre de uitvoering van de woonvisie leidt tot de beoogde resultaten en of het noodzakelijk is te komen tot aanpassing van het beleid of de wijze van uitvoering.

Informatievoorziening kaderstelling

  • Investeer in uw kennisniveau ten aanzien van de Woningwet 2015. Organiseer bijvoorbeeld een informatieve bijeenkomst waarin de hoofdlijnen van de nieuwe wet worden uitgelegd en waarin Woonveste aangeeft op welke manier zij invulling geeft aan de taak die de nieuwe wet haar biedt.

Informatievoorziening controle

  • Draag het college op een- of tweemaal per jaar met maatschappelijke partijen en marktpartijen de actuele ontwikkelingen te bespreken en te analyseren, zodat de gemeente in staat is beargumenteerd te komen tot herijking van de woonvisie, zodat deze actueel blijft.
  • Draag het college op u te informeren over de resultaten hiervan.
  • Draag het college op een systeem van monitoring te maken om op een systematische wijze te toetsen in hoeverre de uitvoering van de woonvisie leidt tot de beoogde resultaten en of het noodzakelijk is te komen tot aanpassing van het beleid of de wijze van uitvoering.
  • Draag het college op u te informeren over de resultaten hiervan.
  • Kom tot afspraken met het college over de informatievoorziening.
  • Maak bij het ontbreken van een uitgeschreven besturingsmodel afspraken over de wijze van informatievoorziening aan de raad, zowel ten aanzien van de inhoud van de informatie (op hoofdlijnen over de uitvoering van de speerpunten van beleid dan wel per project), de frequentie (eens per jaar of desgewenst vaker), als over de vorm (middels afzonderlijke informatieve notities dan wel in het kader van de reguliere planning & controlcyclus).

Organisatie uitvoering Woonbeleid

  • Stel daartoe concrete kaders vast, in termen van kwantiteiten en kwaliteiten en – voor zover mogelijk en nodig – ook in termen van financiën. De woonvisie is dan het sturingsinstrument voor het lokale woonbeleid, zodat:
  • deze vertaald wordt naar aanpalende beleidsvelden, zoals welzijn en zorg, leefbaarheid, veiligheid, openbare ruimte, grondbeleid, wijkaanpak, energiebeleid, e.d.
  • op basis van de woonvisie prestatieafspraken worden gemaakt, verder te vertalen in concrete (bouw)projecten.
  • deze binnen de gemeentelijke organisatie leidend is.
  • de uitvoering wordt geborgd middels monitoring en verantwoording.
  • Herstel de koppeling tussen de Woonvisie Heusden 2014/2024 Dromen waarmaken en de woningbouwprojecten.
  • Draag het college op jaarlijks een werk- of uitvoeringsprogramma op te stellen voor het uitzetten van een duidelijke koers en om met u te bespreken.
  • Draag het college op in te zetten op planaanbod voor woningbouw, zodat (tijdig) nieuwe plancapaciteit wordt aangemaakt of plannen in de tijd worden geherpositioneerd.
  • Draag het college op als onderdeel van het jaarlijks op te stellen werk- of uitvoeringsprogramma aan te geven welke afspraken in regionaal verband zijn gemaakt en op welke wijze die worden uitgevoerd.

Uitvoering Woonbeleid

  • Draag het college op als onderdeel van het jaarlijks op te stellen werk- of uitvoeringsprogramma aan te geven welke afspraken in regionaal verband zijn gemaakt en op welke wijze die worden uitgevoerd.

Prestatieafspraken

  • Stel daartoe concrete kaders vast, in termen van kwantiteiten en kwaliteiten en – voor zover mogelijk en nodig – ook in termen van financiën. De woonvisie is dan het sturingsinstrument voor het lokale woonbeleid, zodat:
  • op basis van de woonvisie prestatieafspraken worden gemaakt, verder te vertalen in concrete (bouw)projecten.

Samenwerking

-

Nieuwbouw

-

Bestaande bouw

-

Sociale huurwoningen

-

Sociale koopwoningen

-

Koopwoningen

-

Aansluiting vraag en aanbod

-

Doelgroepen

-

Kwantiteit woningvoorraad

-

Kwaliteit woningvoorraad

-

Woonruimteverdeling

-

Doorstroming

-

Prestaties Woonbeleid

-

Resultaat Woonbeleid

  • Draag het college op een systeem van monitoring te maken om op een systematische wijze te toetsen in hoeverre de uitvoering van de woonvisie leidt tot de beoogde resultaten en of het noodzakelijk is te komen tot aanpassing van het beleid of de wijze van uitvoering.
  • Draag het college op u te informeren over de resultaten hiervan.

Effectiviteit Woonbeleid

-

Efficiëntie Woonbeleid

-

Hillegom en Lisse (2020) (2020)

Wet- en regelgeving Woonbeleid

-

Beleid(sdoelen) Woonbeleid

  • Indien de gemeenten effectief starters willen ondersteunen moeten zij beleid formuleren dat helder en concreet is en is gericht om groep waar het over gaat: starters.
  • Gezien de beperkte middelen en instrumenten die de gemeenten tot hun beschikking hebben is enige bescheidenheid op zijn plaats voor wat betreft de mate waarin de gemeenten kunnen sturen.
  • Indien de gemeenten inzicht willen krijgen in de resultaten van hun beleid moeten zij heldere beleidsdoelstellingen formuleren en de instrumenten moeten inrichten om de effecten te meten, zoals vestiging van starters en doorstromers monitoren.

Budget

  • Gezien de beperkte middelen en instrumenten die de gemeenten tot hun beschikking hebben is enige bescheidenheid op zijn plaats voor wat betreft de mate waarin de gemeenten kunnen sturen.

Begroting/Jaarverslag

-

Uitgaven

-

Sturende rol college

  • Gezien de beperkte middelen en instrumenten die de gemeenten tot hun beschikking hebben is enige bescheidenheid op zijn plaats voor wat betreft de mate waarin de gemeenten kunnen sturen.
  • Specifiek voor Lisse: Ten aanzien van de starterslening zal het ophogen van het maximum aankoopbedrag van een huis in Lisse tot de NHG-grens mogelijk leiden tot meer aangevraagde en verstrekte startersleningen. Ook het beschikbaar maken van meer startersleningen en het loslaten van de vaste aantallen per categorie zullen mogelijk resulteren in meer verstrekte startersleningen. Ook een verhoging van het maximumbedrag van de lening tot €50.000 behoort tot de mogelijkheden.

Kaderstellende rol

  • Gezien de beperkte middelen en instrumenten die de gemeenten tot hun beschikking hebben is enige bescheidenheid op zijn plaats voor wat betreft de mate waarin de gemeenten kunnen sturen.
  • Specifiek voor Lisse: Ten aanzien van de starterslening zal het ophogen van het maximum aankoopbedrag van een huis in Lisse tot de NHG-grens mogelijk leiden tot meer aangevraagde en verstrekte startersleningen. Ook het beschikbaar maken van meer startersleningen en het loslaten van de vaste aantallen per categorie zullen mogelijk resulteren in meer verstrekte startersleningen. Ook een verhoging van het maximumbedrag van de lening tot €50.000 behoort tot de mogelijkheden.

Controlerende rol

-

Monitoring

  • Indien de gemeenten inzicht willen krijgen in de resultaten van hun beleid moeten zij heldere beleidsdoelstellingen formuleren en de instrumenten moeten inrichten om de effecten te meten, zoals vestiging van starters en doorstromers monitoren.
  • Een mogelijkheid om de huisvesting van starters te volgen is om onderzoek te doen bij specifieke nieuwbouwprojecten. Ook het WoOn kan hiervoor gebruikt worden.
  • Het oversamplede WoON is ongeschikt voor de analyse van verhuisdynamiek van kleine doelgroepen. Een andere mogelijkheid is om de verhuisketen te achterhalen. Monitor alle verhuizingen in elke gemeente vanaf 1 januari 2015, bepaal welk huis verlaten is en door wie, bepaal welk nieuw huishouden in die woning is gaan wonen. Zo kan men de doorstroomeffecten van nieuwbouw en toewijzing voor alle soorten groepen worden bijgehouden, en kan het resultaat van het gevoerde beleid worden getoetst.

Evaluatie/onderzoek

  • Indien de gemeenten inzicht willen krijgen in de resultaten van hun beleid moeten zij heldere beleidsdoelstellingen formuleren en de instrumenten moeten inrichten om de effecten te meten, zoals vestiging van starters en doorstromers monitoren.
  • Een mogelijkheid om de huisvesting van starters te volgen is om onderzoek te doen bij specifieke nieuwbouwprojecten. Ook het WoOn kan hiervoor gebruikt worden.
  • Het oversamplede WoON is ongeschikt voor de analyse van verhuisdynamiek van kleine doelgroepen. Een andere mogelijkheid is om de verhuisketen te achterhalen. Monitor alle verhuizingen in elke gemeente vanaf 1 januari 2015, bepaal welk huis verlaten is en door wie, bepaal welk nieuw huishouden in die woning is gaan wonen. Zo kan men de doorstroomeffecten van nieuwbouw en toewijzing voor alle soorten groepen worden bijgehouden, en kan het resultaat van het gevoerde beleid worden getoetst.

Informatievoorziening sturing

-

Informatievoorziening kaderstelling

-

Informatievoorziening controle

  • Indien de gemeenten inzicht willen krijgen in de resultaten van hun beleid moeten zij heldere beleidsdoelstellingen formuleren en de instrumenten moeten inrichten om de effecten te meten, zoals vestiging van starters en doorstromers monitoren.

Organisatie uitvoering Woonbeleid

-

Uitvoering Woonbeleid

  • Om starters op de woningmarkt te ondersteunen in hun zoektocht naar een woning kan de gemeente meer voorlichting bieden. Deelnemers aan de enquête hebben aangegeven behoefte te hebben aan meer voorlichting, informatie, begeleiding en bemiddeling. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van een voorlichtingsbijeenkomst waarbij vertegenwoordigers van de gemeente, makelaars, financieel adviseurs en woningcorporatie aanwezig zijn. In ieder geval moet de doelgroep bekend zijn met de starterslening.
    '- Indien de gemeenten inzicht willen krijgen in de resultaten van hun beleid moeten zij heldere beleidsdoelstellingen formuleren en de instrumenten moeten inrichten om de effecten te meten, zoals vestiging van starters en doorstromers monitoren.
  • Een mogelijkheid om de huisvesting van starters te volgen is om onderzoek te doen bij specifieke nieuwbouwprojecten. Ook het WoOn kan hiervoor gebruikt worden.
  • Het oversamplede WoON is ongeschikt voor de analyse van verhuisdynamiek van kleine doelgroepen. Een andere mogelijkheid is om de verhuisketen te achterhalen. Monitor alle verhuizingen in elke gemeente vanaf 1 januari 2015, bepaal welk huis verlaten is en door wie, bepaal welk nieuw huishouden in die woning is gaan wonen. Zo kan men de doorstroomeffecten van nieuwbouw en toewijzing voor alle soorten groepen worden bijgehouden, en kan het resultaat van het gevoerde beleid worden getoetst.
  • Deze laatste twee methoden kunnen gezien de kosten het best op regionaal niveau worden ingericht, voor alle gemeenten in Holland Rijnland.
  • Specifiek voor Lisse: Ten aanzien van de starterslening zal het ophogen van het maximum aankoopbedrag van een huis in Lisse tot de NHG-grens mogelijk leiden tot meer aangevraagde en verstrekte startersleningen. Ook het beschikbaar maken van meer startersleningen en het loslaten van de vaste aantallen per categorie zullen mogelijk resulteren in meer verstrekte startersleningen. Ook een verhoging van het maximumbedrag van de lening tot €50.000 behoort tot de mogelijkheden.

Prestatieafspraken

-

Samenwerking

-

Nieuwbouw

-

Bestaande bouw

-

Sociale huurwoningen

-

Sociale koopwoningen

-

Koopwoningen

-

Aansluiting vraag en aanbod

-

Doelgroepen

  • Indien de gemeenten effectief starters willen ondersteunen moeten zij beleid formuleren dat helder en concreet is en is gericht om groep waar het over gaat: starters.
  • Om starters op de woningmarkt te ondersteunen in hun zoektocht naar een woning kan de gemeente meer voorlichting bieden. Deelnemers aan de enquête hebben aangegeven behoefte te hebben aan meer voorlichting, informatie, begeleiding en bemiddeling. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van een voorlichtingsbijeenkomst waarbij vertegenwoordigers van de gemeente, makelaars, financieel adviseurs en woningcorporatie aanwezig zijn. In ieder geval moet de doelgroep bekend zijn met de starterslening.
  • Indien de gemeenten inzicht willen krijgen in de resultaten van hun beleid moeten zij heldere beleidsdoelstellingen formuleren en de instrumenten moeten inrichten om de effecten te meten, zoals vestiging van starters en doorstromers monitoren.
  • Een mogelijkheid om de huisvesting van starters te volgen is om onderzoek te doen bij specifieke nieuwbouwprojecten. Ook het WoOn kan hiervoor gebruikt worden.
  • Het oversamplede WoON is ongeschikt voor de analyse van verhuisdynamiek van kleine doelgroepen. Een andere mogelijkheid is om de verhuisketen te achterhalen. Monitor alle verhuizingen in elke gemeente vanaf 1 januari 2015, bepaal welk huis verlaten is en door wie, bepaal welk nieuw huishouden in die woning is gaan wonen. Zo kan men de doorstroomeffecten van nieuwbouw en toewijzing voor alle soorten groepen worden bijgehouden, en kan het resultaat van het gevoerde beleid worden getoetst.

Kwantiteit woningvoorraad

-

Kwaliteit woningvoorraad

-

Woonruimteverdeling

-

Doorstroming

-

Prestaties Woonbeleid

-

Resultaat Woonbeleid

  • Indien de gemeenten inzicht willen krijgen in de resultaten van hun beleid moeten zij heldere beleidsdoelstellingen formuleren en de instrumenten moeten inrichten om de effecten te meten, zoals vestiging van starters en doorstromers monitoren.

Effectiviteit Woonbeleid

  • Indien de gemeenten inzicht willen krijgen in de resultaten van hun beleid moeten zij heldere beleidsdoelstellingen formuleren en de instrumenten moeten inrichten om de effecten te meten, zoals vestiging van starters en doorstromers monitoren.

Efficiëntie Woonbeleid

-

Hoogeveen (2017) (2017)

Wet- en regelgeving Woonbeleid

  • Verduidelijk afspraken tussen de gemeente Hoogeveen en woningcorporaties door deze vast te leggen, bijvoorbeeld in een huisvestingsverordening of de nieuwe woonvisie, met name waar het gaat om de voorrangspositie van statushouders en de gewenste oplossingsrichting voor het huisvesten van statushouders.

Beleid(sdoelen) Woonbeleid

  • Verduidelijk afspraken tussen de gemeente Hoogeveen en woningcorporaties door deze vast te leggen, bijvoorbeeld in een huisvestingsverordening of de nieuwe woonvisie, met name waar het gaat om de voorrangspositie van statushouders en de gewenste oplossingsrichting voor het huisvesten van statushouders.
  • Maak bij het vastleggen van beleid gebruik van de handreiking huisvestingsvormen voor vergunninghouders van het Platform Opnieuw Thuis waarin de volgende huisvestingsstrategieën worden beschreven en verder worden uitgewerkt in concrete instrumenten voor gemeenten:
    a. gebruik bestaande woningen efficiënter;
    b. gebruik bestaande woningen langer;
    c. stel verkoop van huurwoningen uit;
    d. gebruik bestaande woonruimte waar nog niet aan gedacht is en bouw nieuwewoningen of wooneenheden.
  • Geef aan het college aan ten aanzien van welke beleidsthema’s de raad de statushouders als aparte doelgroep zou willen beschouwen, bijvoorbeeld ten aanzien van (de voorrangspositie bij) huisvesting, leerplicht, (arbeids)participatie, armoede, enzovoorts.

Budget

-

Begroting/Jaarverslag

-

Uitgaven

-

Sturende rol college

  • Het college moet de raad faciliteren in de rol die hem wettelijk toekomt en, ter invulling van de actieve informatieplicht, structureel meer specifieke informatie verstrekken aan de raad over het verloop, de kosten en de effecten van de huisvesting (waaronder de eventuele mate van verdringing) en maatschappelijke begeleiding van statushouders. Op die manier wordt de raad in positie gebracht om zijn kaderstellende en controlerende taak uit te oefenen. Dit maakt de positie van de raad sterker als deze met vragen vanuit de samenleving wordt geconfronteerd.

Kaderstellende rol

  • Het college moet de raad faciliteren in de rol die hem wettelijk toekomt en, ter invulling van de actieve informatieplicht, structureel meer specifieke informatie verstrekken aan de raad over het verloop, de kosten en de effecten van de huisvesting (waaronder de eventuele mate van verdringing) en maatschappelijke begeleiding van statushouders. Op die manier wordt de raad in positie gebracht om zijn kaderstellende en controlerende taak uit te oefenen. Dit maakt de positie van de raad sterker als deze met vragen vanuit de samenleving wordt geconfronteerd.
  • Geef aan het college aan ten aanzien van welke beleidsthema’s de raad de statushouders als aparte doelgroep zou willen beschouwen, bijvoorbeeld ten aanzien van (de voorrangspositie bij) huisvesting, leerplicht, (arbeids)participatie, armoede, enzovoorts.

Controlerende rol

  • Het college moet de raad faciliteren in de rol die hem wettelijk toekomt en, ter invulling van de actieve informatieplicht, structureel meer specifieke informatie verstrekken aan de raad over het verloop, de kosten en de effecten van de huisvesting (waaronder de eventuele mate van verdringing) en maatschappelijke begeleiding van statushouders. Op die manier wordt de raad in positie gebracht om zijn kaderstellende en controlerende taak uit te oefenen. Dit maakt de positie van de raad sterker als deze met vragen vanuit de samenleving wordt geconfronteerd.

Monitoring

-

Evaluatie/onderzoek

-

Informatievoorziening sturing

-

Informatievoorziening kaderstelling

  • Het college moet de raad faciliteren in de rol die hem wettelijk toekomt en, ter invulling van de actieve informatieplicht, structureel meer specifieke informatie verstrekken aan de raad over het verloop, de kosten en de effecten van de huisvesting (waaronder de eventuele mate van verdringing) en maatschappelijke begeleiding van statushouders. Op die manier wordt de raad in positie gebracht om zijn kaderstellende en controlerende taak uit te oefenen. Dit maakt de positie van de raad sterker als deze met vragen vanuit de samenleving wordt geconfronteerd.
  • Geef aan het college aan welke informatie de raad wenst over de huisvesting van statushouders en in welke vorm en frequentie.

Informatievoorziening controle

  • Het college moet de raad faciliteren in de rol die hem wettelijk toekomt en, ter invulling van de actieve informatieplicht, structureel meer specifieke informatie verstrekken aan de raad over het verloop, de kosten en de effecten van de huisvesting (waaronder de eventuele mate van verdringing) en maatschappelijke begeleiding van statushouders. Op die manier wordt de raad in positie gebracht om zijn kaderstellende en controlerende taak uit te oefenen. Dit maakt de positie van de raad sterker als deze met vragen vanuit de samenleving wordt geconfronteerd.
  • Geef aan het college aan welke informatie de raad wenst over de huisvesting van statushouders en in welke vorm en frequentie.

Organisatie uitvoering Woonbeleid

  • Maak bij het vastleggen van beleid gebruik van de handreiking huisvestingsvormen voor vergunninghouders van het Platform Opnieuw Thuis waarin de volgende huisvestingsstrategieën worden beschreven en verder worden uitgewerkt in concrete instrumenten voor gemeenten:
    a. gebruik bestaande woningen efficiënter;
    b. gebruik bestaande woningen langer;
    c. stel verkoop van huurwoningen uit;
    d. gebruik bestaande woonruimte waar nog niet aan gedacht is en bouw nieuwewoningen of wooneenheden.

Uitvoering Woonbeleid

-

Prestatieafspraken

-

Samenwerking

-

Nieuwbouw

-

Bestaande bouw

-

Sociale huurwoningen

-

Sociale koopwoningen

-

Koopwoningen

-

Aansluiting vraag en aanbod

-

Doelgroepen

  • Verduidelijk afspraken tussen de gemeente Hoogeveen en woningcorporaties door deze vast te leggen, bijvoorbeeld in een huisvestingsverordening of de nieuwe woonvisie, met name waar het gaat om de voorrangspositie van statushouders en de gewenste oplossingsrichting voor het huisvesten van statushouders.
  • Geef aan het college aan ten aanzien van welke beleidsthema’s de raad de statushouders als aparte doelgroep zou willen beschouwen, bijvoorbeeld ten aanzien van (de voorrangspositie bij) huisvesting, leerplicht, (arbeids)participatie, armoede, enzovoorts.

Kwantiteit woningvoorraad

-

Kwaliteit woningvoorraad

-

Woonruimteverdeling

-

Doorstroming

-

Prestaties Woonbeleid

-

Resultaat Woonbeleid

-

Effectiviteit Woonbeleid

-

Efficiëntie Woonbeleid

-

Koggenland (2021) (2021)

Wet- en regelgeving Woonbeleid

-

Beleid(sdoelen) Woonbeleid

  • Bekrachtig of verander de vastgestelde ontwikkelrichting van de kadervisie uit 2020. Dit is een politieke keuze. Gebruik bij de keuze de komende prognose van de woningbouwbehoefte van de provincie of zorg voor een goed en gedegen eigen onderzoek. Bekrachtiging betekent gemiddeld 60- 110 woningen per jaar te bouwen en daarmee grotendeels te blijven binnen het randtotaal van het woonakkoord. Verandering van de richting betekent dat meer woningen per jaar gebouwd worden en dit kan invloed hebben op het landelijk karakter.
  • Als er meer zachte plannen tot uitvoering gebracht worden, is het dan van belang om bij de keuze tussen de (verschillende) zachte plannen uit te gaan van de doelstellingen in variatie voor doelgroepen met aandacht voor de lokale bevolking.
  • Indien het gemeentebestuur meer woonruimte voor de lokale bevolking wil creëren, dan is het belangrijk de juridische mogelijkheden te onderzoeken, bijvoorbeeld door meer te bouwen middels CPO initiatieven.

Budget

-

Begroting/Jaarverslag

-

Uitgaven

-

Sturende rol college

-

Kaderstellende rol

  • Behoud de sterke betrokkenheid en inzet van de raad bij de kaderstelling.

Controlerende rol

  • Het is van essentieel belang de raad veel beter in positie te brengen voor zijn controlerende rol. Doe dit door adequate, actuele informatie te vragen, te verschaffen en te besprekenn over realisatie van doelstellingen, ontwikkeling en onderbouwing van de woningbehoefte, zicht op totaal van bouwplannen en spreiding over doelgroepen.

Monitoring

  • Monitor de doelstellingen van de kadervisie, met name de variatie naar doelgroepen is essentieel.
  • Schenk aandacht aan de omvang van de beschikbaarheid van sociale huurwoningen, omdat dit doel niet (zichtbaar) gehaald is.
  • Krijg snel zicht op de omvang van de woningen geschikt voor starters en senioren.

Evaluatie/onderzoek

-

Informatievoorziening sturing

-

Informatievoorziening kaderstelling

-

Informatievoorziening controle

  • Het is van essentieel belang de raad veel beter in positie te brengen voor zijn controlerende rol. Doe dit door adequate, actuele informatie te vragen, te verschaffen en te besprekenn over realisatie van doelstellingen, ontwikkeling en onderbouwing van de woningbehoefte, zicht op totaal van bouwplannen en spreiding over doelgroepen.

Organisatie uitvoering Woonbeleid

-

Uitvoering Woonbeleid

-

Prestatieafspraken

-

Samenwerking

-

Nieuwbouw

-

Bestaande bouw

-

Sociale huurwoningen

-

Sociale koopwoningen

-

Koopwoningen

-

Aansluiting vraag en aanbod

-

Doelgroepen

  • Monitor de doelstellingen van de kadervisie, met name de variatie naar doelgroepen is essentieel.
  • Schenk aandacht aan de omvang van de beschikbaarheid van sociale huurwoningen, omdat dit doel niet (zichtbaar) gehaald is.
  • Krijg snel zicht op de omvang van de woningen geschikt voor starters en senioren.
  • Als er meer zachte plannen tot uitvoering gebracht worden, is het dan van belang om bij de keuze tussen de (verschillende) zachte plannen uit te gaan van de doelstellingen in variatie voor doelgroepen met aandacht voor de lokale bevolking.

Kwantiteit woningvoorraad

  • Indien het gemeentebestuur meer woonruimte voor de lokale bevolking wil creëren, dan is het belangrijk de juridische mogelijkheden te onderzoeken, bijvoorbeeld door meer te bouwen middels CPO initiatieven.

Kwaliteit woningvoorraad

-

Woonruimteverdeling

-

Doorstroming

-

Prestaties Woonbeleid

-

Resultaat Woonbeleid

-

Effectiviteit Woonbeleid

-

Efficiëntie Woonbeleid

-

Leiden en Leiderdorp (2019) (2019)

Wet- en regelgeving Woonbeleid

-

Beleid(sdoelen) Woonbeleid

-

Budget

-

Begroting/Jaarverslag

-

Uitgaven

-

Sturende rol college

-

Kaderstellende rol

'- Stuur op het betrekken van alle stakeholders (inclusief bewoners) bij de ontwikkelstrategie en een actiegerichte agenda en bepaal als gemeenteraad expliciet je plek en taak in de verschillende fases van dat proces.

  • Voer het gesprek over de negen criteria en doe als gemeenteraad algemene, heldere, lang houdbare uitspraken. Bepaal daarbij hoe de (sturings-)criteria bij individuele projecten tegen elkaar afgewogen dienen te worden. Deze criteria zijn:
  1. Percentage sociale woningbouw
  2. Maatschappelijke opvang en aanbod voor bijzondere doelgroepen
  3. Parkeernormen
  4. Schaal en maat
  5. Financiële investeringsopbrengsten
  6. Participatiegraad
  7. EPC-norm/duurzaamheid
  8. Studentenwoningen
  9. Flexibiliteit tussen projecten
  • Wees actief betrokken bij regionale keuzes en de evaluatie daarvan in relatie tot de woningbouwopgave.
  • Stel momenten vast om stil te staan bij de wijze en het moment waarop over de woningbouwopgave gesproken wordt (zowel vooraf als in de evaluerende fase) en maak hier concrete afspraken over met het College. Ga zo nu en dan, buiten de formele beslismomenten, met het college in gesprek over lopende en aanstaande projecten en bespreek de mogelijke afwegingen in relatie tot de 9 criteria. Nodig daarbij zo nodig inwoners, ontwikkelaars en andere betrokkenen of experts bij uit.

Controlerende rol

  • Wees actief betrokken bij regionale keuzes en de evaluatie daarvan in relatie tot de woningbouwopgave.
  • Stel momenten vast om stil te staan bij de wijze en het moment waarop over de woningbouwopgave gesproken wordt (zowel vooraf als in de evaluerende fase) en maak hier concrete afspraken over met het College. Ga zo nu en dan, buiten de formele beslismomenten, met het college in gesprek over lopende en aanstaande projecten en bespreek de mogelijke afwegingen in relatie tot de 9 criteria. Nodig daarbij zo nodig inwoners, ontwikkelaars en andere betrokkenen of experts bij uit.
  • Eis als raad dat de controlerende rol goed vervuld kan worden tijdens de fase van de totstandkoming van plannen (vroege initiatieffase, b.v. door een Nota van Uitgangspunten) en tijdens de uitvoering van plannen (na het besluit in de raad), door je als raad aan de hand van de 9 criteria over lopende en aankomende projecten te laten informeren waarbij de geconstateerde dilemma’s en de gemaakte afwegingen concreet gemaakt worden.
  • Bespreek de afzonderlijke projecten nooit zonder ‘uit te zoomen’ naar de grotere opgave en de uitgangspunten die in de kaderstellende documenten zijn geformuleerd.

Monitoring

  • Krijg en houd in beeld hoe het staat met de woningbouwopgave door een instriument als de (Leidse) woningbouwmonitor periodiek prioriteit te geven op de raadsagenda en laat het college het resultaat mede beschrijven aan de hand van de negen criteria. Besteed hierbij onder meer aandacht aan:
  • de realisatie van het percentage sociale huurwoningen.
  • de realisatie van studentenwoningen.
  • de kwaliteit van de participatie en de relatie met planuitval en vertraging.
  • de verhouding tussen harde en zachte plannen, met name voor de periode vanaf 2023.
  • de ‘plancapaciteit’ in de gemeente.

Evaluatie/onderzoek

  • Wees actief betrokken bij regionale keuzes en de evaluatie daarvan in relatie tot de woningbouwopgave.

Informatievoorziening sturing

-

Informatievoorziening kaderstelling

-

Informatievoorziening controle

  • Krijg en houd in beeld hoe het staat met de woningbouwopgave door een instriument als de (Leidse) woningbouwmonitor periodiek prioriteit te geven op de raadsagenda en laat het college het resultaat mede beschrijven aan de hand van de negen criteria. Besteed hierbij onder meer aandacht aan:
  • de realisatie van het percentage sociale huurwoningen.
  • de realisatie van studentenwoningen.
  • de kwaliteit van de participatie en de relatie met planuitval en vertraging.
  • de verhouding tussen harde en zachte plannen, met name voor de periode vanaf 2023.
  • de ‘plancapaciteit’ in de gemeente.
  • Wees actief betrokken bij regionale keuzes en de evaluatie daarvan in relatie tot de woningbouwopgave.

Organisatie uitvoering Woonbeleid

-

Uitvoering Woonbeleid

-

Prestatieafspraken

-

Samenwerking

-

Nieuwbouw

-

Bestaande bouw

-

Sociale huurwoningen

-

Sociale koopwoningen

-

Koopwoningen

-

Aansluiting vraag en aanbod

-

Doelgroepen

-

Kwantiteit woningvoorraad

-

Kwaliteit woningvoorraad

-

Woonruimteverdeling

-

Doorstroming

-

Prestaties Woonbeleid

-

Resultaat Woonbeleid

-

Effectiviteit Woonbeleid

-

Efficiëntie Woonbeleid

-

Lochem (2022) (2022)

Wet- en regelgeving Woonbeleid

-

Beleid(sdoelen) Woonbeleid

  • Actualiseer de woonvisie voor de periode 2022-2025 en completeer deze met een uitvoeringsagenda.
  • Formuleer de acties in de woonvisie zodanig dat objectief en op eenvoudige wijze kan worden vastgesteld of de doelstellingen zijn gerealiseerd. Koppel streefcijfers aan doelstellingen.
  • Beschrijf in de actualisatie het kader waarbinnen de woonvisies per kern kunnen worden vastgesteld; maak duidelijk tot hoever de beïnvloeding van de dorpsraden kan gaan en welke onderwerpen ter besluitvorming van de gemeenteraad zijn.

Budget

-

Begroting/Jaarverslag

-

Uitgaven

-

Sturende rol college

  • Doe een meningvormend voorstel op welke wijze de gemeente meer haar regisserende rol kan waarmaken, wat de belangrijkste partners in de uitvoering zijn en op welke wijze als gemeente daarmee samen te werken.
  • Bied de raad de gelegenheid zijn zienswijze op de concept prestatieafspraken te geven waarna het college volgens de formele rolverdeling de definitieve prestatieafspraken met de corporaties maakt en vaststelt.

Kaderstellende rol

  • Beschrijf in de actualisatie het kader waarbinnen de woonvisies per kern kunnen worden vastgesteld; maak duidelijk tot hoever de beïnvloeding van de dorpsraden kan gaan en welke onderwerpen ter besluitvorming van de gemeenteraad zijn.
  • Doe een meningvormend voorstel op welke wijze de gemeente meer haar regisserende rol kan waarmaken, wat de belangrijkste partners in de uitvoering zijn en op welke wijze als gemeente daarmee samen te werken.
  • Behandel met de raad het beschikbare instrumentarium op het domein wonen en welke instrumenten gewenst zijn om gestelde strategische doelen te bereiken.
  • Bied de raad de gelegenheid zijn zienswijze op de concept prestatieafspraken te geven waarna het college volgens de formele rolverdeling de definitieve prestatieafspraken met de corporaties maakt en vaststelt.

Controlerende rol

-

Monitoring

  • Monitor de resultaten van de voortgang van het woonbeleid (raadsmonitor), benoem de afwijkingen en biedt inzicht in de oorzaken daarvan. Leg de uitkomsten daarvan voor aan de raad en ga daarover met de raad in gesprek. Versterk zo de gewenste pro-actievere rol van de raad.

Evaluatie/onderzoek

-

Informatievoorziening sturing

-

Informatievoorziening kaderstelling

'- Monitor de resultaten van de voortgang van het woonbeleid (raadsmonitor), benoem de afwijkingen en biedt inzicht in de oorzaken daarvan. Leg de uitkomsten daarvan voor aan de raad en ga daarover met de raad in gesprek. Versterk zo de gewenste pro-actievere rol van de raad.

Informatievoorziening controle

-Monitor de resultaten van de voortgang van het woonbeleid (raadsmonitor), benoem de afwijkingen en biedt inzicht in de oorzaken daarvan. Leg de uitkomsten daarvan voor aan de raad en ga daarover met de raad in gesprek. Versterk zo de gewenste pro-actievere rol van de raad.

Organisatie uitvoering Woonbeleid

  • Doe een meningvormend voorstel op welke wijze de gemeente meer haar regisserende rol kan waarmaken, wat de belangrijkste partners in de uitvoering zijn en op welke wijze als gemeente daarmee samen te werken.

Uitvoering Woonbeleid

  • Streef naar een brede opgavegerichte aanpak van verschillende disciplines binnen de gemeente (RO/ wonen, grondbeleid, sociaal beleid) gericht op een (continue) gezamenlijk maakproces.
  • Bespreek ten minste één keer per jaar de voortgang van het woonbeleid met de belangrijkste betrokkenen (bewonersorganisaties, corporaties, markt- en zorgpartijen).

Prestatieafspraken

  • Bied de raad de gelegenheid zijn zienswijze op de concept prestatieafspraken te geven waarna het college volgens de formele rolverdeling de definitieve prestatieafspraken met de corporaties maakt en vaststelt.

Samenwerking

  • Doe een meningvormend voorstel op welke wijze de gemeente meer haar regisserende rol kan waarmaken, wat de belangrijkste partners in de uitvoering zijn en op welke wijze als gemeente daarmee samen te werken.
  • Streef naar een brede opgavegerichte aanpak van verschillende disciplines binnen de gemeente (RO/ wonen, grondbeleid, sociaal beleid) gericht op een (continue) gezamenlijk maakproces.

Nieuwbouw

-

Bestaande bouw

-

Sociale huurwoningen

-

Sociale koopwoningen

-

Koopwoningen

-

Aansluiting vraag en aanbod

-

Doelgroepen

-

Kwantiteit woningvoorraad

-

Kwaliteit woningvoorraad

-

Woonruimteverdeling

-

Doorstroming

-

Prestaties Woonbeleid

  • Formuleer de acties in de woonvisie zodanig dat objectief en op eenvoudige wijze kan worden vastgesteld of de doelstellingen zijn gerealiseerd. Koppel streefcijfers aan doelstellingen.

Resultaat Woonbeleid

  • Formuleer de acties in de woonvisie zodanig dat objectief en op eenvoudige wijze kan worden vastgesteld of de doelstellingen zijn gerealiseerd. Koppel streefcijfers aan doelstellingen.

Effectiviteit Woonbeleid

-

Efficiëntie Woonbeleid

-

Maastricht (2020) (2020)

Wet- en regelgeving Woonbeleid

Raad:

  • Zie toe dat de provinciale, regionale en gemeentelijke kaders in samenhang worden vastgesteld.

Beleid(sdoelen) Woonbeleid

College:

  • Geef bij de in aanloop tot de nieuwe woonprogrammering geplande marktactualisatie ruimte aan de volgende topics:
    a. Onderzoek de vraag naar betaalbare woningen in de vrije sector en de impact van voldoende
    woningaanbod op het vestigingsbeleid van bedrijven.
    b. Identificeer de factoren (risico’s) die de vraag naar studentenhuisvesting sterk kunnen
    beïnvloeden (huursubsidie/beleid inzake financiering buitenlandse studenten, studiefinanciering Nederlandse studenten/aanbod UM) en vertaal dit naar scenario’s, zodat die bij programmering en investeringsbeslissing kunnen worden meegewogen.
    c. Actualiseer het inzicht in de mate waarop de bestaande woningen daadwerkelijk door de beoogde doelgroep worden bewoond.
  • Borg de samenhang van het woonbeleid met het beleid op aangrenzende beleidsvelden:
  • Zorg voor inbedding van het woonbeleid in de/het nieuwe omgevingsvisie/plan.
    Raad:
  • Zie toe dat de provinciale, regionale en gemeentelijke kaders in samenhang worden vastgesteld.
  • Vraag om geactualiseerde wijkplannen, waarin het woonbeleid op wijkniveau wordt geoperationaliseerd.

Budget

-

Begroting/Jaarverslag

-

Uitgaven

-

Sturende rol college

College:

  • Geef bij de in aanloop tot de nieuwe woonprogrammering geplande marktactualisatie ruimte aan de volgende topics:
  • Onderzoek de vraag naar betaalbare woningen in de vrije sector en de impact van voldoende woningaanbod op het vestigingsbeleid van bedrijven.
  • Identificeer de factoren (risico’s) die de vraag naar studentenhuisvesting sterk kunnen beïnvloeden (huursubsidie/beleid inzake financiering buitenlandse studenten, studiefinanciering Nederlandse studenten/aanbod UM) en vertaal dit naar scenario’s, zodat die bij programmering en investeringsbeslissing kunnen worden meegewogen.
  • Actualiseer het inzicht in de mate waarop de bestaande woningen daadwerkelijk door de beoogde doelgroep worden bewoond.
  • Verbeter de online ontsluiting van voor bewoners relevante informatie inzake het wonen (zoals het op gebouw- c.q. woningniveau eenvoudig inzichtelijk maken of het gebouw/de woning voor studentenhuisvesting/kamergewijze verhuur wel of niet is vergund).
  • Overweeg om de frequentie van de prestatieafspraken te verlagen van jaarlijks naar twee- of driejaarlijks en om deze aan te vullen met de inspanningen en de middelen die de gemeente inzet met integrale reflectie op de ontwikkelingen op de woningmarkt. Dit om de beschikbare inzichten te delen met de raad en om de raad in de gelegenheid te stellen om haar controlerende taak optimaal invulling te geven.
  • Borg de samenhang van het woonbeleid met het beleid op aangrenzende beleidsvelden:
  • Zorg voor inbedding van het woonbeleid in de/het nieuwe omgevingsvisie/plan.
  • Operationaliseer het woonbeleid middels actualisering van de wijkplannen.
  • Borg coherentie van het beleid van verschillende diensten.
  • Borg bij woonbeleid op deelgebieden of de implicaties voor integrale woonbeleid inzichtelijk zijn.

Kaderstellende rol

-

Controlerende rol

College:

  • Overweeg om de frequentie van de prestatieafspraken te verlagen van jaarlijks naar twee- of driejaarlijks en om deze aan te vullen met de inspanningen en de middelen die de gemeente inzet met integrale reflectie op de ontwikkelingen op de woningmarkt. Dit om de beschikbare inzichten te delen met de raad en om de raad in de gelegenheid te stellen om haar controlerende taak optimaal invulling te geven.
    Raad:
  • Vraag periodiek (bijvoorbeeld om de drie jaar) een integrale rapportage over de uitvoering van het woonbeleid, die daarmee de controlerende rol van de raad ondersteunt.
  • Vraag om geactualiseerde wijkplannen, waarin het woonbeleid op wijkniveau wordt geoperationaliseerd.

Monitoring

-

Evaluatie/onderzoek

  • Onderzoek de vraag naar betaalbare woningen in de vrije sector en de impact van voldoende
    woningaanbod op het vestigingsbeleid van bedrijven.
  • Identificeer de factoren (risico’s) die de vraag naar studentenhuisvesting sterk kunnen beïnvloeden (huursubsidie/beleid inzake financiering buitenlandse studenten, studiefinanciering Nederlandse studenten/aanbod UM) en vertaal dit naar scenario’s, zodat die bij programmering en investeringsbeslissing kunnen worden meegewogen.
  • Actualiseer het inzicht in de mate waarop de bestaande woningen daadwerkelijk door de beoogde doelgroep worden bewoond.

Informatievoorziening sturing

-

Informatievoorziening kaderstelling

-

Informatievoorziening controle

Raad:

  • Vraag periodiek (bijvoorbeeld om de drie jaar) een integrale rapportage over de uitvoering van het woonbeleid, die daarmee de controlerende rol van de raad ondersteunt.

Organisatie uitvoering Woonbeleid

-

Uitvoering Woonbeleid

College:

  • Verbeter de online ontsluiting van voor bewoners relevante informatie inzake het wonen (zoals het op gebouw- c.q. woningniveau eenvoudig inzichtelijk maken of het gebouw/de woning voor studentenhuisvesting/kamergewijze verhuur wel of niet is vergund).

Prestatieafspraken

College:

  • Overweeg om de frequentie van de prestatieafspraken te verlagen van jaarlijks naar twee- of driejaarlijks en om deze aan te vullen met de inspanningen en de middelen die de gemeente inzet met integrale reflectie op de ontwikkelingen op de woningmarkt. Dit om de beschikbare inzichten te delen met de raad en om de raad in de gelegenheid te stellen om haar controlerende taak optimaal invulling te geven.

Samenwerking

-

Nieuwbouw

-

Bestaande bouw

-

Sociale huurwoningen

-

Sociale koopwoningen

-

Koopwoningen

-

Aansluiting vraag en aanbod

-

Doelgroepen

-

Kwantiteit woningvoorraad

-

Kwaliteit woningvoorraad

-

Woonruimteverdeling

-

Doorstroming

-

Prestaties Woonbeleid

-

Resultaat Woonbeleid

-

Effectiviteit Woonbeleid

-

Efficiëntie Woonbeleid

-

Medemblik (2020) (2020)

Wet- en regelgeving Woonbeleid

-

Beleid(sdoelen) Woonbeleid

  • Stel concrete doelen voor kernvoorraad en wachttijden.

Budget

-

Begroting/Jaarverslag

-

Uitgaven

-

Sturende rol college

  • College: Leg zichtbaarder verantwoording af over het behalen van de inhoudelijke doelstellingen van de woonvisie in de jaarstukken van de gemeente en het GWB.
  • Maak beleid en verantwoordingsinformatie van het GWB beter toegankelijk. Vergroot ook op andere manieren de betrokkenheid van bewoners/huurders.
  • College/GWB: Plaats het jaarlijkse Volkshuisvestingsverslag en de Jaarstukken van het GWB toegankelijk op de website van het GWB.

Kaderstellende rol

  • Raad: Stel concrete controleerbare kaders voor de beschikbaarheid van huurwoningen.
  • Raad: Vraag om concrete acties om betrokkenheid van huurders en invulling van hun rechten te vergroten en controleer de voortgang daarvan. Suggesties hiervoor zijn:
  • GWB: Plaats bv. op de website van het GBW informatie over de bewonerscommissie en maak het eenvoudig mogelijk om je (bijv. via de website/actieve oproep) aan te melden als lid.
  • Raad/college: Evalueer actief de rol van de bewonerscommissie. Gebruik als referentiekader de Woningwet en het functioneren van huurdersorganisaties bij corporaties.

Controlerende rol

  • Raad: Richt de controle ook op de doelen van de woonvisie om zo nodig bij te sturen. Kijk hierbij zowel naar de bijdrage van het GWB als naar de bijdragen van corporaties.
  • Raad: Vraag om concrete acties om betrokkenheid van huurders en invulling van hun rechten te vergroten en controleer de voortgang daarvan.

Monitoring

-

Evaluatie/onderzoek

-

Informatievoorziening sturing

-

Informatievoorziening kaderstelling

-

Informatievoorziening controle

-

Organisatie uitvoering Woonbeleid

-

Uitvoering Woonbeleid

-

Prestatieafspraken

-

Samenwerking

-

Nieuwbouw

-

Bestaande bouw

-

Sociale huurwoningen

-

Sociale koopwoningen

-

Koopwoningen

-

Aansluiting vraag en aanbod

-

Doelgroepen

-

Kwantiteit woningvoorraad

-

Kwaliteit woningvoorraad

-

Woonruimteverdeling

-

Doorstroming

-

Prestaties Woonbeleid

-

Resultaat Woonbeleid

-

Effectiviteit Woonbeleid

-

Efficiëntie Woonbeleid

-

Meijerijstad (2016) (2016)

Wet- en regelgeving Woonbeleid

  • Zorg dat volledig wordt voldaan aan de eisen van de Woningwet 2015.
  • Leg prestatieafspraken met de woningcorporatie in samenspraak met de huurdersorganisaties vast (dit is een verplichting die rechtstreeks voortvloeit uit de Woningwet 2015).
  • Op grond van de Woningwet 2015 moeten woningcorporaties jaarlijks voor 1 juli een overzicht van hun voorgenomen werkzaamheden voor het komende jaar (een ‘bod’) aan de gemeenten waar zij werkzaam zijn sturen. Gemeenten worden geïnformeerd over het oordeel van de minister over de financiën van de woningcorporatie(s) en kunnen informatie opvragen bij de woningcorporatie of het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Deze informatie geeft inzicht in de investeringsruimte van de corporatie(s) die op hun grondgebied werkzaam zijn. Met die informatie kan de gemeente beoordelen of het door de woningcorporatie uitgebrachte bod reëel is. Geef het college opdracht om deze informatie met de raad te delen, zodat de raad hiermee rekening kan houden bij het vaststellen van het jaarlijkse uitvoeringsprogramma wonen.
  • Corporaties moeten op grond van de Woningwet 2015 jaarlijks een volkshuisvestelijk verslag opstellen. Gemeenten moeten in de gelegenheid worden gesteld daarop een zienswijze te geven. Corporaties zijn verplicht deze zienswijzen met het verslag mee te sturen aan de minister. De minister betrekt de zienswijzen in zijn beoordeling van het functioneren van de corporaties. Bij geschillen over de bijdrage van de corporatie(s) aan de uitvoering van de woonvisie bij het opstellen van prestatieafspraken of als een gemeente van mening is dat een corporatie onvoldoende bijdraagt aan de volkshuisvestelijke opgaven zoals vastgelegd in prestatieafspraken, kan de minister gevraagd worden een aanwijzing te geven. Het volkshuisvestelijk verslag van de woningcorporatie(s) die in de gemeente werkzaam is/zijn, bevat voor de raad waardevolle informatie die bij het opstellen van de woonvisie en het jaarlijks vast te stellen uitvoeringsprogramma kan worden betrokken. Geef het college opdracht om de raad te raadplegen bij het opstellen van de gemeentelijke zienswijze en geef het college opdracht om de volkshuisvestelijke verslagen met de raad te delen, zodat zichtbaar wordt hoe de zienswijzen zijn verwerkt.
  • Zorg voor adequate ondersteuning van de huurdersorganisaties. De Woningwet 2015 biedt huurdersorganisaties een formele positie in het overleg om te komen tot prestatieafspraken met de plaatselijke woningcorporatie(s). Juridisch hebben de huurdersorganisaties dezelfde status in het tripartite overleg als gemeenten en woningcorporaties. Organisatorisch zijn het echter geen vergelijkbare partijen, omdat de huurdersorganisaties worden bemenst door vrijwilligers en de gemeenten en woningcorporaties professionele krachten kunnen inzetten in het tripartite overleg. Het bieden van secretariële en procesmatige ondersteuning en zo nodig scholing van de huurdersorganisaties is nodig om tot meer gelijkwaardigheid van partijen te komen. (In Veghel biedt woningcorporatie Area deze ondersteuning reeds aan de huurdersorganisatie). De gemeenteraad kan het aanbieden van ondersteuning, wat een taak is voor de woningcorporaties, meegeven aan het college als kader bij de op te stellen prestatieafspraken.

Beleid(sdoelen) Woonbeleid

  • Zorg dat de ambities in de vast te stellen woonvisie recht doen aan de eigen, lokale woningmarkt en aansluiten bij de provinciale bouwopgave en stel de ambities zo nodig tussentijds bij.
  • De woonvisie en het jaarlijks door de raad vast te stellen uitvoeringsprogramma geven de kaders voor woningbouw in de gemeente, maar daar moet zo nodig van af kunnen worden geweken. Ga uit van flexibiliteit, zodat in samenspraak met het college, de huurderorganisatie en de woningcorporaties bijvoorbeeld ingespeeld kan worden op knelpunten op de eigen woningmarkt en er versneld meer woonruimte gerealiseerd kan worden (zoals voor spoedzoekers en statushouders in Veghel).
  • Neem in de woonvisie niet alleen kwantitatieve, maar ook kwalitatieve ambities op, zoals over duurzaamheid en levensloop bestendig bouwen en formuleer deze SMART (Schijndel heeft hiertoe een poging gedaan).
  • Waar nodig en mogelijk kunnen financiële prikkels worden ingezet om de woonvisie te realiseren. Een voorbeeld is het verlagen van de prijs van bouwgrond om sociale woningbouw mogelijk te maken (zoals in Veghel). Een andere mogelijkheid zou bijvoorbeeld het inbouwen van financiële prikkels in de prestatieafspraken kunnen zijn.
  • Om het gewenste effect van de uitvoering van de woonvisie te bereiken voor de gemeente, moet woonbeleid in samenhang worden bezien met andere beleidsterreinen. Denk daarbij vooral aan:
  • Grondbeleid (Bijvoorbeeld: actief grondbeleid faciliteert woningbouw, maar brengt financiële risico’s voor de gemeente met zich mee. Welk risico vindt de raad aanvaardbaar?);
  • Ruimtelijk beleid (Bijvoorbeeld: aantrekkelijk inrichten van de openbare ruimte draagt bij aan een goed woonklimaat, maar kost de gemeente geld. Wat mag ruimtelijk beleid ten behoeve van het realiseren van de woonvisie kosten?);
  • Verkeer en vervoer (Bijvoorbeeld: voor alle nieuwbouwprojecten moet duidelijk zijn wat de vervoersbehoefte van de toekomstige bewoners is, hoe daarin wordt voorzien en hoe dat wordt gefinancierd.);
  • Financieel beleid (Bijvoorbeeld: verkoop van bouwgronden door de gemeente kan –afhankelijk van de prijs- voordelig of nadelig zijn voor de gemeente. Welke prijs voor door de gemeente te verkopen bouwgrond vindt de raad aanvaardbaar? Is een aanpassing een optie? (zoals in Veghel gedaan voor de extra sociale woningbouw));
  • Sociaal beleid (Bijvoorbeeld: een goede mix van woningen in het hoogste en laagste (prijs)segment, zowel koop als huur, heeft een gunstig effect op het woonklimaat, maar vergt instemming van alle betrokken actoren. Naast de gemeente zijn dit de woningcorporatie, makelaars, projectontwikkelaars en bewoners. Welke inspanning vraagt de raad van het college om dit te realiseren en in hoeverre kan het uitblijven van de bereikte overeenstemming leiden tot afkeuring van bestemmings- en bouwplannen?);
  • Maatschappelijke ondersteuning (Bijvoorbeeld: de raad kan er voor kiezen om in de woonvisie vast te leggen dat er een bepaald aantal seniorenwoningen zullen worden gebouwd of juist niet. In hoeverre heeft dit een positief of negatief effect op uitgaven door de gemeente voor woningaanpassingen uit het WMO-budget? En in hoeverre maakt dit doorstroming binnen de sociale huursector mogelijk?).
  • Maak duidelijk onderscheid in bouwen ten behoeve van het algemene economische belang en andere bouwactiviteiten, in het jargon ook wel ‘DAEB’ en ‘niet-DAEB’ genoemd (Veghel heeft dit onderscheid al in de prestatieafspraken met Area vastgelegd).
  • Zorg dat er voldoende draagvlak is voor de ambities in de woonvisie, zodat alle betrokkenen een bijdrage kunnen leveren aan het realiseren daarvan.

Budget

-

Begroting/Jaarverslag

-

Uitgaven

-

Sturende rol college

-

Kaderstellende rol

  • Maak gebruik van de concrete mogelijkheden tot kaderstelling en controle. Uitwerking van de kaders van de woonvisie kan in de toekomst bij uitstek met een jaarlijks vast te stellen uitvoeringsprogramma (Schijndel en Veghel stellen jaarlijks een dergelijk programma op. In Veghel worden daarvoor eerst de wensen van de raad geïnventariseerd) en bij het vaststellen van prestatieafspraken met de woningcorporatie(s) (in Veghel wordt de raad vooraf gepeild over de wensen met betrekking tot de inhoud van de prestatieafspraken). Daarbij kan ook het gewenste % sociale woningen in relatie tot het totaal aantal woningen binnen de gemeente betrokken worden (zoals nu reeds wordt onderstreept door de huurdersorganisatie in Sint-Oedenrode).

Controlerende rol

  • Maak gebruik van de concrete mogelijkheden tot kaderstelling en controle. Controle kan aan de hand van periodieke terugkoppeling aan de raad over de realisatie van het uitvoeringsprogramma en de prestatieafspraken (ook dit gebeurt in Schijndel en Veghel).

Monitoring

-

Evaluatie/onderzoek

  • Zorg dat de te bouwen woningen voldoen aan de wensen van bewoners. Doe daarvoor zo nodig periodiek een woonwensenonderzoek (zoals in Sint- Oedenrode).

Informatievoorziening sturing

-

Informatievoorziening kaderstelling

  • Op grond van de Woningwet 2015 moeten woningcorporaties jaarlijks voor 1 juli een overzicht van hun voorgenomen werkzaamheden voor het komende jaar (een ‘bod’) aan de gemeenten waar zij werkzaam zijn sturen. Gemeenten worden geïnformeerd over het oordeel van de minister over de financiën van de woningcorporatie(s) en kunnen informatie opvragen bij de woningcorporatie of het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Deze informatie geeft inzicht in de investeringsruimte van de corporatie(s) die op hun grondgebied werkzaam zijn. Met die informatie kan de gemeente beoordelen of het door de woningcorporatie uitgebrachte bod reëel is. Geef het college opdracht om deze informatie met de raad te delen, zodat de raad hiermee rekening kan houden bij het vaststellen van het jaarlijkse uitvoeringsprogramma wonen.
  • Corporaties moeten op grond van de Woningwet 2015 jaarlijks een volkshuisvestelijk verslag opstellen. Gemeenten moeten in de gelegenheid worden gesteld daarop een zienswijze te geven. Corporaties zijn verplicht deze zienswijzen met het verslag mee te sturen aan de minister. De minister betrekt de zienswijzen in zijn beoordeling van het functioneren van de corporaties. Bij geschillen over de bijdrage van de corporatie(s) aan de uitvoering van de woonvisie bij het opstellen van prestatieafspraken of als een gemeente van mening is dat een corporatie onvoldoende bijdraagt aan de volkshuisvestelijke opgaven zoals vastgelegd in prestatieafspraken, kan de minister gevraagd worden een aanwijzing te geven. Het volkshuisvestelijk verslag van de woningcorporatie(s) die in de gemeente werkzaam is/zijn, bevat voor de raad waardevolle informatie die bij het opstellen van de woonvisie en het jaarlijks vast te stellen uitvoeringsprogramma kan worden betrokken. Geef het college opdracht om de raad te raadplegen bij het opstellen van de gemeentelijke zienswijze en geef het college opdracht om de volkshuisvestelijke verslagen met de raad te delen, zodat zichtbaar wordt hoe de zienswijzen zijn verwerkt.
  • Maak gebruik van de concrete mogelijkheden tot kaderstelling en controle. Uitwerking van de kaders van de woonvisie kan in de toekomst bij uitstek met een jaarlijks vast te stellen uitvoeringsprogramma (Schijndel en Veghel stellen jaarlijks een dergelijk programma op. In Veghel worden daarvoor eerst de wensen van de raad geïnventariseerd) en bij het vaststellen van prestatieafspraken met de woningcorporatie(s) (in Veghel wordt de raad vooraf gepeild over de wensen met betrekking tot de inhoud van de prestatieafspraken). Daarbij kan ook het gewenste % sociale woningen in relatie tot het totaal aantal woningen binnen de gemeente betrokken worden (zoals nu reeds wordt onderstreept door de huurdersorganisatie in Sint-Oedenrode).

Informatievoorziening controle

  • Corporaties moeten op grond van de Woningwet 2015 jaarlijks een volkshuisvestelijk verslag opstellen. Gemeenten moeten in de gelegenheid worden gesteld daarop een zienswijze te geven. Corporaties zijn verplicht deze zienswijzen met het verslag mee te sturen aan de minister. De minister betrekt de zienswijzen in zijn beoordeling van het functioneren van de corporaties. Bij geschillen over de bijdrage van de corporatie(s) aan de uitvoering van de woonvisie bij het opstellen van prestatieafspraken of als een gemeente van mening is dat een corporatie onvoldoende bijdraagt aan de volkshuisvestelijke opgaven zoals vastgelegd in prestatieafspraken, kan de minister gevraagd worden een aanwijzing te geven. Het volkshuisvestelijk verslag van de woningcorporatie(s) die in de gemeente werkzaam is/zijn, bevat voor de raad waardevolle informatie die bij het opstellen van de woonvisie en het jaarlijks vast te stellen uitvoeringsprogramma kan worden betrokken. Geef het college opdracht om de raad te raadplegen bij het opstellen van de gemeentelijke zienswijze en geef het college opdracht om de volkshuisvestelijke verslagen met de raad te delen, zodat zichtbaar wordt hoe de zienswijzen zijn verwerkt.
  • Maak gebruik van de concrete mogelijkheden tot kaderstelling en controle. Controle kan aan de hand van periodieke terugkoppeling aan de raad over de realisatie van het uitvoeringsprogramma en de prestatieafspraken (ook dit gebeurt in Schijndel en Veghel).
  • Indien prestatieafspraken niet nagekomen worden: probeer nakoming van prestatieafspraken door de woningcorporatie(s) af te dwingen door het invoeren van maatregelen in een escalatiemodel. Het heeft weinig zin om uitsluitend jaarlijks achteraf te controleren of een woningcorporatie de gemaakte prestatieafspraken is nagekomen en zo niet, om dan sancties op te leggen. Op grond van de Woningwet 2015 is het indienen van een klacht bij de minister de zwaarste sanctie die de gemeente kan treffen. Daarnaast kan de gemeente op grond van de Woningwet 2015 desgewenst afspraken maken met een andere woningcorporatie uit dezelfde woningmarktregio. Maar daarmee worden de prestatieafspraken voor dat jaar niet alsnog gerealiseerd. De kans dat ze wel worden gerealiseerd of dat de raad vroegtijdig wordt geïnformeerd over onderrealisatie en zo nodig kan bijsturen, is het grootst als de raad tussentijds wordt geïnformeerd en –afhankelijk van de stand van zaken- passende maatregelen kunnen worden getroffen. Dit is (nog) een relatief ongebruikelijke maatregelenset binnen ‘corporatieland’. Naar het oordeel van de rekenkamercommissie draagt een verzakelijking van de prestatieafspraken bij tot meer bewustwording waarop partijen (over en weer) elkaar mogen en zullen moeten aanspreken. De escalatieladder zou er bijvoorbeeld als volgt uit kunnen zien: Informatie-uitwisseling -> verantwoording -> overleg -> dringend verzoek met opstellen van een verbeterplan inclusief termijn -> indienen klacht bij de minister -> maken van prestatieafspraken met een of meerdere andere woningcorporaties uit de woningmarktregio.

Organisatie uitvoering Woonbeleid

  • Zorg voor adequate ondersteuning van de huurdersorganisaties. De Woningwet 2015 biedt huurdersorganisaties een formele positie in het overleg om te komen tot prestatieafspraken met de plaatselijke woningcorporatie(s). Juridisch hebben de huurdersorganisaties dezelfde status in het tripartite overleg als gemeenten en woningcorporaties. Organisatorisch zijn het echter geen vergelijkbare partijen, omdat de huurdersorganisaties worden bemenst door vrijwilligers en de gemeenten en woningcorporaties professionele krachten kunnen inzetten in het tripartite overleg. Het bieden van secretariële en procesmatige ondersteuning en zo nodig scholing van de huurdersorganisaties is nodig om tot meer gelijkwaardigheid van partijen te komen. (In Veghel biedt woningcorporatie Area deze ondersteuning reeds aan de huurdersorganisatie). De gemeenteraad kan het aanbieden van ondersteuning, wat een taak is voor de woningcorporaties, meegeven aan het college als kader bij de op te stellen prestatieafspraken.
  • Indien prestatieafspraken niet nagekomen worden: probeer nakoming van prestatieafspraken door de woningcorporatie(s) af te dwingen door het invoeren van maatregelen in een escalatiemodel. Het heeft weinig zin om uitsluitend jaarlijks achteraf te controleren of een woningcorporatie de gemaakte prestatieafspraken is nagekomen en zo niet, om dan sancties op te leggen. Op grond van de Woningwet 2015 is het indienen van een klacht bij de minister de zwaarste sanctie die de gemeente kan treffen. Daarnaast kan de gemeente op grond van de Woningwet 2015 desgewenst afspraken maken met een andere woningcorporatie uit dezelfde woningmarktregio. Maar daarmee worden de prestatieafspraken voor dat jaar niet alsnog gerealiseerd. De kans dat ze wel worden gerealiseerd of dat de raad vroegtijdig wordt geïnformeerd over onderrealisatie en zo nodig kan bijsturen, is het grootst als de raad tussentijds wordt geïnformeerd en –afhankelijk van de stand van zaken- passende maatregelen kunnen worden getroffen. Dit is (nog) een relatief ongebruikelijke maatregelenset binnen ‘corporatieland’. Naar het oordeel van de rekenkamercommissie draagt een verzakelijking van de prestatieafspraken bij tot meer bewustwording waarop partijen (over en weer) elkaar mogen en zullen moeten aanspreken. De escalatieladder zou er bijvoorbeeld als volgt uit kunnen zien: Informatie-uitwisseling -> verantwoording -> overleg -> dringend verzoek met opstellen van een verbeterplan inclusief termijn -> indienen klacht bij de minister -> maken van prestatieafspraken met een of meerdere andere woningcorporaties uit de woningmarktregio.

Uitvoering Woonbeleid

  • Als er in enig jaar veel meer woningen worden opgeleverd dan volgens het jaargemiddelde van de woonvisie is vastgesteld, hou daar dan rekening mee in volgende jaren (zoals in Schijndel). Doe hetzelfde als er in enig jaar te weinig woningen worden opgeleverd.
  • Zorg dat de te bouwen woningen voldoen aan de wensen van bewoners. Doe daarvoor zo nodig periodiek een woonwensenonderzoek (zoals in Sint- Oedenrode).

Prestatieafspraken

  • De woonvisie en het jaarlijks door de raad vast te stellen uitvoeringsprogramma geven de kaders voor woningbouw in de gemeente, maar daar moet zo nodig van af kunnen worden geweken. Ga uit van flexibiliteit, zodat in samenspraak met het college, de huurderorganisatie en de woningcorporaties bijvoorbeeld ingespeeld kan worden op knelpunten op de eigen woningmarkt en er versneld meer woonruimte gerealiseerd kan worden (zoals voor spoedzoekers en statushouders in Veghel).
  • Waar nodig en mogelijk kunnen financiële prikkels worden ingezet om de woonvisie te realiseren. Een voorbeeld is het verlagen van de prijs van bouwgrond om sociale woningbouw mogelijk te maken (zoals in Veghel). Een andere mogelijkheid zou bijvoorbeeld het inbouwen van financiële prikkels in de prestatieafspraken kunnen zijn.
  • Maak duidelijk onderscheid in bouwen ten behoeve van het algemene economische belang en andere bouwactiviteiten, in het jargon ook wel ‘DAEB’ en ‘niet-DAEB’ genoemd (Veghel heeft dit onderscheid al in de prestatieafspraken met Area vastgelegd).
  • Leg prestatieafspraken met de woningcorporatie in samenspraak met de huurdersorganisaties vast (dit is een verplichting die rechtstreeks voortvloeit uit de Woningwet 2015).
  • Zorg voor adequate ondersteuning van de huurdersorganisaties. De Woningwet 2015 biedt huurdersorganisaties een formele positie in het overleg om te komen tot prestatieafspraken met de plaatselijke woningcorporatie(s). Juridisch hebben de huurdersorganisaties dezelfde status in het tripartite overleg als gemeenten en woningcorporaties. Organisatorisch zijn het echter geen vergelijkbare partijen, omdat de huurdersorganisaties worden bemenst door vrijwilligers en de gemeenten en woningcorporaties professionele krachten kunnen inzetten in het tripartite overleg. Het bieden van secretariële en procesmatige ondersteuning en zo nodig scholing van de huurdersorganisaties is nodig om tot meer gelijkwaardigheid van partijen te komen. (In Veghel biedt woningcorporatie Area deze ondersteuning reeds aan de huurdersorganisatie). De gemeenteraad kan het aanbieden van ondersteuning, wat een taak is voor de woningcorporaties, meegeven aan het college als kader bij de op te stellen prestatieafspraken.
  • Beloon woningcorporatie(s) als de prestatieafspraken worden nagekomen. Ga uit van een gedeeld belang: woningcorporaties en de gemeente moeten samen zorgen dat de prestatieafspraken worden nagekomen. De gemeente heeft er baat bij als dat ook lukt en er dus zodoende voldoende geschikte huurwoningen in de gemeente worden gebouwd. Daar kan ook een positieve prikkel voor de woningcorporatie tegenover worden gezet, denk bijvoorbeeld aan het verlagen van de prijs van bouwgrond voor de woningcorporatie, garantstelling bij nieuwe initiatieven of een bijdrage aan de energetische verduurzaming van woningen.
  • Indien prestatieafspraken niet nagekomen worden: probeer nakoming van prestatieafspraken door de woningcorporatie(s) af te dwingen door het invoeren van maatregelen in een escalatiemodel.

Samenwerking

  • Beloon woningcorporatie(s) als de prestatieafspraken worden nagekomen. Ga uit van een gedeeld belang: woningcorporaties en de gemeente moeten samen zorgen dat de prestatieafspraken worden nagekomen. De gemeente heeft er baat bij als dat ook lukt en er dus zodoende voldoende geschikte huurwoningen in de gemeente worden gebouwd. Daar kan ook een positieve prikkel voor de woningcorporatie tegenover worden gezet, denk bijvoorbeeld aan het verlagen van de prijs van bouwgrond voor de woningcorporatie, garantstelling bij nieuwe initiatieven of een bijdrage aan de energetische verduurzaming van woningen.

Nieuwbouw

-

Bestaande bouw

-

Sociale huurwoningen

  • Waar nodig en mogelijk kunnen financiële prikkels worden ingezet om de woonvisie te realiseren. Een voorbeeld is het verlagen van de prijs van bouwgrond om sociale woningbouw mogelijk te maken (zoals in Veghel). Een andere mogelijkheid zou bijvoorbeeld het inbouwen van financiële prikkels in de prestatieafspraken kunnen zijn.

Sociale koopwoningen

  • Waar nodig en mogelijk kunnen financiële prikkels worden ingezet om de woonvisie te realiseren. Een voorbeeld is het verlagen van de prijs van bouwgrond om sociale woningbouw mogelijk te maken (zoals in Veghel). Een andere mogelijkheid zou bijvoorbeeld het inbouwen van financiële prikkels in de prestatieafspraken kunnen zijn.

Koopwoningen

-

Aansluiting vraag en aanbod

-

Doelgroepen

  • De woonvisie en het jaarlijks door de raad vast te stellen uitvoeringsprogramma geven de kaders voor woningbouw in de gemeente, maar daar moet zo nodig van af kunnen worden geweken. Ga uit van flexibiliteit, zodat in samenspraak met het college, de huurderorganisatie en de woningcorporaties bijvoorbeeld ingespeeld kan worden op knelpunten op de eigen woningmarkt en er versneld meer woonruimte gerealiseerd kan worden (zoals voor spoedzoekers en statushouders in Veghel).

Kwantiteit woningvoorraad

  • Als er in enig jaar veel meer woningen worden opgeleverd dan volgens het jaargemiddelde van de woonvisie is vastgesteld, hou daar dan rekening mee in volgende jaren (zoals in Schijndel). Doe hetzelfde als er in enig jaar te weinig woningen worden opgeleverd.
  • Neem in de woonvisie niet alleen kwantitatieve, maar ook kwalitatieve ambities op, zoals over duurzaamheid en levensloop bestendig bouwen en formuleer deze SMART (Schijndel heeft hiertoe een poging gedaan).

Kwaliteit woningvoorraad

  • Neem in de woonvisie niet alleen kwantitatieve, maar ook kwalitatieve ambities op, zoals over duurzaamheid en levensloop bestendig bouwen en formuleer deze SMART (Schijndel heeft hiertoe een poging gedaan).

Woonruimteverdeling

-

Doorstroming

-

Prestaties Woonbeleid

  • Als er in enig jaar veel meer woningen worden opgeleverd dan volgens het jaargemiddelde van de woonvisie is vastgesteld, hou daar dan rekening mee in volgende jaren (zoals in Schijndel). Doe hetzelfde als er in enig jaar te weinig woningen worden opgeleverd.
    n.

Resultaat Woonbeleid

-

Effectiviteit Woonbeleid

  • Om het gewenste effect van de uitvoering van de woonvisie te bereiken voor de gemeente, moet woonbeleid in samenhang worden bezien met andere beleidsterreinen. Denk daarbij vooral aan:
  • Grondbeleid (Bijvoorbeeld: actief grondbeleid faciliteert woningbouw, maar brengt financiële risico’s voor de gemeente met zich mee. Welk risico vindt de raad aanvaardbaar?);
  • Ruimtelijk beleid (Bijvoorbeeld: aantrekkelijk inrichten van de openbare ruimte draagt bij aan een goed woonklimaat, maar kost de gemeente geld. Wat mag ruimtelijk beleid ten behoeve van het realiseren van de woonvisie kosten?);
  • Verkeer en vervoer (Bijvoorbeeld: voor alle nieuwbouwprojecten moet duidelijk zijn wat de vervoersbehoefte van de toekomstige bewoners is, hoe daarin wordt voorzien en hoe dat wordt gefinancierd.);
  • Financieel beleid (Bijvoorbeeld: verkoop van bouwgronden door de gemeente kan –afhankelijk van de prijs- voordelig of nadelig zijn voor de gemeente. Welke prijs voor door de gemeente te verkopen bouwgrond vindt de raad aanvaardbaar? Is een aanpassing een optie? (zoals in Veghel gedaan voor de extra sociale woningbouw));
  • Sociaal beleid (Bijvoorbeeld: een goede mix van woningen in het hoogste en laagste (prijs)segment, zowel koop als huur, heeft een gunstig effect op het woonklimaat, maar vergt instemming van alle betrokken actoren. Naast de gemeente zijn dit de woningcorporatie, makelaars, projectontwikkelaars en bewoners. Welke inspanning vraagt de raad van het college om dit te realiseren en in hoeverre kan het uitblijven van de bereikte overeenstemming leiden tot afkeuring van bestemmings- en bouwplannen?);
  • Maatschappelijke ondersteuning (Bijvoorbeeld: de raad kan er voor kiezen om in de woonvisie vast te leggen dat er een bepaald aantal seniorenwoningen zullen worden gebouwd of juist niet. In hoeverre heeft dit een positief of negatief effect op uitgaven door de gemeente voor woningaanpassingen uit het WMO-budget? En in hoeverre maakt dit doorstroming binnen de sociale huursector mogelijk?).

Efficiëntie Woonbeleid

-

Meijerijstad (2021) (2021)

Wet- en regelgeving Woonbeleid

  • Maak werk van een huisvestings- en doelgroepenverordening (eventueel regionaal)

Beleid(sdoelen) Woonbeleid

  • Zet in op snelle bouwproductie voor inhaalvraag op korte termijn (2) Zachte plannen: zorg voor plannen die voorzien in kwalitatieve beleidsdoelen. (aanscherpen van kwalitatieve eisen in actualisatie van woonvisie)
    • Zet in op innovatieve (flexibele, tijdelijke, kleine) woonvormen
  • Overweeg vereveningsfonds...Vereveningsfonds aantrekkelijk arrangement om kwalitatieve programmering vlot te trekken
    • Voorwaarde: marktconforme prijs per woning
    • Voorwaarde: beschikbare bouwlocaties om daadwerkelijk te kunnen realiseren

Budget

-

Begroting/Jaarverslag

-

Uitgaven

-

Sturende rol college

  • Werk zowel intern als richting initiatiefnemers met een duidelijk afwegingskader
    • Samen optrekken met woningmarktpartners kan beter: duidelijkheid helpt
    • Benut kansen vanuit Omgevingswet voor integrale en gebiedsgerichte werkwijze (krijgt aandacht in Omgevingsvisie)
    • Stop het ‘silo-denken’ en werk meer outputgericht aan uitvoering van doelstellingen (nu al uitgangspunt)
    • Stop het ‘silo-denken’ en werk meer outputgericht aan uitvoering van doelstellingen (nu al uitgangspunt)
  • Zet in op snelle bouwproductie voor inhaalvraag op korte termijn (1) Harde plannen: zet in op plannen die snel tot uitvoering kunnen komen
    • Hanteer up-or-out principe
    • Verkort doorlooptijd met conceptbouw
    • Integrale mobiliteitsbenadering vergroot haalbaarheid projecten
    • Verbind bouwtermijn aan vergunning
    • Borg continue productie met anticyclisch beleid
  • Zet in op snelle bouwproductie voor inhaalvraag op korte termijn (2) Zachte plannen: zorg voor plannen die voorzien in kwalitatieve beleidsdoelen (aanscherpen van kwalitatieve eisen in actualisatie van woonvisie).
    • Zet in op innovatieve (flexibele, tijdelijke, kleine) woonvormen
    • Afstemmen aan de voorkant zorgt voor tijdswinst aan de achterkant
    • Verkort RO-procedures
  • Maak werk van een adaptieve programmering
    • Prognoses fluctueren en zijn sterk afhankelijk van binnenlandse en buitenlandse migratie
    • Belangrijk is dat u zowel kan op- als afschalen als actuele ontwikkelingen hierom vragen

Kaderstellende rol

-

Controlerende rol

-

Monitoring

-

Evaluatie/onderzoek

-

Informatievoorziening sturing

-

Informatievoorziening kaderstelling

-

Informatievoorziening controle

-

Organisatie uitvoering Woonbeleid

-

Uitvoering Woonbeleid

  • Werk zowel intern als richting initiatiefnemers met een duidelijk afwegingskader
    • Samen optrekken met woningmarktpartners kan beter: duidelijkheid helpt
    • Benut kansen vanuit Omgevingswet voor integrale en gebiedsgerichte werkwijze (krijgt aandacht in Omgevingsvisie)
    • Stop het ‘silo-denken’ en werk meer outputgericht aan uitvoering van doelstellingen (nu al uitgangspunt)
  • Zet in op snelle bouwproductie voor inhaalvraag op korte termijn (1) Harde plannen: zet in op plannen die snel tot uitvoering kunnen komen
    • Hanteer up-or-out principe
    • Verkort doorlooptijd met conceptbouw
    • Integrale mobiliteitsbenadering vergroot haalbaarheid projecten
    • Verbind bouwtermijn aan vergunning
    • Borg continue productie met anticyclisch beleid
  • Zet in op snelle bouwproductie voor inhaalvraag op korte termijn (2) Zachte plannen: zorg voor plannen die voorzien in kwalitatieve beleidsdoelen (aanscherpen van kwalitatieve eisen in actualisatie van woonvisie).
    • Zet in op innovatieve (flexibele, tijdelijke, kleine) woonvormen
    • Afstemmen aan de voorkant zorgt voor tijdswinst aan de achterkant
    • Verkort RO-procedures
  • Overweeg vereveningsfonds...Vereveningsfonds aantrekkelijk arrangement om kwalitatieve programmering vlot te trekken
    • Voorwaarde: marktconforme prijs per woning
    • Voorwaarde: beschikbare bouwlocaties om daadwerkelijk te kunnen realiseren

Prestatieafspraken

-

Samenwerking

  • Werk zowel intern als richting initiatiefnemers met een duidelijk afwegingskader
    • Samen optrekken met woningmarktpartners kan beter: duidelijkheid helpt

Nieuwbouw

-

Bestaande bouw

-

Sociale huurwoningen

  • Zorg voor gelijk speelveld en bouwlocaties
    • Private marktpartijen in uw gemeente actief in de sociale huur: Zorg voor gelijk speelveld (exploitatietermijn, huurprijsontwikkeling, etc.)

Sociale koopwoningen

-

Koopwoningen

-

Aansluiting vraag en aanbod

-

Doelgroepen

  • Maak werk van een huisvestings- en doelgroepenverordening (eventueel regionaal)

Kwantiteit woningvoorraad

-

Kwaliteit woningvoorraad

-

Woonruimteverdeling

-

Doorstroming

-

Prestaties Woonbeleid

-

Resultaat Woonbeleid

-

Effectiviteit Woonbeleid

-

Efficiëntie Woonbeleid

-

Nijkerk (2020) (2020)

Wet- en regelgeving Woonbeleid

-

Beleid(sdoelen) Woonbeleid

  • Stel een nieuw dienstverleningsconcept op met concrete doelstellingen en laat dit door de gemeenteraad in 2020 vaststellen.
  • Betrek de OddV bij het opstellen van het nieuwe dienstverleningsconcept met name wat betreft het uitwerken van de ambities en doelen en de wijze waarop de gemeente en de OddV daar gezamenlijk in vulling aan willen geven.

Budget

-

Begroting/Jaarverslag

-

Uitgaven

-

Sturende rol college

  • Stel een nieuw dienstverleningsconcept op met concrete doelstellingen en laat dit door de gemeenteraad in 2020 vaststellen.
  • Zorg dat er in 2020 een concreet organisatieplan komt en implementeer het zo spoedig mogelijk. Betrek daarbij de opgedane ervaringen met zelfsturende teams en heroverweeg de huidige organisatiestructuur met 28 zelfsturende teams. Zorg voor meer sturing in de organisatie.

Kaderstellende rol

  • Stel een nieuw dienstverleningsconcept op met concrete doelstellingen en laat dit door de gemeenteraad in 2020 vaststellen.

Controlerende rol

-

Monitoring

  • Monitor structureel het naleven van de servicenormen, koppel dit terug aan de ambtelijke organisatie en maak naar aanleiding daarvan concrete afspraken. Overweeg om over de naleving van de servicenormen de komende drie jaar te rapporteren in de P&C-rapportages.
  • Blijf doorgaan met het verbeteren van de afhandeling terugbelverzoeken en meldingen openbare ruimte. Blijf de voortgang monitoren en koppel terug in de organisatie naar alle betrokken medewerkers. Betrek de KCC-medewerkers nadrukkelijk in dit verbeteringsproces.
  • Communiceer actief en duidelijk naar medewerkers hoe om te gaan met het zaaksysteem, monitor de naleving en evalueer jaarlijks.

Evaluatie/onderzoek

  • Optimaliseer het adviseringsproces van complexe vergunningen, zorg voor goede afstemming tussen alle betrokkenen van zowel OddV als de gemeente. Zorg dat de aanvrager van de vergunning één aanspreekpunt heeft en communiceer daar duidelijk over. Evalueer regelmatig de werkwijze en pas zo nodig aan.
  • Communiceer actief en duidelijk naar medewerkers hoe om te gaan met het zaaksysteem, monitor de naleving en evalueer jaarlijks.

Informatievoorziening sturing

  • Monitor structureel het naleven van de servicenormen, koppel dit terug aan de ambtelijke organisatie en maak naar aanleiding daarvan concrete afspraken. Overweeg om over de naleving van de servicenormen de komende drie jaar te rapporteren in de P&C-rapportages.

Informatievoorziening kaderstelling

-

Informatievoorziening controle

-

Organisatie uitvoering Woonbeleid

  • Blijf doorgaan met het verbeteren van de afhandeling terugbelverzoeken en meldingen openbare ruimte. Blijf de voortgang monitoren en koppel terug in de organisatie naar alle betrokken medewerkers. Betrek de KCC-medewerkers nadrukkelijk in dit verbeteringsproces.
  • Optimaliseer het adviseringsproces van complexe vergunningen, zorg voor goede afstemming tussen alle betrokkenen van zowel OddV als de gemeente. Zorg dat de aanvrager van de vergunning één aanspreekpunt heeft en communiceer daar duidelijk over. Evalueer regelmatig de werkwijze en pas zo nodig aan.
  • Zorg dat er in 2020 een concreet organisatieplan komt en implementeer het zo spoedig mogelijk. Betrek daarbij de opgedane ervaringen met zelfsturende teams en heroverweeg de huidige organisatiestructuur met 28 zelfsturende teams. Zorg voor meer sturing in de organisatie.
  • Zorg ervoor dat de gemiste benodigde functionaliteiten/modules in het zaaksysteem Djuma worden aangeschaft of worden ontwikkeld.
  • Communiceer actief en duidelijk naar medewerkers hoe om te gaan met het zaaksysteem, monitor de naleving en evalueer jaarlijks.

Uitvoering Woonbeleid

  • Blijf doorgaan met het verbeteren van de afhandeling terugbelverzoeken en meldingen openbare ruimte. Blijf de voortgang monitoren en koppel terug in de organisatie naar alle betrokken medewerkers. Betrek de KCC-medewerkers nadrukkelijk in dit verbeteringsproces.
  • Zorg voor voldoende capaciteit en expertise bij het fysieke loket “Bouw, Wonen, en Vergunningen”.
  • Verstrek informatie aan inwoners en bedrijven op gebied van bouw, wonen en woonomgeving pro-actief en kijk vooral naar de informatiebehoefte van de klant.

Prestatieafspraken

-

Samenwerking

  • Betrek de OddV bij het opstellen van het nieuwe dienstverleningsconcept met name wat betreft het uitwerken van de ambities en doelen en de wijze waarop de gemeente en de OddV daar gezamenlijk in vulling aan willen geven.
  • Optimaliseer het adviseringsproces van complexe vergunningen, zorg voor goede afstemming tussen alle betrokkenen van zowel OddV als de gemeente. Zorg dat de aanvrager van de vergunning één aanspreekpunt heeft en communiceer daar duidelijk over. Evalueer regelmatig de werkwijze en pas zo nodig aan.

Nieuwbouw

-

Bestaande bouw

-

Sociale huurwoningen

-

Sociale koopwoningen

-

Koopwoningen

-

Aansluiting vraag en aanbod

-

Doelgroepen

-

Kwantiteit woningvoorraad

-

Kwaliteit woningvoorraad

-

Woonruimteverdeling

-

Doorstroming

-

Prestaties Woonbeleid

-

Resultaat Woonbeleid

-

Effectiviteit Woonbeleid

-

Efficiëntie Woonbeleid

-

Nijkerk (2020) (2020)

Wet- en regelgeving Woonbeleid

  • Zorg dat de nieuwe Woonvisie past binnen de (hoofdlijnen van de) nieuwe Omgevingsvisie.
  • In de nieuwe Woonvisie zal ook rekening gehouden moeten worden met zowel de taakstellingen vanuit de regio, de gehouden evaluaties met externe partijen en de verrichtte onderzoeken.
  • De doelstellingen moeten concreet en meetbaar, maar ook realistisch zijn. Daarnaast moet er ruimte zijn voor flexibiliteit die veranderende wet- en regelgeving en de markt vragen.
  • Maak het proces van de jaarlijkse prestatieafspraken flexibeler om wijzigingen in wet- en regelgeving snel te kunnen verwerken. Maak daarbij onder andere onderscheid in meerjarenafspraken en korter lopende afspraken.

Beleid(sdoelen) Woonbeleid

  • Zorg er bij de nieuwe Woonvisie voor dat het een onderdeel is van een integraal Woonbeleid.
  • In het Woonbeleid zouden alle relevante aspecten van het wonen zowel voor de sociale als de vrije sector op elkaar afgestemd moeten zijn.
  • Zorg dat de nieuwe Woonvisie past binnen de (hoofdlijnen van de) nieuwe Omgevingsvisie.
  • In de nieuwe Woonvisie zal ook rekening gehouden moeten worden met zowel de taakstellingen vanuit de regio, de gehouden evaluaties met externe partijen en de verrichtte onderzoeken.
  • De doelstellingen moeten concreet en meetbaar, maar ook realistisch zijn. Daarnaast moet er ruimte zijn voor flexibiliteit die veranderende wet- en regelgeving en de markt vragen.
  • Belangrijke maatschappelijke ontwikkelingen moeten geïntegreerd worden in het nieuwe Woonbeleid. Voorbeelden hiervan zijn om in het Woonbeleid invulling te geven aan de huisvesting van inwoners met een ondersteuningsvraag en om zowel voor nieuwbouw als bestaande bouw doelstellingen op te nemen voor de energietransitie die de komende jaren vorm moet gaan krijgen.
  • Onderzoek of voor het realiseren van doelstellingen op het gebied van de sociale bouw de huidige 35% moet wijzigen en of dit percentage in projecten anders verdeeld moet worden over het aandeel huurwoningen en koopwoningen. Wees er ook duidelijk in of/ wanneer tijdelijke huisvesting meegenomen mag worden in de percentages (en of deze dus ook bij de kernvoorraad geteld mag worden). Communiceer vervolgens de afspraken duidelijk naar alle partijen.
  • Wanneer men 35% sociale woningbouw blijvend wil realiseren in ontwikkelingsprojecten wordt aanbevolen dit in het beleid blijvend te verankeren.
  • Voor de continuïteit van de sociale woningbouw is het wenselijk dat in de nieuwe Woonvisie integrale kaders worden opgenomen voor zowel ontwikkelaars als de woningcorporaties. Denk daarbij aan de verdeling van woningen over verschillende huurprijsklassen, exploitatietermijnen, meedoen via het woonruimteverdeelsysteem Woningnet en de opvang van urgente gevallen.
  • Ontwikkel nieuw beleid en concrete maatregelen voor het aantal woningen voor middeninkomens, omdat dit ontbreekt in de oude Woonvisie, maar hier wel in thuis hoort.

Budget

-

Begroting/Jaarverslag

-

Uitgaven

-

Sturende rol college

  • Zorg ervoor dat er in de raad echt gekozen kan worden uit varianten in de Woonvisie om de consequenties van de verschillende keuzes helder te krijgen.
  • Maak het proces van de jaarlijkse prestatieafspraken flexibeler om wijzigingen in wet- en regelgeving snel te kunnen verwerken. Maak daarbij onder andere onderscheid in meerjarenafspraken en korter lopende afspraken.
  • Zorg ervoor dat binnen de bestaande Planning & Controlcyclus er gerapporteerd wordt over de voortgang van alle doelstellingen uit de Woonvisie. Rapporteer hier inzichtelijk over naar de raad, zodat zij hierop kan sturen.

Kaderstellende rol

  • Zorg ervoor dat er in de raad echt gekozen kan worden uit varianten in de Woonvisie om de consequenties van de verschillende keuzes helder te krijgen.

Controlerende rol

  • Zorg ervoor dat binnen de bestaande Planning & Controlcyclus er gerapporteerd wordt over de voortgang van alle doelstellingen uit de Woonvisie. Rapporteer hier inzichtelijk over naar de raad, zodat zij hierop kan sturen.

Monitoring

-

Evaluatie/onderzoek

  • In de nieuwe Woonvisie zal ook rekening gehouden moeten worden met zowel de taakstellingen vanuit de regio, de gehouden evaluaties met externe partijen en de verrichtte onderzoeken.
  • Onderzoek of voor het realiseren van doelstellingen op het gebied van de sociale bouw de huidige 35% moet wijzigen en of dit percentage in projecten anders verdeeld moet worden over het aandeel huurwoningen en koopwoningen. Wees er ook duidelijk in of/ wanneer tijdelijke huisvesting meegenomen mag worden in de percentages (en of deze dus ook bij de kernvoorraad geteld mag worden). Communiceer vervolgens de afspraken duidelijk naar alle partijen.

Informatievoorziening sturing

  • Onderzoek of voor het realiseren van doelstellingen op het gebied van de sociale bouw de huidige 35% moet wijzigen en of dit percentage in projecten anders verdeeld moet worden over het aandeel huurwoningen en koopwoningen. Wees er ook duidelijk in of/ wanneer tijdelijke huisvesting meegenomen mag worden in de percentages (en of deze dus ook bij de kernvoorraad geteld mag worden). Communiceer vervolgens de afspraken duidelijk naar alle partijen.
  • Zorg ervoor dat binnen de bestaande Planning & Controlcyclus er gerapporteerd wordt over de voortgang van alle doelstellingen uit de Woonvisie. Rapporteer hier inzichtelijk over naar de raad, zodat zij hierop kan sturen.

Informatievoorziening kaderstelling

  • Onderzoek of voor het realiseren van doelstellingen op het gebied van de sociale bouw de huidige 35% moet wijzigen en of dit percentage in projecten anders verdeeld moet worden over het aandeel huurwoningen en koopwoningen. Wees er ook duidelijk in of/ wanneer tijdelijke huisvesting meegenomen mag worden in de percentages (en of deze dus ook bij de kernvoorraad geteld mag worden). Communiceer vervolgens de afspraken duidelijk naar alle partijen.

Informatievoorziening controle

  • Zorg ervoor dat binnen de bestaande Planning & Controlcyclus er gerapporteerd wordt over de voortgang van alle doelstellingen uit de Woonvisie. Rapporteer hier inzichtelijk over naar de raad, zodat zij hierop kan sturen.

Organisatie uitvoering Woonbeleid

-

Uitvoering Woonbeleid

-

Prestatieafspraken

  • Maak het proces van de jaarlijkse prestatieafspraken flexibeler om wijzigingen in wet- en regelgeving snel te kunnen verwerken. Maak daarbij onder andere onderscheid in meerjarenafspraken en korter lopende afspraken.

Samenwerking

-

Nieuwbouw

  • Belangrijke maatschappelijke ontwikkelingen moeten geïntegreerd worden in het nieuwe Woonbeleid. Voorbeelden hiervan zijn om in het Woonbeleid invulling te geven aan de huisvesting van inwoners met een ondersteuningsvraag en om zowel voor nieuwbouw als bestaande bouw doelstellingen op te nemen voor de energietransitie die de komende jaren vorm moet gaan krijgen.
  • Wanneer men 35% sociale woningbouw blijvend wil realiseren in ontwikkelingsprojecten wordt aanbevolen dit in het beleid blijvend te verankeren.
  • Voor de continuïteit van de sociale woningbouw is het wenselijk dat in de nieuwe Woonvisie integrale kaders worden opgenomen voor zowel ontwikkelaars als de woningcorporaties. Denk daarbij aan de verdeling van woningen over verschillende huurprijsklassen, exploitatietermijnen, meedoen via het woonruimteverdeelsysteem Woningnet en de opvang van urgente gevallen.

Bestaande bouw

  • Belangrijke maatschappelijke ontwikkelingen moeten geïntegreerd worden in het nieuwe Woonbeleid. Voorbeelden hiervan zijn om in het Woonbeleid invulling te geven aan de huisvesting van inwoners met een ondersteuningsvraag en om zowel voor nieuwbouw als bestaande bouw doelstellingen op te nemen voor de energietransitie die de komende jaren vorm moet gaan krijgen.

Sociale huurwoningen

-

Sociale koopwoningen

  • Wanneer men 35% sociale woningbouw blijvend wil realiseren in ontwikkelingsprojecten wordt aanbevolen dit in het beleid blijvend te verankeren.
  • Voor de continuïteit van de sociale woningbouw is het wenselijk dat in de nieuwe Woonvisie integrale kaders worden opgenomen voor zowel ontwikkelaars als de woningcorporaties. Denk daarbij aan de verdeling van woningen over verschillende huurprijsklassen, exploitatietermijnen, meedoen via het woonruimteverdeelsysteem Woningnet en de opvang van urgente gevallen.

Koopwoningen

  • Wanneer men 35% sociale woningbouw blijvend wil realiseren in ontwikkelingsprojecten wordt aanbevolen dit in het beleid blijvend te verankeren.
  • Voor de continuïteit van de sociale woningbouw is het wenselijk dat in de nieuwe Woonvisie integrale kaders worden opgenomen voor zowel ontwikkelaars als de woningcorporaties. Denk daarbij aan de verdeling van woningen over verschillende huurprijsklassen, exploitatietermijnen, meedoen via het woonruimteverdeelsysteem Woningnet en de opvang van urgente gevallen.

Aansluiting vraag en aanbod

-

Doelgroepen

  • Belangrijke maatschappelijke ontwikkelingen moeten geïntegreerd worden in het nieuwe Woonbeleid. Voorbeelden hiervan zijn om in het Woonbeleid invulling te geven aan de huisvesting van inwoners met een ondersteuningsvraag en om zowel voor nieuwbouw als bestaande bouw doelstellingen op te nemen voor de energietransitie die de komende jaren vorm moet gaan krijgen.
  • Ontwikkel nieuw beleid en concrete maatregelen voor het aantal woningen voor middeninkomens, omdat dit ontbreekt in de oude Woonvisie, maar hier wel in thuis hoort.

Kwantiteit woningvoorraad

  • Onderzoek of voor het realiseren van doelstellingen op het gebied van de sociale bouw de huidige 35% moet wijzigen en of dit percentage in projecten anders verdeeld moet worden over het aandeel huurwoningen en koopwoningen. Wees er ook duidelijk in of/ wanneer tijdelijke huisvesting meegenomen mag worden in de percentages (en of deze dus ook bij de kernvoorraad geteld mag worden). Communiceer vervolgens de afspraken duidelijk naar alle partijen.
  • Wanneer men 35% sociale woningbouw blijvend wil realiseren in ontwikkelingsprojecten wordt aanbevolen dit in het beleid blijvend te verankeren.
  • Ontwikkel nieuw beleid en concrete maatregelen voor het aantal woningen voor middeninkomens, omdat dit ontbreekt in de oude Woonvisie, maar hier wel in thuis hoort.

Kwaliteit woningvoorraad

-

Woonruimteverdeling

  • Voor de continuïteit van de sociale woningbouw is het wenselijk dat in de nieuwe Woonvisie integrale kaders worden opgenomen voor zowel ontwikkelaars als de woningcorporaties. Denk daarbij aan de verdeling van woningen over verschillende huurprijsklassen, exploitatietermijnen, meedoen via het woonruimteverdeelsysteem Woningnet en de opvang van urgente gevallen.

Doorstroming

-

Prestaties Woonbeleid

  • Onderzoek of voor het realiseren van doelstellingen op het gebied van de sociale bouw de huidige 35% moet wijzigen en of dit percentage in projecten anders verdeeld moet worden over het aandeel huurwoningen en koopwoningen. Wees er ook duidelijk in of/ wanneer tijdelijke huisvesting meegenomen mag worden in de percentages (en of deze dus ook bij de kernvoorraad geteld mag worden). Communiceer vervolgens de afspraken duidelijk naar alle partijen.

Resultaat Woonbeleid

-

Effectiviteit Woonbeleid

-

Efficiëntie Woonbeleid

-

Nunspeet en Oldebroek (2022) (2022)

Wet- en regelgeving Woonbeleid

-

Beleid(sdoelen) Woonbeleid

Nunspeet en Oldebroek:

  • SMART doelen formuleren: Zorg dat doelen en afspraken zoveel als mogelijk SMART geformuleerd worden. Dit geeft handvatten om ambities en doelen concreet te maken, en daardoor wordt monitoring en evaluatie van de gehele beleidslijn weer gemakkelijker.
  • Samenwerking voortzetten: Zorg dat partners/stakeholders niet alleen bij het opstellen van een nieuwe woonvisie worden betrokken, maar betrek ze ook bij de uitvoering en evaluatie en monitoring, om gezamenlijk na te gaan of de beleidslijn het gewenste effect heeft gehad.

Budget

-

Begroting/Jaarverslag

-

Uitgaven

-

Sturende rol college

Nunspeet:

  • Monitoring, evaluatie en verantwoording van de beleidslijn: Zorg ervoor dat niet alleen concrete projecten worden geëvalueerd en gemonitord, maar dat ook regelmatig het beleid uit de woonvisie zelf tegen het licht wordt gehouden. Ga na of de ambities van toen nog aansluiten bij de huidige woningmarkt en opgaven van nu. Dat kan door de raad periodiek te informeren over de actuele situatie op de woningmarkt aan de hand van indicatoren zoals slaagkansen en wachttijden in de sociale huursector en prijsontwikkelingen op de koopmarkt. Dit stelt de raad in de gelegenheid om bij te sturen wanneer de ontwikkelingen op de markt daar aanleiding voor geven.
    Oldebroek:
  • Monitoring, evaluatie en verantwoording van de beleidslijn: Zorg in de beleidsverantwoording voor periodieke monitoring in het licht van de ontwikkelingen op de woningmarkt. Gebruik daarvoor indicatoren zoals slaagkansen en wachttijden in de huursector en prijsontwikkelingen in de koopsector. Stuur bij als de ontwikkelingen op de markt daar tussentijds aanleiding voor geven. Geef met het oog hierop niet alleen informatie over welke acties zijn uitgevoerd, maar beschrijf ook wat er met die acties bereikt is. Betrek hierbij ook externe partijen met kennis van de lokale woningmarkt, zoals makelaars en de corporaties.

Kaderstellende rol

-

Controlerende rol

Nunspeet:

  • Monitoring, evaluatie en verantwoording van de beleidslijn: Zorg ervoor dat niet alleen concrete projecten worden geëvalueerd en gemonitord, maar dat ook regelmatig het beleid uit de woonvisie zelf tegen het licht wordt gehouden. Ga na of de ambities van toen nog aansluiten bij de huidige woningmarkt en opgaven van nu. Dat kan door de raad periodiek te informeren over de actuele situatie op de woningmarkt aan de hand van indicatoren zoals slaagkansen en wachttijden in de sociale huursector en prijsontwikkelingen op de koopmarkt. Dit stelt de raad in de gelegenheid om bij te sturen wanneer de ontwikkelingen op de markt daar aanleiding voor geven.
  • Controlerende rol van de raad bij de brede beleidslijn op het thema wonen verder uitdiepen: Agendeer periodiek de actuele stand van zaken van het woonbeleid. Op zulke momenten kunnen projecten, prestatieafspraken en beleidsdoelen in samenhang worden besproken, in het licht van de actuele woningmarktsituatie. De raad kan op zo’n moment eventueel bijsturen op de eerder ingezette koers.
    Oldebroek:
    '- Controlerende rol van de raad bij woningbouwplannen: Zorg dat de informatie over de voortgang van woningbouwprojecten niet alleen ingaat op de financiële kant ervan (grondexploitaties bijvoorbeeld), maar ook op de bijdrage die die projecten leveren aan de doelen uit de woonvisie. Laat uit de informatie duidelijk worden hoe de verschillende projecten passen bij de prioriteiten van het woonbeleid.
  • Controlerende rol van de raad bij het woonbeleid: Agendeer periodiek de actuele stand van zaken van het woonbeleid. Op zulke momenten kunnen projecten, prestatieafspraken en beleidsdoelen in samenhang worden besproken, in het licht van de actuele woningmarktsituatie. De raad kan op zo’n moment eventueel bijsturen op de eerder ingezette koers.

Monitoring

Nunspeet en Oldebroek:

  • SMART doelen formuleren: Zorg dat doelen en afspraken zoveel als mogelijk SMART geformuleerd worden. Dit geeft handvatten om ambities en doelen concreet te maken, en daardoor wordt monitoring en evaluatie van de gehele beleidslijn weer gemakkelijker.
  • Samenwerking voortzetten: Zet de intensieve samenwerking met partners/stakeholders voort en maak gebruik van hun ‘voelsprieten’ in de samenleving. Ga regelmatig samen na of de ambities en voornemens van de gemeente nog aansluiten bij wat gewenst uit de samenleving. Zorg dat partners/stakeholders niet alleen bij het opstellen van een nieuwe woonvisie worden betrokken, maar betrek ze ook bij de uitvoering en evaluatie en monitoring, om gezamenlijk na te gaan of de beleidslijn het gewenste effect heeft gehad.
    Nunspeet:
  • Monitoring, evaluatie van de beleidslijn: Zorg ervoor dat niet alleen concrete projecten worden geëvalueerd en gemonitord, maar dat ook regelmatig het beleid uit de woonvisie zelf tegen het licht wordt gehouden. Ga na of de ambities van toen nog aansluiten bij de huidige woningmarkt en opgaven van nu. Dat kan door de raad periodiek te informeren over de actuele situatie op de woningmarkt aan de hand van indicatoren zoals slaagkansen en wachttijden in de sociale huursector en prijsontwikkelingen op de koopmarkt.
    Oldebroek:
    '- Beleid, ambities en concrete projecten in samenhang bezien: Geef meer aandacht aan monitoring en evaluatie van beleid, zowel op het niveau van de woonvisie als op het niveau van de prestatieafspraken en projecten.
  • Monitoring: Zorg in de beleidsverantwoording voor periodieke monitoring in het licht van de ontwikkelingen op de woningmarkt. Gebruik daarvoor indicatoren zoals slaagkansen en wachttijden in de huursector en prijsontwikkelingen in de koopsector.

Evaluatie/onderzoek

Nunspeet en Oldebroek:

  • SMART doelen: Zorg dat doelen en afspraken zoveel mogelijk SMART geformuleerd worden. Dit geeft handvatten om voorgenomen zaken concreet te maken, en daardoor wordt monitoring en evaluatie ervan weer gemakkelijker.
  • Samenwerking: Zet de intensieve samenwerking met partners/stakeholders voort en maak gebruik van hun ‘voelsprieten’ in de samenleving. Ga regelmatig samen na of de ambities en voornemens van de gemeente nog aansluiten bij wat gewenst uit de samenleving. Zorg dat partners/stakeholders niet alleen bij het opstellen van een nieuwe woonvisie worden betrokken, maar betrek ze ook bij de uitvoering en evaluatie en monitoring, om gezamenlijk na te gaan of de beleidslijn het gewenste effect heeft gehad.
    Nunspeet:
  • Monitoring, evaluatie van de beleidslijn: Zorg ervoor dat niet alleen concrete projecten worden geëvalueerd en gemonitord, maar dat ook regelmatig het beleid uit de woonvisie zelf tegen het licht wordt gehouden. Ga na of de ambities van toen nog aansluiten bij de huidige woningmarkt en opgaven van nu. Dat kan door de raad periodiek te informeren over de actuele situatie op de woningmarkt aan de hand van indicatoren zoals slaagkansen en wachttijden in de sociale huursector en prijsontwikkelingen op de koopmarkt.
    Oldebroek:
  • Beleid, ambities en concrete projecten in samenhang bezien: Geef meer aandacht aan monitoring en evaluatie van beleid, zowel op het niveau van de woonvisie als op het niveau van de prestatieafspraken en projecten.

Informatievoorziening sturing

Nunspeet:

  • Beleid, ambities en concrete projecten in samenhang bezien: Versterk de samenhang in de informatie tussen de beleidsdoelen uit de woonvisie en de concrete (woningbouw)projecten die zijn uitgevoerd. Nu gaat de informatie wel in op de mate waarin projecten zijn uitgevoerd, maar wordt niet duidelijk of daarmee de doelen uit de woonvisie ook gerealiseerd zijn.
  • Monitoring, evaluatie en verantwoording van de beleidslijn: zorg ervoor dat niet alleen concrete projecten worden geëvalueerd en gemonitord, maar dat ook regelmatig het beleid uit de woonvisie zelf tegen het licht wordt gehouden. Ga na of de ambities van toen nog aansluiten bij de huidige woningmarkt en opgaven van nu. Dat kan door de raad periodiek te informeren over de actuele situatie op de woningmarkt aan de hand van indicatoren zoals slaagkansen en wachttijden in de sociale huursector en prijsontwikkelingen op de koopmarkt. Dit stelt de raad in de gelegenheid om bij te sturen wanneer de ontwikkelingen op de markt daar aanleiding voor geven.
    Oldebroek:
  • Beleid, ambities en concrete projecten in samenhang bezien: Versterk de samenhang in de informatie tussen de beleidsdoelen uit de woonvisie en de concrete (woningbouw)projecten die zijn uitgevoerd.

Informatievoorziening kaderstelling

-

Informatievoorziening controle

Nunspeet:

  • Beleid, ambities en concrete projecten in samenhang bezien: Versterk de samenhang in de informatie tussen de beleidsdoelen uit de woonvisie en de concrete (woningbouw)projecten die zijn uitgevoerd. Nu gaat de informatie wel in op de mate waarin projecten zijn uitgevoerd, maar wordt niet duidelijk of daarmee de doelen uit de woonvisie ook gerealiseerd zijn.
  • Monitoring, evaluatie en verantwoording van de beleidslijn: zorg ervoor dat niet alleen concrete projecten worden geëvalueerd en gemonitord, maar dat ook regelmatig het beleid uit de woonvisie zelf tegen het licht wordt gehouden. Ga na of de ambities van toen nog aansluiten bij de huidige woningmarkt en opgaven van nu. Dat kan door de raad periodiek te informeren over de actuele situatie op de woningmarkt aan de hand van indicatoren zoals slaagkansen en wachttijden in de sociale huursector en prijsontwikkelingen op de koopmarkt. Dit stelt de raad in de gelegenheid om bij te sturen wanneer de ontwikkelingen op de markt daar aanleiding voor geven.
    Oldebroek:
    '- Beleid, ambities en concrete projecten in samenhang bezien: Versterk de samenhang in de informatie tussen de beleidsdoelen uit de woonvisie en de concrete (woningbouw)projecten die zijn uitgevoerd. Zorg dat in de informatie over bouwprojecten aan de raad duidelijk wordt wat het betreffende project bijdraagt aan de prioriteiten van het woonbeleid. Op deze manier kan de raad beter zijn controlerende rol vervullen.

Organisatie uitvoering Woonbeleid

-

Uitvoering Woonbeleid

Nunspeet en Oldebroek:

  • SMART doelen: Zorg dat doelen en afspraken zoveel mogelijk SMART geformuleerd worden. Dit geeft handvatten om voorgenomen zaken concreet te maken.

Prestatieafspraken

-

Samenwerking

Nunspeet en Oldebroek:

  • Samenwerking voortzetten: Zet de intensieve samenwerking met partners/stakeholders voort en maak gebruik van hun ‘voelsprieten’ in de samenleving. Ga regelmatig samen na of de ambities en voornemens van de gemeente nog aansluiten bij wat gewenst uit de samenleving. Zorg dat partners/stakeholders niet alleen bij het opstellen van een nieuwe woonvisie worden betrokken, maar betrek ze ook bij de uitvoering en evaluatie en monitoring, om gezamenlijk na te gaan of de beleidslijn het gewenste effect heeft gehad.
    Oldebroek:
  • Verantwoording: Geef niet alleen informatie over welke acties zijn uitgevoerd, maar beschrijf ook wat er met die acties bereikt is. Betrek hierbij ook externe partijen met kennis van de lokale woningmarkt, zoals makelaars en de corporaties.

Nieuwbouw

-

Bestaande bouw

-

Sociale huurwoningen

-

Sociale koopwoningen

-

Koopwoningen

-

Aansluiting vraag en aanbod

-

Doelgroepen

-

Kwantiteit woningvoorraad

-

Kwaliteit woningvoorraad

-

Woonruimteverdeling

-

Doorstroming

-

Prestaties Woonbeleid

-

Resultaat Woonbeleid

Nunspeet:

  • Beleid, ambities en concrete projecten in samenhang bezien: Versterk de samenhang in de informatie tussen de beleidsdoelen uit de woonvisie en de concrete (woningbouw)projecten die zijn uitgevoerd. Nu gaat de informatie wel in op de mate waarin projecten zijn uitgevoerd, maar wordt niet duidelijk of daarmee de doelen uit de woonvisie ook gerealiseerd zijn.
    Oldebroek:
  • Verantwoording: Geef niet alleen informatie over welke acties zijn uitgevoerd, maar beschrijf ook wat er met die acties bereikt is. Betrek hierbij ook externe partijen met kennis van de lokale woningmarkt, zoals makelaars en de corporaties.

Effectiviteit Woonbeleid

Nunspeet en Oldebroek:

  • Samenwerking voortzetten: Zorg dat partners/stakeholders niet alleen bij het opstellen van een nieuwe woonvisie worden betrokken, maar betrek ze ook bij de uitvoering en evaluatie en monitoring, om gezamenlijk na te gaan of de beleidslijn het gewenste effect heeft gehad.

Efficiëntie Woonbeleid

-

Olst-Wijhe (2019) (2019)

Wet- en regelgeving Woonbeleid

-

Beleid(sdoelen) Woonbeleid

-

Budget

-

Begroting/Jaarverslag

-

Uitgaven

-

Sturende rol college

-

Kaderstellende rol

-

Controlerende rol

-

Monitoring

-

Evaluatie/onderzoek

-

Informatievoorziening sturing

-

Informatievoorziening kaderstelling

-

Informatievoorziening controle

-

Organisatie uitvoering Woonbeleid

-

Uitvoering Woonbeleid

-

Prestatieafspraken

-

Samenwerking

-

Nieuwbouw

-

Bestaande bouw

-

Sociale huurwoningen

-

Sociale koopwoningen

-

Koopwoningen

-

Aansluiting vraag en aanbod

-

Doelgroepen

-

Kwantiteit woningvoorraad

-

Kwaliteit woningvoorraad

-

Woonruimteverdeling

-

Doorstroming

-

Prestaties Woonbeleid

-

Resultaat Woonbeleid

-

Effectiviteit Woonbeleid

-

Efficiëntie Woonbeleid

-

Ommen (2016) (2016)

Wet- en regelgeving Woonbeleid

-

Beleid(sdoelen) Woonbeleid

  • Zorg dat het mogelijk is om tussentijds en bij het opstellen van een nieuwe woonvisie te beoordelen of de doelen behaald zijn. Dat kan bijvoorbeeld door in de P&C-documenten terug te komen op de doelen uit de woonvisie. Ook het overzicht van de woningbouwprogrammering kan hierin een rol spelen.
  • Maak expliciet hoe de bouwprojecten en de keuzes die daarin gemaakt worden, bijdragen aan de in de woonvisie geformuleerde doelen. Maak ook expliciet wanneer het – om financiële redenen – nodig is om besluiten te nemen in de projecten die juist niet bijdragen aan die doelen.
  • Relateer monitoring en evaluatie van het woonbeleid aan de operationalisering van het beleid in maatregelen die in de woonvisie genoemd staat. In de woonvisie zijn de beleidsdoelen uitgewerkt in diverse maatregelen. Door in de monitoring en evaluatie aan te sluiten bij deze maatregelen, wordt ook gemakkelijker inzichtelijk wat de bijdrage van de uitgevoerde activiteiten aan de geformuleerde doelen is.
  • Geef bij de vaststelling van nieuw woonbeleid meer aandacht aan de processen van informatievoorziening en besluitvorming die daarbij horen. Beschrijf, bijvoorbeeld, in de woonvisie niet alleen de gewenste ambities en maatregelen, maar ook op welke manier de raad geïnformeerd wordt over het bereiken van die doelen en het realiseren van die maatregelen. Zorg dat er zo ook meer inzicht komt in de sturingsmogelijkheden van de raad. Bij de huidige woonvisie kan, bijvoorbeeld, worden bepaald dat jaarlijks wordt aangegeven in hoeverre de benoemde maatregelen zijn gerealiseerd en of deze maatregelen nog adequaat worden bevonden. Zo zijn er ook meer aanknopingspunten voor bijsturing.

Budget

-

Begroting/Jaarverslag

  • Zorg dat het mogelijk is om tussentijds en bij het opstellen van een nieuwe woonvisie te beoordelen of de doelen behaald zijn. Dat kan bijvoorbeeld door in de P&C-documenten terug te komen op de doelen uit de woonvisie. Ook het overzicht van de woningbouwprogrammering kan hierin een rol spelen.

Uitgaven

  • Maak expliciet hoe de bouwprojecten en de keuzes die daarin gemaakt worden, bijdragen aan de in de woonvisie geformuleerde doelen. Maak ook expliciet wanneer het – om financiële redenen – nodig is om besluiten te nemen in de projecten die juist niet bijdragen aan die doelen.

Sturende rol college

  • Zorg dat het mogelijk is om tussentijds en bij het opstellen van een nieuwe woonvisie te beoordelen of de doelen behaald zijn. Dat kan bijvoorbeeld door in de P&C-documenten terug te komen op de doelen uit de woonvisie. Ook het overzicht van de woningbouwprogrammering kan hierin een rol spelen.
  • Let op het borgen van kennis en deskundigheid bij de medewerkers, zeker gezien de beperkte personele capaciteit voor wonen. Er is vaak maar één beleidsmedewerker op het vlak van wonen actief; als die om wat voor reden dan ook de organisatie verlaat, bestaat het gevaar dat veel kennis en ervaring verloren gaat.
  • Maak expliciet hoe de bouwprojecten en de keuzes die daarin gemaakt worden, bijdragen aan de in de woonvisie geformuleerde doelen. Maak ook expliciet wanneer het – om financiële redenen – nodig is om besluiten te nemen in de projecten die juist niet bijdragen aan die doelen.
  • Maak, in het verlengde van wat wordt vastgesteld over de informatievoorziening, expliciete afspraken met het college over de onderlinge verdeling van rollen: welke zaken kan het college afhandelen, wat valt onder de beslisbevoegdheid van de raad.

Kaderstellende rol

  • Maak, in het verlengde van wat wordt vastgesteld over de informatievoorziening, expliciete afspraken met het college over de onderlinge verdeling van rollen: welke zaken kan het college afhandelen, wat valt onder de beslisbevoegdheid van de raad.

Controlerende rol

  • Zorg dat het mogelijk is om tussentijds en bij het opstellen van een nieuwe woonvisie te beoordelen of de doelen behaald zijn. Dat kan bijvoorbeeld door in de P&C-documenten terug te komen op de doelen uit de woonvisie. Ook het overzicht van de woningbouwprogrammering kan hierin een rol spelen.
  • Maak, in het verlengde van wat wordt vastgesteld over de informatievoorziening, expliciete afspraken met het college over de onderlinge verdeling van rollen: welke zaken kan het college afhandelen, wat valt onder de beslisbevoegdheid van de raad.
  • Geef bij de vaststelling van nieuw woonbeleid meer aandacht aan de processen van informatievoorziening en besluitvorming die daarbij horen. Beschrijf, bijvoorbeeld, in de woonvisie niet alleen de gewenste ambities en maatregelen, maar ook op welke manier de raad geïnformeerd wordt over het bereiken van die doelen en het realiseren van die maatregelen. Zorg dat er zo ook meer inzicht komt in de sturingsmogelijkheden van de raad. Bij de huidige woonvisie kan, bijvoorbeeld, worden bepaald dat jaarlijks wordt aangegeven in hoeverre de benoemde maatregelen zijn gerealiseerd en of deze maatregelen nog adequaat worden bevonden. Zo zijn er ook meer aanknopingspunten voor bijsturing.

Monitoring

  • Relateer monitoring en evaluatie van het woonbeleid aan de operationalisering van het beleid in maatregelen die in de woonvisie genoemd staat. In de woonvisie zijn de beleidsdoelen uitgewerkt in diverse maatregelen. Door in de monitoring en evaluatie aan te sluiten bij deze maatregelen, wordt ook gemakkelijker inzichtelijk wat de bijdrage van de uitgevoerde activiteiten aan de geformuleerde doelen is.

Evaluatie/onderzoek

  • Relateer monitoring en evaluatie van het woonbeleid aan de operationalisering van het beleid in maatregelen die in de woonvisie genoemd staat. In de woonvisie zijn de beleidsdoelen uitgewerkt in diverse maatregelen. Door in de monitoring en evaluatie aan te sluiten bij deze maatregelen, wordt ook gemakkelijker inzichtelijk wat de bijdrage van de uitgevoerde activiteiten aan de geformuleerde doelen is.

Informatievoorziening sturing

-

Informatievoorziening kaderstelling

  • Stel als raad zelf vast wat de gewenste wijze van informatievoorziening is: inhoud, de frequentie en de keuzes waarbij raadsbetrokkenheid nodig is, enzovoorts.

Informatievoorziening controle

  • Zorg dat het mogelijk is om tussentijds en bij het opstellen van een nieuwe woonvisie te beoordelen of de doelen behaald zijn. Dat kan bijvoorbeeld door in de P&C-documenten terug te komen op de doelen uit de woonvisie. Ook het overzicht van de woningbouwprogrammering kan hierin een rol spelen.
  • Stel als raad zelf vast wat de gewenste wijze van informatievoorziening is: inhoud, de frequentie en de keuzes waarbij raadsbetrokkenheid nodig is, enzovoorts.
  • Geef bij de vaststelling van nieuw woonbeleid meer aandacht aan de processen van informatievoorziening en besluitvorming die daarbij horen. Beschrijf, bijvoorbeeld, in de woonvisie niet alleen de gewenste ambities en maatregelen, maar ook op welke manier de raad geïnformeerd wordt over het bereiken van die doelen en het realiseren van die maatregelen. Zorg dat er zo ook meer inzicht komt in de sturingsmogelijkheden van de raad. Bij de huidige woonvisie kan, bijvoorbeeld, worden bepaald dat jaarlijks wordt aangegeven in hoeverre de benoemde maatregelen zijn gerealiseerd en of deze maatregelen nog adequaat worden bevonden. Zo zijn er ook meer aanknopingspunten voor bijsturing.

Organisatie uitvoering Woonbeleid

-

Uitvoering Woonbeleid

-

Prestatieafspraken

-

Samenwerking

-

Nieuwbouw

-

Bestaande bouw

-

Sociale huurwoningen

-

Sociale koopwoningen

-

Koopwoningen

-

Aansluiting vraag en aanbod

-

Doelgroepen

-

Kwantiteit woningvoorraad

-

Kwaliteit woningvoorraad

-

Woonruimteverdeling

-

Doorstroming

-

Prestaties Woonbeleid

-

Resultaat Woonbeleid

  • Zorg dat het mogelijk is om tussentijds en bij het opstellen van een nieuwe woonvisie te beoordelen of de doelen behaald zijn. Dat kan bijvoorbeeld door in de P&C-documenten terug te komen op de doelen uit de woonvisie. Ook het overzicht van de woningbouwprogrammering kan hierin een rol spelen.
  • Relateer monitoring en evaluatie van het woonbeleid aan de operationalisering van het beleid in maatregelen die in de woonvisie genoemd staat. In de woonvisie zijn de beleidsdoelen uitgewerkt in diverse maatregelen. Door in de monitoring en evaluatie aan te sluiten bij deze maatregelen, wordt ook gemakkelijker inzichtelijk wat de bijdrage van de uitgevoerde activiteiten aan de geformuleerde doelen is.

Effectiviteit Woonbeleid

-

Efficiëntie Woonbeleid

-

Oosterhout (2017) (2017)

Wet- en regelgeving Woonbeleid

-

Beleid(sdoelen) Woonbeleid

  • Het verdient aanbeveling om het beleid (op het vlak van wonen, zorg en woonomgeving) nader uit te werken waarbij nadrukkelijk wordt ingespeeld op de effecten van de dubbele vergrijzing, zodanig dat het mogelijk wordt voor ouderen om zolang mogelijk zelfstandig te kunnen blijven wonen (en dit ook toetsbaar is).
  • Alleen al op grond van de getalsmatige toename van het aantal 75+ers is het van belang om (de gevolgen van) deze ontwikkeling in beleidsvisies op te nemen. Daarbij komt dat ook overigens de omstandigheden in deze levensfase zodanig afwijken van die van jongere inwoners dat de positie van deze ouderen ook vanuit dat perspectief aandacht behoeft.
  • Het is belangrijk dat de gemeente haar visie op de fysieke toegankelijkheid van de woonomgeving vastlegt en hieraan concrete doelstellingen verbindt. Belangrijk is dat het niveau van toegankelijkheid en bereikbaarheid inspelen op de verwachte bevolkings-samenstelling van de gemeente over 15 tot 20 jaar, wanneer de vergrijzing op zijn hoogtepunt is.
  • Het verdient aanbeveling om beter inzichtelijk te maken hoe beleidsdoelen gerealiseerd worden en op welke wijze dit gemeten wordt. Specifiek voor de meetindicatoren in de meerjarenbegroting geldt dat inzichtelijk zou moeten worden gemaakt welke scores de gemeente nastreeft, zowel op het vlak van de woningvoorraad, fysieke- als sociale woonomgeving.

Budget

-

Begroting/Jaarverslag

  • Het verdient aanbeveling om beter inzichtelijk te maken hoe beleidsdoelen gerealiseerd worden en op welke wijze dit gemeten wordt. Specifiek voor de meetindicatoren in de meerjarenbegroting geldt dat inzichtelijk zou moeten worden gemaakt welke scores de gemeente nastreeft, zowel op het vlak van de woningvoorraad, fysieke- als sociale woonomgeving.

Uitgaven

-

Sturende rol college

  • De kwalitatieve insteek maakt het effect van beleid lastig toetsbaar. Het verdient daarom aanbeveling om de kwalitatieve analyses uit het Fakton-onderzoek te vertalen naar een concrete opgave per wijk / kern. Dit geldt zowel voor de particuliere sector als de afspraken met de corporaties middels de uitwerking in prestatieafspraken. Daarmee wordt de Raad tevens beter in staat gesteld om haar controlerende taak uit te voeren.

Kaderstellende rol

-

Controlerende rol

  • De kwalitatieve insteek maakt het effect van beleid lastig toetsbaar. Het verdient daarom aanbeveling om de kwalitatieve analyses uit het Fakton-onderzoek te vertalen naar een concrete opgave per wijk / kern. Dit geldt zowel voor de particuliere sector als de afspraken met de corporaties middels de uitwerking in prestatieafspraken. Daarmee wordt de Raad tevens beter in staat gesteld om haar controlerende taak uit te voeren.

Monitoring

  • De voortgang van Wonen met Gemak monitoren en bij voldoende animo uitbreiden naar de huursector.

Evaluatie/onderzoek

-

Informatievoorziening sturing

-

Informatievoorziening kaderstelling

-

Informatievoorziening controle

-

Organisatie uitvoering Woonbeleid

-

Uitvoering Woonbeleid

  • Het is aan te bevelen om in te zetten op het stimuleren van partijen om een voortrekkersrol te vervullen om het initiatief Wonen met Gemak actief onder de aandacht van ouderen te brengen.

Prestatieafspraken

  • De kwalitatieve insteek maakt het effect van beleid lastig toetsbaar. Het verdient daarom aanbeveling om de kwalitatieve analyses uit het Fakton-onderzoek te vertalen naar een concrete opgave per wijk / kern. Dit geldt zowel voor de particuliere sector als de afspraken met de corporaties middels de uitwerking in prestatieafspraken. Daarmee wordt de Raad tevens beter in staat gesteld om haar controlerende taak uit te voeren.

Samenwerking

-

Nieuwbouw

-

Bestaande bouw

-

Sociale huurwoningen

-

Sociale koopwoningen

-

Koopwoningen

-

Aansluiting vraag en aanbod

-

Doelgroepen

  • Het verdient aanbeveling om het beleid (op het vlak van wonen, zorg en woonomgeving) nader uit te werken waarbij nadrukkelijk wordt ingespeeld op de effecten van de dubbele vergrijzing, zodanig dat het mogelijk wordt voor ouderen om zolang mogelijk zelfstandig te kunnen blijven wonen (en dit ook toetsbaar is).
  • Alleen al op grond van de getalsmatige toename van het aantal 75+ers is het van belang om (de gevolgen van) deze ontwikkeling in beleidsvisies op te nemen. Daarbij komt dat ook overigens de omstandigheden in deze levensfase zodanig afwijken van die van jongere inwoners dat de positie van deze ouderen ook vanuit dat perspectief aandacht behoeft.
  • Het is belangrijk dat de gemeente haar visie op de fysieke toegankelijkheid van de woonomgeving vastlegt en hieraan concrete doelstellingen verbindt. Belangrijk is dat het niveau van toegankelijkheid en bereikbaarheid inspelen op de verwachte bevolkings-samenstelling van de gemeente over 15 tot 20 jaar, wanneer de vergrijzing op zijn hoogtepunt is.
  • Het is aan te bevelen om in te zetten op het stimuleren van partijen om een voortrekkersrol te vervullen om het initiatief Wonen met Gemak actief onder de aandacht van ouderen te brengen.

Kwantiteit woningvoorraad

-

Kwaliteit woningvoorraad

-

Woonruimteverdeling

-

Doorstroming

-

Prestaties Woonbeleid

-

Resultaat Woonbeleid

-

Effectiviteit Woonbeleid

  • De kwalitatieve insteek maakt het effect van beleid lastig toetsbaar. Het verdient daarom aanbeveling om de kwalitatieve analyses uit het Fakton-onderzoek te vertalen naar een concrete opgave per wijk / kern. Dit geldt zowel voor de particuliere sector als de afspraken met de corporaties middels de uitwerking in prestatieafspraken. Daarmee wordt de Raad tevens beter in staat gesteld om haar controlerende taak uit te voeren.

Efficiëntie Woonbeleid

-

Opmeer (2020) (2020)

Wet- en regelgeving Woonbeleid

  • Stel concrete doelen voor kernvoorraad en wachttijden.

Beleid(sdoelen) Woonbeleid

  • College: Leg zichtbaarder een relatie tussen nieuwbouwplannen en ambitie voor de kernvoorraad huurwoningen. Leg juist over het behalen van deze inhoudelijke doelstellingen (kernvoorraad en wachttijden, uitgedrukt als inschrijftijd en/of zoektijd) verantwoording af. Concretiseer op deze punten de woonvisie en de prestatieafspraken.

Budget

-

Begroting/Jaarverslag

-

Uitgaven

-

Sturende rol college

  • College: Leg zichtbaarder een relatie tussen nieuwbouwplannen en ambitie voor de kernvoorraad huurwoningen. Leg juist over het behalen van deze inhoudelijke doelstellingen (kernvoorraad en wachttijden, uitgedrukt als inschrijftijd en/of zoektijd) verantwoording af. Concretiseer op deze punten de woonvisie en de prestatieafspraken.
  • College: Zorg dat de raad direct inzicht krijgt in nieuw af te sluiten prestatieafspraken. Gebruik de ontwikkeling van voortgang op actiepunten om te komen tot een jaarlijkse evaluatie van voortgang naar de raad. Gebruik dit voor structurele evaluatie van het Programma Wonen.

Kaderstellende rol

  • Raad: Stel concrete controleerbare kaders voor de beschikbaarheid van huurwoningen.

Controlerende rol

  • Raad: Richt de controle juist ook op deze doelen om zo nodig concreet bij te sturen. Kijk hierbij zowel naar de rol van de gemeente en de realisatie per corporatie.
  • Evalueer structureel en doe dat op totaalniveau, waarbij maatschappelijke verankering een belangrijker plaats krijgt. Dit versterkt de controle en belangrijker het vergroot de volksvertegenwoordigende rol
  • College: Zorg dat de raad direct inzicht krijgt in nieuw af te sluiten prestatieafspraken. Gebruik de ontwikkeling van voortgang op actiepunten om te komen tot een jaarlijkse evaluatie van voortgang naar de raad. Gebruik dit voor structurele evaluatie van het Programma Wonen.
  • Raad: Vraag vooraf om de prestatieafspraken. Richt de controle meer op het totaal van ambities/doelen gebaseerd op het oorspronkelijke Programma Wonen. Spreek hiervoor een vast evaluatiemoment met het college af.

Monitoring

-

Evaluatie/onderzoek

  • Evalueer structureel en doe dat op totaalniveau, waarbij maatschappelijke verankering een belangrijker plaats krijgt. Dit versterkt de controle en belangrijker het vergroot de volksvertegenwoordigende rol.

Informatievoorziening sturing

-

Informatievoorziening kaderstelling

-

Informatievoorziening controle

-

Organisatie uitvoering Woonbeleid

-

Uitvoering Woonbeleid

-

Prestatieafspraken

  • College: Leg zichtbaarder een relatie tussen nieuwbouwplannen en ambitie voor de kernvoorraad huurwoningen. Leg juist over het behalen van deze inhoudelijke doelstellingen (kernvoorraad en wachttijden, uitgedrukt als inschrijftijd en/of zoektijd) verantwoording af. Concretiseer op deze punten de woonvisie en de prestatieafspraken.

Samenwerking

-

Nieuwbouw

  • College: Leg zichtbaarder een relatie tussen nieuwbouwplannen en ambitie voor de kernvoorraad huurwoningen.

Bestaande bouw

-

Sociale huurwoningen

-

Sociale koopwoningen

-

Koopwoningen

-

Aansluiting vraag en aanbod

-

Doelgroepen

-

Kwantiteit woningvoorraad

-

Kwaliteit woningvoorraad

-

Woonruimteverdeling

-

Doorstroming

-

Prestaties Woonbeleid

-

Resultaat Woonbeleid

-

Effectiviteit Woonbeleid

-

Efficiëntie Woonbeleid

-

Purmerend en Beemster (2019) (2019)

Wet- en regelgeving Woonbeleid

-

Beleid(sdoelen) Woonbeleid

-

Budget

-

Begroting/Jaarverslag

-

Uitgaven

-

Sturende rol college

  • (Beemster) Weeg af welke ambtelijke ondersteuning wenselijk is.
    Voor de gemeente Beemster kan de beperkte ambtelijke ondersteuning bij de uitvoering van het beleid een risico vormen. Een vrij groot deel van de ondersteuning wordt ingehuurd. Het voordeel hiervan is flexibiliteit, het nadeel is een continuïteitsrisico. De werkwijze van Beemster met de Beemster Compagnie heeft een eigen karakter en dynamiek. Kennis hiervan binnen het ambtelijk apparaat is noodzakelijk om de gemeentelijke belangen goed te kunnen behartigen.

Kaderstellende rol

-

Controlerende rol

-

Monitoring

-

Evaluatie/onderzoek

  • Onderzoek hoe de schaarste eerlijker verdeeld kan worden.
    Het is de vraag of het huidige systeem waarin de kans op een sociale huurwoning vooral wordt bepaald door de inschrijfduur optimaal is. De verwachting is dat de woningnood komende jaren erger zal worden. Het verdient daarom aanbeveling bewust een afweging te maken hoe de beschikbare sociale huurwoningen verdeeld kunnen worden, rekening houdend met urgenten en spoedzoekers. Op regionaal niveau is de definitie van spoedzoeker al onderwerp van gesprek, het is van belang hierbij aan te sluiten. Wij bevelen aan te onderzoeken welk toewijzingssysteem passend is.
  • Evalueer de effectiviteit van het tweede kans beleid en het beleid voor beschermd wonen.
    Zoals is vermeld in de observaties, is op een aantal punten nog niet helder of de ingezette maatregelen wel voldoende effectief zijn. Dit gaat o.a. om de capaciteit voor beschermd wonen, de uitvoering van het tweede kans beleid en de effectiviteit van koopstimulering via de starterslening. Wij bevelen aan deze maatregelen op hun effectiviteit te evalueren.

Informatievoorziening sturing

-

Informatievoorziening kaderstelling

-

Informatievoorziening controle

-

Organisatie uitvoering Woonbeleid

  • Onderzoek hoe de schaarste eerlijker verdeeld kan worden.
    Het is de vraag of het huidige systeem waarin de kans op een sociale huurwoning vooral wordt bepaald door de inschrijfduur optimaal is. De verwachting is dat de woningnood komende jaren erger zal worden. Het verdient daarom aanbeveling bewust een afweging te maken hoe de beschikbare sociale huurwoningen verdeeld kunnen worden, rekening houdend met urgenten en spoedzoekers. Op regionaal niveau is de definitie van spoedzoeker al onderwerp van gesprek, het is van belang hierbij aan te sluiten. Wij bevelen aan te onderzoeken welk toewijzingssysteem passend is.

Uitvoering Woonbeleid

  • Informeer jongeren over perspectief op woonruimte.
    Het is van belang dat de gemeente jongeren vroegtijdig informeert over perspectief op eigen woonruimte. Veel jongeren weten bijvoorbeeld niet dat het in het huidige systeem verstandig is om zich tijdig in te schrijven voor een (sociale) huurwoning. In de voorlichting kan ook het belang van sparen voor een koopwoning benadrukt worden.

Prestatieafspraken

-

Samenwerking

  • Zoek samenwerking met andere gemeenten en de provincie Noord-Holland.
    De meest effectieve maatregel om de woningnood te verlichten is het bijbouwen van meer woningen. Voor Purmerend en Beemster is samenwerking met de provincie Noord-Holland en andere gemeenten in het zuidelijk gedeelte van Noord-Holland van groot belang. Barrières voor realisatie van nieuwbouwprojecten zouden verlaagd kunnen worden. Meer aandacht voor een bewuste afweging van de toepassing van regelgeving omtrent buitenstedelijk bouwen kan helpen om hier knelpunten in op te lossen.

Nieuwbouw

  • Zoek samenwerking met andere gemeenten en de provincie Noord-Holland.
    De meest effectieve maatregel om de woningnood te verlichten is het bijbouwen van meer woningen. Voor Purmerend en Beemster is samenwerking met de provincie Noord-Holland en andere gemeenten in het zuidelijk gedeelte van Noord-Holland van groot belang. Barrières voor realisatie van nieuwbouwprojecten zouden verlaagd kunnen worden. Meer aandacht voor een bewuste afweging van de toepassing van regelgeving omtrent buitenstedelijk bouwen kan helpen om hier knelpunten in op te lossen.

Bestaande bouw

-

Sociale huurwoningen

  • Onderzoek hoe de schaarste eerlijker verdeeld kan worden.
    Het is de vraag of het huidige systeem waarin de kans op een sociale huurwoning vooral wordt bepaald door de inschrijfduur optimaal is. De verwachting is dat de woningnood komende jaren erger zal worden. Het verdient daarom aanbeveling bewust een afweging te maken hoe de beschikbare sociale huurwoningen verdeeld kunnen worden, rekening houdend met urgenten en spoedzoekers. Op regionaal niveau is de definitie van spoedzoeker al onderwerp van gesprek, het is van belang hierbij aan te sluiten. Wij bevelen aan te onderzoeken welk toewijzingssysteem passend is.

Sociale koopwoningen

-

Koopwoningen

-

Aansluiting vraag en aanbod

-

Doelgroepen

  • Informeer jongeren over perspectief op woonruimte.
    Het is van belang dat de gemeente jongeren vroegtijdig informeert over perspectief op eigen woonruimte. Veel jongeren weten bijvoorbeeld niet dat het in het huidige systeem verstandig is om zich tijdig in te schrijven voor een (sociale) huurwoning. In de voorlichting kan ook het belang van sparen voor een koopwoning benadrukt worden.

Kwantiteit woningvoorraad

-

Kwaliteit woningvoorraad

-

Woonruimteverdeling

  • Onderzoek hoe de schaarste eerlijker verdeeld kan worden.
    Het is de vraag of het huidige systeem waarin de kans op een sociale huurwoning vooral wordt bepaald door de inschrijfduur optimaal is. De verwachting is dat de woningnood komende jaren erger zal worden. Het verdient daarom aanbeveling bewust een afweging te maken hoe de beschikbare sociale huurwoningen verdeeld kunnen worden, rekening houdend met urgenten en spoedzoekers. Op regionaal niveau is de definitie van spoedzoeker al onderwerp van gesprek, het is van belang hierbij aan te sluiten. Wij bevelen aan te onderzoeken welk toewijzingssysteem passend is.

Doorstroming

-

Prestaties Woonbeleid

-

Resultaat Woonbeleid

-

Effectiviteit Woonbeleid

  • Evalueer de effectiviteit van het tweede kans beleid en het beleid voor beschermd wonen.
    Zoals is vermeld in de observaties, is op een aantal punten nog niet helder of de ingezette maatregelen wel voldoende effectief zijn. Dit gaat o.a. om de capaciteit voor beschermd wonen, de uitvoering van het tweede kans beleid en de effectiviteit van koopstimulering via de starterslening. Wij bevelen aan deze maatregelen op hun effectiviteit te evalueren.

Efficiëntie Woonbeleid

-

Randstedelijke Rekenkamer (2019) (2019)

Wet- en regelgeving Woonbeleid

-

Beleid(sdoelen) Woonbeleid

  • Noord Holland:
  • Stem met gemeenten af waar zij behoefte aan hebben bij de regionale actieprogramma’s, zodat deze documenten niet vooral verbindend van toegevoegde waarde kunnen zijn, maar ook inhoudelijk.
  • Zuid Holland:
  • Betrek gemeenten standaard bij de totstandkoming van woningbehoefteramingen. Consensus over de juistheid en actualiteit (voor gemeenten relevante) cijfers dient het uitgangspunt te zijn.
  • Utrecht:
  • Breng het provinciale indicatieve woningbouwprogramma in lijn met de programma’s van de drie regio’s, zodat er meer duidelijkheid en eenduidigheid komt over de cijfers.
  • Flevoland:
  • Breng de ambities en de inzet van de provincie op het gebied van wonen meer op één lijn.
  • Maak in het beleid de provinciale rol op het gebied van wonen duidelijker en maak ook inzichtelijk welke instrumenten de provincie inzet.
  • Noord Holland, Zuid Holland, Utrecht, Flevoland
  • Ga na welke lessen geleerd kunnen worden van andere provincies. Het eigen instrumentarium kan worden uitgebreid met instrumenten die in andere provincies goed werken.

Budget

  • Noord Holland:
  • Vereenvoudig de aanvraagprocessen voor stimuleringsmaatregelen op het gebied van wonen.
  • Zuid Holland:
  • Stel tijdig financiële instrumenten in. De woningmarkt fluctueert en vraagt op verschillende momenten om verschillende (financiële) instrumenten. Overweeg om de financiële instrumenten zo in te stellen dat ze ongeacht de status van de woningmarkt ingezet kunnen worden. In tijden van grotere vraag kunnen projecten bijvoorbeeld worden versneld, terwijl in tijden van een groter aanbod de projecten bijvoorbeeld gericht zijn op het opgang houden van de bouwproductie.

Begroting/Jaarverslag

  • Noord Holland:
  • Schenk in de P&C-stukken meer aandacht aan de (voortgang) van de stimuleringsmaatregelen op het gebied van versnelling van woningbouwproductie.

Uitgaven

-

Sturende rol college

  • Noord Holland:
  • Vereenvoudig de aanvraagprocessen voor stimuleringsmaatregelen op het gebied van wonen.
  • Zuid Holland:
  • Werk de rol van een meewerkende overheid eenduidig uit, borg dit in de ambtelijke organisatie en communiceer helder over de rolinvulling richting de regio’s.
  • Stel tijdig financiële instrumenten in. De woningmarkt fluctueert en vraagt op verschillende momenten om verschillende (financiële) instrumenten. Overweeg om de financiële instrumenten zo in te stellen dat ze ongeacht de status van de woningmarkt ingezet kunnen worden. In tijden van grotere vraag kunnen projecten bijvoorbeeld worden versneld, terwijl in tijden van een groter aanbod de projecten bijvoorbeeld gericht zijn op het opgang houden van de bouwproductie.

Kaderstellende rol

-

Controlerende rol

-

Monitoring

  • Noord Holland:
  • Communiceer met gemeenten over de achtergrond en methodiek van de Monitor Woningbouw om zo
    onduidelijkheid over cijfers weg te nemen en eenduidigheid in begrippen te krijgen.
  • Utrecht:
  • Gebruik de aanwezigheid bij regionale overleggen om meer aansluiting te vinden met de gemeentelijke
    praktijk als het gaat over de provinciale inzet op onderzoek en monitoring. Ga bijvoorbeeld samen verder met het verbeteren van de planmonitor zodat deze van nog grotere waarde kan zijn dan deze nu is.
  • Sluit de regio indeling in de Woningmarktmonitor aan op de indeling van de regionale overleggen.

Evaluatie/onderzoek

  • Utrecht:
  • Gebruik de aanwezigheid bij regionale overleggen om meer aansluiting te vinden met de gemeentelijke
    praktijk als het gaat over de provinciale inzet op onderzoek en monitoring. Ga bijvoorbeeld samen verder met het verbeteren van de planmonitor zodat deze van nog grotere waarde kan zijn dan deze nu is.

Informatievoorziening sturing

-

Informatievoorziening kaderstelling

  • Noord Holland, Utrecht, Flevoland:
  • Organiseer een sessie met PS waarin afspraken gemaakt worden over de informatievoorziening op het gebied van wonen.

Informatievoorziening controle

  • Noord Holland:
  • Schenk in de P&C-stukken meer aandacht aan de (voortgang) van de stimuleringsmaatregelen op het gebied van versnelling van woningbouwproductie.
  • Utrecht:
  • Stel, zoals in het beleid staat beschreven, structureel schriftelijke voortgangsrapportages op over de voortgang van het Uitvoeringsprogramma Binnenstedelijke ontwikkeling.
  • Noord Holland, Utrecht, Flevoland:
  • Organiseer een sessie met PS waarin afspraken gemaakt worden over de informatievoorziening op het gebied van wonen.

Organisatie uitvoering Woonbeleid

  • Noord Holland:
  • Verhelder de rolinvulling van de provincie op het gebied van wonen ten opzichte van de MRA en communiceer hierover richting de gemeenten.
  • Zuid Holland:
  • Werk de rol van een meewerkende overheid eenduidig uit, borg dit in de ambtelijke organisatie en communiceer helder over de rolinvulling richting de regio’s.
  • Besteed meer aandacht aan de capaciteitsproblemen bij gemeenten. Dit geldt nog sterker als de capaciteitsproblemen een gevolg zijn van provinciaal beleid. Heb daarbij oog voor de tijd en inzet die de omslag naar een integrale benadering vraagt van de gemeenten.
  • Utrecht:
  • Breng overzicht en eenduidigheid in het provinciale instrumentarium op het gebied van wonen.
  • Werk aan de bekendheid van instrumenten richting gemeenten. Maak duidelijk wat de verschillende instrumenten de gemeenten opleveren.
  • Flevoland:
  • Maak in het beleid de provinciale rol op het gebied van wonen duidelijker en maak ook inzichtelijk welke instrumenten de provincie inzet.

Uitvoering Woonbeleid

  • Noord Holland:
  • Breng meer maatwerk aan in de regionale aanpak door rekening te houden met de verschillen qua aard en qua samenwerking in de regio’s.
  • Besteed meer aandacht aan de capaciteitsproblemen bij gemeenten en de verschillen daarin per regio.
  • Werk aan de bekendheid van instrumenten richting gemeenten. Maak duidelijk wat de verschillende instrumenten de gemeenten opleveren.
  • Zuid Holland:
  • Besteed meer aandacht aan de capaciteitsproblemen bij gemeenten. Dit geldt nog sterker als de capaciteitsproblemen een gevolg zijn van provinciaal beleid. Heb daarbij oog voor de tijd en inzet die de omslag naar een integrale benadering vraagt van de gemeenten.
  • Utrecht:
  • Werk aan de bekendheid van instrumenten richting gemeenten. Maak duidelijk wat de verschillende instrumenten de gemeenten opleveren.

Prestatieafspraken

-

Samenwerking

  • Noord Holland:
  • Breng meer maatwerk aan in de regionale aanpak door rekening te houden met de verschillen qua aard en qua samenwerking in de regio’s.
  • Verhelder de rolinvulling van de provincie op het gebied van wonen ten opzichte van de MRA en communiceer hierover richting de gemeenten.
  • Stem met gemeenten af waar zij behoefte aan hebben bij de regionale actieprogramma’s, zodat deze documenten niet vooral verbindend van toegevoegde waarde kunnen zijn, maar ook inhoudelijk.
  • Zuid Holland:
  • Verbeter de afstemming tussen de provincies daar waar woningmarktgebieden over provinciegrenzen heen lopen.
  • Benut de aanwezige kennis op het gebied van wonen door deze actief richting gemeenten en andere samenwerkingspartijen te communiceren.
  • Betrek gemeenten standaard bij de totstandkoming van woningbehoefteramingen. Consensus over de juistheid en actualiteit (voor gemeenten relevante) cijfers dient het uitgangspunt te zijn.
  • Utrecht:
  • Vergroot de regierol van de provincie door eisen te stellen aan regionale samenwerking, rekening houdend met de verscheidenheid aan regio’s en de al bestaande overlegstructuren.
  • Gebruik de aanwezigheid bij regionale overleggen om meer aansluiting te vinden met de gemeentelijke
    praktijk als het gaat over de provinciale inzet op onderzoek en monitoring. Ga bijvoorbeeld samen verder met het verbeteren van de planmonitor zodat deze van nog grotere waarde kan zijn dan deze nu is.
  • Flevoland:
  • Verbeter de afstemming tussen de provincie en gemeenten:

Breng in de communicatie met de gemeenten het provinciale beleid meer onder de aandacht.

Bespreek structureel met alle gemeenten typische woononderwerpen zoals woningbouwprogramma’s, samenstelling van de voorraad, wachtlijsten en sturen op doelgroepen.

Bespreek veelvuldig de (voorgenomen) invullingen van de pijlen die op de kaart Stedelijk gebied zijn aangegeven. De kaart Stedelijk gebied laat bewust ruimte voor maatwerk, dit vraagt om een goede en vroegtijdige afstemming met gemeenten.

Ga bij de Flevolandse gemeenten na of een periodiek regionaal overleg op het gebied van wonen wenselijk is.

Nieuwbouw

-

Bestaande bouw

-

Sociale huurwoningen

-

Sociale koopwoningen

-

Koopwoningen

-

Aansluiting vraag en aanbod

-

Doelgroepen

-

Kwantiteit woningvoorraad

-

Kwaliteit woningvoorraad

-

Woonruimteverdeling

-

Doorstroming

-

Prestaties Woonbeleid

-

Resultaat Woonbeleid

-

Effectiviteit Woonbeleid

-

Efficiëntie Woonbeleid

-

Rekenkamer Oost-Nederland (2018) (2018)

Wet- en regelgeving Woonbeleid

-

Beleid(sdoelen) Woonbeleid

  • Gelderland:
  • Verzoek GS duidelijker aan te geven welke thema’s van provinciaal belang zijn. Wees concreet, werk uit wat de provincie wil bereiken en welke rol zij daarbij heeft.
  • Verzoek GS consequent te zijn in de manier waarop de rol bij wonen wordt beschreven en zo concreet mogelijk te zijn wanneer de provincie welke rol pakt.
  • Verzoek GS de beschikbare informatie over de woningmarkt duidelijker te koppelen aan provinciale doelen.
  • Overijssel:
  • Verzoek GS de kennis die is vergaard over kwalitatieve thema’s te benutten voor de doorontwikkeling van het beleid inzake wonen: concretiseer doelen, verduidelijk rol(len) provincie en inzet instrumentarium.
  • Verzoek GS om de samenhang tussen de verschillende aan wonen gerelateerde initiatieven te bevorderen door in het beleid duidelijke verwijzingen op te nemen naar de andere programma’s.

Budget

-

Begroting/Jaarverslag

-

Uitgaven

-

Sturende rol college

  • Gelderland
  • Verzoek GS nadrukkelijker toe te zien op de afspraken uit de woonagenda’s. Hierdoor wordt eerder duidelijk of afspraken worden gerealiseerd dan wel bijstelling nodig is en wordt het minder papier en meer een instrument dat bijdraagt aan het realiseren van ambities van de provincie.

Kaderstellende rol

-

Controlerende rol

Gelderland:

  • Verzoek GS nadrukkelijker toe te zien op de afspraken uit de woonagenda’s. Hierdoor wordt eerder duidelijk of afspraken worden gerealiseerd dan wel bijstelling nodig is en wordt het minder papier en meer een instrument dat bijdraagt aan het realiseren van ambities van de provincie.

Monitoring

  • Overijssel:
  • Verzoek GS - in aansluiting op de planmonitor - de kwalitatieve thema’s systematisch en overzichtelijk te monitoren zodat er zicht ontstaat op de kwantitatieve en kwalitatieve balans.

Evaluatie/onderzoek

  • Overijssel:
  • Verzoek GS eind 2019 te onderzoeken of de genomen maatregelen voldoende zijn om de risico’s van de strakke sturing op het voorkomen van overcapaciteit te ondervangen.

Informatievoorziening sturing

-

Informatievoorziening kaderstelling

  • Gelderland:
  • Zorg dat woonagenda’s die door GS vastgesteld zijn, beter vindbaar zijn.

Informatievoorziening controle

  • Gelderland:
  • Zorg dat woonagenda’s die door GS vastgesteld zijn, beter vindbaar zijn.
  • Overijssel en Gelderland:
  • Overijssel:
  • Verzoek GS de informatievoorziening aan PS over de balans op de woningmarkt te verbeteren. Dit kan door hier meer structureel en in samenhang informatie over aan te bieden.
  • Gelderland en Overijssel
  • Verzoek GS een jaar na de behandeling van dit rapport inzicht te geven in de implementatie van de aanbevelingen.

Organisatie uitvoering Woonbeleid

  • Gelderland:
  • Verzoek GS duidelijker aan te geven welke thema’s van provinciaal belang zijn. Wees concreet, werk uit wat de provincie wil bereiken en welke rol zij daarbij heeft.
  • Verzoek GS consequent te zijn in de manier waarop de rol bij wonen wordt beschreven en zo concreet mogelijk te zijn wanneer de provincie welke rol pakt.
  • Overijssel:
  • Verzoek GS de kennis die is vergaard over kwalitatieve thema’s te benutten voor de doorontwikkeling van het beleid inzake wonen: concretiseer doelen, verduidelijk rol(len) provincie en inzet instrumentarium.

Uitvoering Woonbeleid

-

Prestatieafspraken

-

Samenwerking

-

Nieuwbouw

-

Bestaande bouw

-

Sociale huurwoningen

-

Sociale koopwoningen

-

Koopwoningen

-

Aansluiting vraag en aanbod

-

Doelgroepen

-

Kwantiteit woningvoorraad

  • Overijssel:
  • Verzoek GS - in aansluiting op de planmonitor - de kwalitatieve thema’s systematisch en overzichtelijk te monitoren zodat er zicht ontstaat op de kwantitatieve en kwalitatieve balans.

Kwaliteit woningvoorraad

  • Overijssel:
  • Verzoek GS eind 2019 te onderzoeken of de genomen maatregelen voldoende zijn om de risico’s van de strakke sturing op het voorkomen van overcapaciteit te ondervangen.
  • Verzoek GS - in aansluiting op de planmonitor - de kwalitatieve thema’s systematisch en overzichtelijk te monitoren zodat er zicht ontstaat op de kwantitatieve en kwalitatieve balans.

Woonruimteverdeling

-

Doorstroming

-

Prestaties Woonbeleid

-

Resultaat Woonbeleid

Gelderland:

  • Verzoek GS nadrukkelijker toe te zien op de afspraken uit de woonagenda’s. Hierdoor wordt eerder duidelijk of afspraken worden gerealiseerd dan wel bijstelling nodig is en wordt het minder papier en meer een instrument dat bijdraagt aan het realiseren van ambities van de provincie.

Effectiviteit Woonbeleid

-

Efficiëntie Woonbeleid

-

Rekenkamer Zeeland (2021) (2021)

Wet- en regelgeving Woonbeleid

  • Benoem het thema Wonen. Kom tot een nieuwe Provinciale omgevingsverordening als uitwerking van de nieuwe Omgevingsvisie en waarin het woonbeleid, in samenhang met het overige ruimtelijk beleid een wezenlijk onderdeel uitmaakt. Doe dat gebiedsgericht en integraal. Benoem het thema Wonen (met doelen, budgetten en resultaten) ook expliciet in de Begroting.
  • Regel via de Omgevingsverordening dat actuele regionale woningbouwafspraken randvoorwaardelijk zijn voor het goedkeuren van nieuwe bestemmingsplannen.
  • Herzie de Omgevingsverordening voor de Provinciale Commissie Wonen (PCW).

Beleid(sdoelen) Woonbeleid

  • Verstevig als Provinciale Staten de rol van de Provincie op de woonmarkt door aan de hand van de Zeeuwse Woonagenda en de Omgevingsvisie, de instrumenten daarvoor te laten ontwikkelen.
  • Benoem het thema Wonen. Kom tot een nieuwe Provinciale omgevingsverordening als uitwerking van de nieuwe Omgevingsvisie en waarin het woonbeleid, in samenhang met het overige ruimtelijk beleid een wezenlijk onderdeel uitmaakt. Doe dat gebiedsgericht en integraal. Benoem het thema Wonen (met doelen, budgetten en resultaten) ook expliciet in de Begroting.

Budget

-

Begroting/Jaarverslag

  • Benoem het thema Wonen. Kom tot een nieuwe Provinciale omgevingsverordening als uitwerking van de nieuwe Omgevingsvisie en waarin het woonbeleid, in samenhang met het overige ruimtelijk beleid een wezenlijk onderdeel uitmaakt. Doe dat gebiedsgericht en integraal. Benoem het thema Wonen (met doelen, budgetten en resultaten) ook expliciet in de Begroting.

Uitgaven

-

Sturende rol college

-

Kaderstellende rol

  • Verstevig als Provinciale Staten de rol van de Provincie op de woonmarkt door aan de hand van de Zeeuwse Woonagenda en de Omgevingsvisie, de instrumenten daarvoor te laten ontwikkelen.

Controlerende rol

-

Monitoring

  • Handhaaf de inzet op onderzoek en monitoring. Het onderzoek naar de woningmarkt en demografie is ingewikkeld, zeker in een regio als Zeeland, met alle bovenregionale en internationale invloeden. Dat behoeft blijvend aandacht.

Evaluatie/onderzoek

  • Handhaaf de inzet op onderzoek en monitoring. Het onderzoek naar de woningmarkt en demografie is ingewikkeld, zeker in een regio als Zeeland, met alle bovenregionale en internationale invloeden. Dat behoeft blijvend aandacht.

Informatievoorziening sturing

-

Informatievoorziening kaderstelling

-

Informatievoorziening controle

-

Organisatie uitvoering Woonbeleid

  • Zet samen met de gemeenten in op sanering onbenutte plancapaciteit. Bied de Zeeuwse gemeenten juridische, andere beleidsdeskundige en financiële hulp bij het saneren van vastzittende plancapaciteit in oude bestemmingsplannen zodat plancapaciteit voor nieuwbouw beschikbaar komt. Overweeg om gemeenten te ondersteunen bij het her- of deprogrammeren van (naar de huidige inzichten) ongewenste harde bestemmingsplannen met bouwtitels.
  • Ondersteun de gemeenten. Onderzoek met de gemeentes welke rol de Provincie kan spelen in het versterken van de bestuurlijke en ambtelijke capaciteit op gebied van lokaal woonbeleid. Voorbeelden uit andere Provincies kunnen daarbij gehanteerd worden.

Uitvoering Woonbeleid

  • Ga door op de ingeslagen weg als het gaat om de veranderde Provinciale rolopvatting. De bredere rolopvatting van de Provincie wordt gewaardeerd en lijkt effectief te zijn. Vooral de meer informele rol van verbinden, aanjagen en kennisdelen voorziet in een behoefte.
  • Ontwikkel de huidige Provinciale Impuls Wonen (PIW) tot een krachtig gebiedsgericht instrument. Het huidige PIW is een instrument met een te beperkte effectiviteit. Om effectvol te kunnen zijn zou dit tot een meer robuust en gebiedsgericht instrument omgebouwd kunnen worden.
  • Kom tot uniforme woningmarktafspraken. Maak in samenhang met de Zeeuwse Woonagenda uniforme afspraken over de vorm en periodiciteit van de regionale woningbouwafspraken.

Prestatieafspraken

-

Samenwerking

  • Kom tot uniforme woningmarktafspraken. Maak in samenhang met de Zeeuwse Woonagenda uniforme afspraken over de vorm en periodiciteit van de regionale woningbouwafspraken.
  • Kom tot een krachtiger Zeeuws woningmarktoverleg. Kom tot een overlegvorm over de Zeeuwse woonmarkt waarin de betrokkenheid van alle relevante organisaties en overheden is geborgd. Voor de hand is het om daarbij aan te sluiten bij het Overleg Zeeuwse Overheden (OZO).

Nieuwbouw

'- Zet samen met de gemeenten in op sanering onbenutte plancapaciteit. Bied de Zeeuwse gemeenten juridische, andere beleidsdeskundige en financiële hulp bij het saneren van vastzittende plancapaciteit in oude bestemmingsplannen zodat plancapaciteit voor nieuwbouw beschikbaar komt. Overweeg om gemeenten te ondersteunen bij het her- of deprogrammeren van (naar de huidige inzichten) ongewenste harde bestemmingsplannen met bouwtitels.

Bestaande bouw

-

Sociale huurwoningen

-

Sociale koopwoningen

-

Koopwoningen

-

Aansluiting vraag en aanbod

-

Doelgroepen

-

Kwantiteit woningvoorraad

-

Kwaliteit woningvoorraad

-

Woonruimteverdeling

-

Doorstroming

-

Prestaties Woonbeleid

-

Resultaat Woonbeleid

-

Effectiviteit Woonbeleid

  • Ga door op de ingeslagen weg als het gaat om de veranderde Provinciale rolopvatting. De bredere rolopvatting van de Provincie wordt gewaardeerd en lijkt effectief te zijn. Vooral de meer informele rol van verbinden, aanjagen en kennisdelen voorziet in een behoefte.
    • Ontwikkel de huidige Provinciale Impuls Wonen (PIW) tot een krachtig gebiedsgericht instrument. Het huidige PIW is een instrument met een te beperkte effectiviteit. Om effectvol te kunnen zijn zou dit tot een meer robuust en gebiedsgericht instrument omgebouwd kunnen worden.

Efficiëntie Woonbeleid

-

Ridderkerk (2021) (2021)

Wet- en regelgeving Woonbeleid

-

Beleid(sdoelen) Woonbeleid

  • Zorg voor een goede vertaling naar uitvoering en actualiseer deze geregeld.
    Goed woonbeleid houdt niet op bij het formuleren van doelen en ambities. Pas als het woonbeleid wordt vertaald naar concrete uitvoeringsplannen, wordt duidelijk hoe de gemeente bepaalde doelen en ambities gaat realiseren. Ook voor dergelijke uitvoeringsplannen geldt echter dat ze snel achterhaald raken als omstandigheden veranderen, of als de achterliggende doelen en ambities worden aangepast. Om die reden is het niet alleen zaak om de nieuwe woningstrategie te voorzien van een concrete uitvoeringsagenda, maar ook om ervoor te zorgen dat deze periodiek wordt geactualiseerd. Gezien de status van de nieuwe woningstrategie als een ‘levend’ document, ligt het voor de hand om dergelijke actualisering gelijktijdig met die van de woningstrategie te laten plaatsvinden.
  • De raad zou er goed aan doen om het woonbeleid vaker integraal te bezien, bijvoorbeeld door naast ‘zuivere’ woononderwerpen als de hoeveelheid en soort huizen ook onderwerpen als natuur, mobiliteit en voorzieningen in overwegingen omtrent het woonbeleid mee te nemen.

Budget

-

Begroting/Jaarverslag

-

Uitgaven

-

Sturende rol college

  • Investeer in periodieke monitoring en maak geboekte resultaten inzichtelijk.
    Een effectieve uitvoering van het woonbeleid staat of valt bij goede monitoring. Alleen als duidelijk is welk effect het beleid heeft, kunnen er geïnformeerde keuzes worden gemaakt over de inzet van gebruikte middelen en de haalbaarheid van gestelde doelen. Dat het voor de periode 2010-2020 vaak onduidelijk is welke resultaten er zijn geboekt, is in dat opzicht een punt van zorg. Het opstellen van de nieuwe woningstrategie is dan ook een uitgelezen kans om ook dit aspect van het woonbeleid te vernieuwen. Het opstellen van een lijst met criteria zou bijvoorbeeld kunnen helpen om inzichtelijk te maken waar de uitvoering van het woonbeleid aan kan worden afgemeten. Ook zou dit kunnen helpen om vooraf duidelijk te maken welke informatie hiervoor moet worden verzameld.

Kaderstellende rol

  • Investeer in periodieke monitoring en maak geboekte resultaten inzichtelijk.
    Een effectieve uitvoering van het woonbeleid staat of valt bij goede monitoring. Alleen als duidelijk is welk effect het beleid heeft, kunnen er geïnformeerde keuzes worden gemaakt over de inzet van gebruikte middelen en de haalbaarheid van gestelde doelen. Dat het voor de periode 2010-2020 vaak onduidelijk is welke resultaten er zijn geboekt, is in dat opzicht een punt van zorg. Het opstellen van de nieuwe woningstrategie is dan ook een uitgelezen kans om ook dit aspect van het woonbeleid te vernieuwen. Het opstellen van een lijst met criteria zou bijvoorbeeld kunnen helpen om inzichtelijk te maken waar de uitvoering van het woonbeleid aan kan worden afgemeten. Ook zou dit kunnen helpen om vooraf duidelijk te maken welke informatie hiervoor moet worden verzameld.
  • Faciliteer een gesprek over de rol van de raad en benader het woonbeleid waar mogelijk integraal.
    Als de raad zijn sturende en controlerende taak de komende jaren goed wil vervullen, helpt het als duidelijk is wat raadsleden van elkaar en het college kunnen verwachten. Het faciliteren van een gesprek hierover lijkt dan ook noodzakelijk. Consensus bereiken over de rol en betekenis van visie zou een doel kunnen zijn, maar een dergelijk gesprek biedt ook kansen om in brede zin te verkennen wanneer en in welke vorm sturing en controle wenselijk, effectief of noodzakelijk is. Om die reden strekt het ter aanbeveling om ook het college bij dit gesprek te betrekken.
  • Daarnaast zou de raad er goed aan doen om het woonbeleid vaker integraal te bezien, bijvoorbeeld door naast ‘zuivere’ woononderwerpen als de hoeveelheid en soort huizen ook onderwerpen als natuur, mobiliteit en voorzieningen in overwegingen omtrent het woonbeleid mee te nemen.

Controlerende rol

  • Investeer in periodieke monitoring en maak geboekte resultaten inzichtelijk.
    Een effectieve uitvoering van het woonbeleid staat of valt bij goede monitoring. Alleen als duidelijk is welk effect het beleid heeft, kunnen er geïnformeerde keuzes worden gemaakt over de inzet van gebruikte middelen en de haalbaarheid van gestelde doelen. Dat het voor de periode 2010-2020 vaak onduidelijk is welke resultaten er zijn geboekt, is in dat opzicht een punt van zorg. Het opstellen van de nieuwe woningstrategie is dan ook een uitgelezen kans om ook dit aspect van het woonbeleid te vernieuwen. Het opstellen van een lijst met criteria zou bijvoorbeeld kunnen helpen om inzichtelijk te maken waar de uitvoering van het woonbeleid aan kan worden afgemeten. Ook zou dit kunnen helpen om vooraf duidelijk te maken welke informatie hiervoor moet worden verzameld.
  • Faciliteer een gesprek over de rol van de raad en benader het woonbeleid waar mogelijk integraal.
    Als de raad zijn sturende en controlerende taak de komende jaren goed wil vervullen, helpt het als duidelijk is wat raadsleden van elkaar en het college kunnen verwachten. Het faciliteren van een gesprek hierover lijkt dan ook noodzakelijk. Consensus bereiken over de rol en betekenis van visie zou een doel kunnen zijn, maar een dergelijk gesprek biedt ook kansen om in brede zin te verkennen wanneer en in welke vorm sturing en controle wenselijk, effectief of noodzakelijk is. Om die reden strekt het ter aanbeveling om ook het college bij dit gesprek te betrekken.
  • Daarnaast zou de raad er goed aan doen om het woonbeleid vaker integraal te bezien, bijvoorbeeld door naast ‘zuivere’ woononderwerpen als de hoeveelheid en soort huizen ook onderwerpen als natuur, mobiliteit en voorzieningen in overwegingen omtrent het woonbeleid mee te nemen.

Monitoring

  • Investeer in periodieke monitoring en maak geboekte resultaten inzichtelijk.
    Een effectieve uitvoering van het woonbeleid staat of valt bij goede monitoring. Alleen als duidelijk is welk effect het beleid heeft, kunnen er geïnformeerde keuzes worden gemaakt over de inzet van gebruikte middelen en de haalbaarheid van gestelde doelen. Dat het voor de periode 2010-2020 vaak onduidelijk is welke resultaten er zijn geboekt, is in dat opzicht een punt van zorg. Het opstellen van de nieuwe woningstrategie is dan ook een uitgelezen kans om ook dit aspect van het woonbeleid te vernieuwen. Het opstellen van een lijst met criteria zou bijvoorbeeld kunnen helpen om inzichtelijk te maken waar de uitvoering van het woonbeleid aan kan worden afgemeten. Ook zou dit kunnen helpen om vooraf duidelijk te maken welke informatie hiervoor moet worden verzameld.

Evaluatie/onderzoek

-

Informatievoorziening sturing

  • Investeer in periodieke monitoring en maak geboekte resultaten inzichtelijk.
    Een effectieve uitvoering van het woonbeleid staat of valt bij goede monitoring. Alleen als duidelijk is welk effect het beleid heeft, kunnen er geïnformeerde keuzes worden gemaakt over de inzet van gebruikte middelen en de haalbaarheid van gestelde doelen. Dat het voor de periode 2010-2020 vaak onduidelijk is welke resultaten er zijn geboekt, is in dat opzicht een punt van zorg. Het opstellen van de nieuwe woningstrategie is dan ook een uitgelezen kans om ook dit aspect van het woonbeleid te vernieuwen. Het opstellen van een lijst met criteria zou bijvoorbeeld kunnen helpen om inzichtelijk te maken waar de uitvoering van het woonbeleid aan kan worden afgemeten. Ook zou dit kunnen helpen om vooraf duidelijk te maken welke informatie hiervoor moet worden verzameld.

Informatievoorziening kaderstelling

  • Investeer in periodieke monitoring en maak geboekte resultaten inzichtelijk.
    Een effectieve uitvoering van het woonbeleid staat of valt bij goede monitoring. Alleen als duidelijk is welk effect het beleid heeft, kunnen er geïnformeerde keuzes worden gemaakt over de inzet van gebruikte middelen en de haalbaarheid van gestelde doelen. Dat het voor de periode 2010-2020 vaak onduidelijk is welke resultaten er zijn geboekt, is in dat opzicht een punt van zorg. Het opstellen van de nieuwe woningstrategie is dan ook een uitgelezen kans om ook dit aspect van het woonbeleid te vernieuwen. Het opstellen van een lijst met criteria zou bijvoorbeeld kunnen helpen om inzichtelijk te maken waar de uitvoering van het woonbeleid aan kan worden afgemeten. Ook zou dit kunnen helpen om vooraf duidelijk te maken welke informatie hiervoor moet worden verzameld.

Informatievoorziening controle

  • Investeer in periodieke monitoring en maak geboekte resultaten inzichtelijk.
    Een effectieve uitvoering van het woonbeleid staat of valt bij goede monitoring. Alleen als duidelijk is welk effect het beleid heeft, kunnen er geïnformeerde keuzes worden gemaakt over de inzet van gebruikte middelen en de haalbaarheid van gestelde doelen. Dat het voor de periode 2010-2020 vaak onduidelijk is welke resultaten er zijn geboekt, is in dat opzicht een punt van zorg. Het opstellen van de nieuwe woningstrategie is dan ook een uitgelezen kans om ook dit aspect van het woonbeleid te vernieuwen. Het opstellen van een lijst met criteria zou bijvoorbeeld kunnen helpen om inzichtelijk te maken waar de uitvoering van het woonbeleid aan kan worden afgemeten. Ook zou dit kunnen helpen om vooraf duidelijk te maken welke informatie hiervoor moet worden verzameld.
  • Versterk de informatievoorziening en versterk de kennispositie van de raad.
    Om de grip van de raad op het woonbeleid te vergroten, is het vooral van belang om verstrekte informatie vaker te voorzien van duiding. Daarbij gaat het zowel om de betekenis van bepaalde cijfers of informatie, als de norm waaraan die cijfers of informatie kunnen worden gespiegeld. Aan de andere kant zou het zicht van de raad op regionale ontwikkelingen versterkt kunnen worden, bijvoorbeeld door regionale cijfers in de vorm van een dashboard beter toegankelijk te maken. Zelf zou de raad er goed aan doen om te verkennen hoe aanwezige kennis en expertise beter kan worden benut. Het instellen van een of meer raadsrapporteurs voorkomt bijvoorbeeld dat alle raadsleden zich in detail in het woonbeleid moeten verdiepen en faciliteert het de onderlinge informatiedeling. Tot slot zou de raad moeten overwegen om bij het ontbreken van informatie deze vaker zelf op te vragen.

Organisatie uitvoering Woonbeleid

  • Zorg voor een goede vertaling naar uitvoering en actualiseer deze geregeld.
    Goed woonbeleid houdt niet op bij het formuleren van doelen en ambities. Pas als het woonbeleid wordt vertaald naar concrete uitvoeringsplannen, wordt duidelijk hoe de gemeente bepaalde doelen en ambities gaat realiseren. Ook voor dergelijke uitvoeringsplannen geldt echter dat ze snel achterhaald raken als omstandigheden veranderen, of als de achterliggende doelen en ambities worden aangepast. Om die reden is het niet alleen zaak om de nieuwe woningstrategie te voorzien van een concrete uitvoeringsagenda, maar ook om ervoor te zorgen dat deze periodiek wordt geactualiseerd. Gezien de status van de nieuwe woningstrategie als een ‘levend’ document, ligt het voor de hand om dergelijke actualisering gelijktijdig met die van de woningstrategie te laten plaatsvinden.
  • Investeer in periodieke monitoring en maak geboekte resultaten inzichtelijk.
    Een effectieve uitvoering van het woonbeleid staat of valt bij goede monitoring. Alleen als duidelijk is welk effect het beleid heeft, kunnen er geïnformeerde keuzes worden gemaakt over de inzet van gebruikte middelen en de haalbaarheid van gestelde doelen. Dat het voor de periode 2010-2020 vaak onduidelijk is welke resultaten er zijn geboekt, is in dat opzicht een punt van zorg. Het opstellen van de nieuwe woningstrategie is dan ook een uitgelezen kans om ook dit aspect van het woonbeleid te vernieuwen. Het opstellen van een lijst met criteria zou bijvoorbeeld kunnen helpen om inzichtelijk te maken waar de uitvoering van het woonbeleid aan kan worden afgemeten. Ook zou dit kunnen helpen om vooraf duidelijk te maken welke informatie hiervoor moet worden verzameld.

Uitvoering Woonbeleid

-

Prestatieafspraken

  • Verbreed de samenwerking met externe partners en intensiveer bestaande samenwerkingen.
    Om de kans op het realiseren van geformuleerde ambities zo groot mogelijk te maken, is het van belang dat de gemeente hiervoor alle beschikbare middelen inzet. Samenwerkingspartners zijn daarbij zowel een belangrijke bron van informatie, als een manier om gestelde doelen in de praktijk te brengen. De huidige samenwerking met woningcorporaties is een goede basis, maar de gemeente kan nog stappen zetten in het zoeken van samenwerking met projectontwikkelaars, makelaars, zorg- en onderwijsinstellingen en particuliere woningbezitters. Ook kunnen bestaande samenwerkingen verder worden versterkt, bijvoorbeeld door ook met de twee kleinere woningcorporaties prestatieafspraken te maken en in de prestatieafspraken met Wooncompas ook concrete(re) afspraken te maken over onderwerpen als leefbaarheid en zorg.

Samenwerking

  • Verbreed de samenwerking met externe partners en intensiveer bestaande samenwerkingen.
    Om de kans op het realiseren van geformuleerde ambities zo groot mogelijk te maken, is het van belang dat de gemeente hiervoor alle beschikbare middelen inzet. Samenwerkingspartners zijn daarbij zowel een belangrijke bron van informatie, als een manier om gestelde doelen in de praktijk te brengen. De huidige samenwerking met woningcorporaties is een goede basis, maar de gemeente kan nog stappen zetten in het zoeken van samenwerking met projectontwikkelaars, makelaars, zorg- en onderwijsinstellingen en particuliere woningbezitters. Ook kunnen bestaande samenwerkingen verder worden versterkt, bijvoorbeeld door ook met de twee kleinere woningcorporaties prestatieafspraken te maken en in de prestatieafspraken met Wooncompas ook concrete(re) afspraken te maken over onderwerpen als leefbaarheid en zorg.

Nieuwbouw

-

Bestaande bouw

-

Sociale huurwoningen

-

Sociale koopwoningen

-

Koopwoningen

-

Aansluiting vraag en aanbod

-

Doelgroepen

-

Kwantiteit woningvoorraad

-

Kwaliteit woningvoorraad

-

Woonruimteverdeling

-

Doorstroming

-

Prestaties Woonbeleid

-

Resultaat Woonbeleid

-

Effectiviteit Woonbeleid

  • Investeer in periodieke monitoring en maak geboekte resultaten inzichtelijk.
    Een effectieve uitvoering van het woonbeleid staat of valt bij goede monitoring. Alleen als duidelijk is welk effect het beleid heeft, kunnen er geïnformeerde keuzes worden gemaakt over de inzet van gebruikte middelen en de haalbaarheid van gestelde doelen. Dat het voor de periode 2010-2020 vaak onduidelijk is welke resultaten er zijn geboekt, is in dat opzicht een punt van zorg. Het opstellen van de nieuwe woningstrategie is dan ook een uitgelezen kans om ook dit aspect van het woonbeleid te vernieuwen. Het opstellen van een lijst met criteria zou bijvoorbeeld kunnen helpen om inzichtelijk te maken waar de uitvoering van het woonbeleid aan kan worden afgemeten. Ook zou dit kunnen helpen om vooraf duidelijk te maken welke informatie hiervoor moet worden verzameld.

Efficiëntie Woonbeleid

-

Roosendaal (2016) (2016)

Wet- en regelgeving Woonbeleid

  • Geadviseerd wordt om aan te sluiten op de begripsbepaling zoals die door de ministeries van BZK en VWS wordt gehanteerd. De begripsbepaling maakt het mogelijk om tot een gedifferentieerd inzicht te komen in de aard van de benodigde woningen. Een aansluiting op landelijk gehanteerde begrippen maakt het ook mogelijk om bij beleidsvorming en prognoses gebruik te maken van ervaringen van anderen.

Beleid(sdoelen) Woonbeleid

  • Geadviseerd wordt de verantwoordelijkheden met betrekking tot de huisvesting van ouderen duidelijk vast te leggen, op elkaar af te stemmen en met inwoners te communiceren.
  • Geadviseerd wordt om de doelgroep nader te definiëren en te specificeren naar leeftijdsgroepen en huidige woonsituatie. Geadviseerd wordt om in het bijzonder aandacht te geven aan inwoners van meer gevorderde leeftijd die nu woonachtig zijn in een nog niet aangepaste en ook niet aanpasbare woning.
  • Geadviseerd wordt om aan te sluiten op de begripsbepaling zoals die door de ministeries van BZK en VWS wordt gehanteerd. De begripsbepaling maakt het mogelijk om tot een gedifferentieerd inzicht te komen in de aard van de benodigde woningen. Een aansluiting op landelijk gehanteerde begrippen maakt het ook mogelijk om bij beleidsvorming en prognoses gebruik te maken van ervaringen van anderen.
  • Geadviseerd wordt om te verduidelijken in hoeverre het beleid met betrekking tot de woonservicezones nog uitgangspunt is in de ouderenhuisvesting.
  • In de formulering van beleid verdient het aanbeveling uit te gaan van een integrale benadering, waarin de koppeling wordt gezocht tussen wonen – welzijn – zorg en toegankelijkheid, zoals daar onder meer in Geertruidenberg over wordt nagedacht.

Budget

-

Begroting/Jaarverslag

-

Uitgaven

-

Sturende rol college

-

Kaderstellende rol

  • Geadviseerd wordt om in het kader van zowel de kaderstellende, controlerende als vertegenwoordigende rol meer aandacht te geven aan de vraag of de gemeentelijke woningvoorraad voldoende geschikt is om tegemoet te komen aan de vraag van de vergrijzende bevolking in Roosendaal.

Controlerende rol

  • Geadviseerd wordt om in het kader van zowel de kaderstellende, controlerende als vertegenwoordigende rol meer aandacht te geven aan de vraag of de gemeentelijke woningvoorraad voldoende geschikt is om tegemoet te komen aan de vraag van de vergrijzende bevolking in Roosendaal.

Monitoring

  • Geadviseerd wordt alsnog te komen tot monitoring van het aantal levensloopbestendige woningen en bij de inventarisatie aan te sluiten op de hiervoor genoemde definitie en ordening van het begrip ‘geschikte woning’. Geadviseerd wordt daarbij ook te betrekken in welke (delen van) wijken deze woningen gelegen zijn en in welke mate deze beschikbaar zijn of komen voor de huisvesting van ouderen.
  • Geadviseerd wordt om ook de ontwikkeling van levensloopbestendige woningen in de vrije sector te monitoren, stimuleren en faciliteren.

Evaluatie/onderzoek

  • Geadviseerd wordt om aan te sluiten op de begripsbepaling zoals die door de ministeries van BZK en VWS wordt gehanteerd. De begripsbepaling maakt het mogelijk om tot een gedifferentieerd inzicht te komen in de aard van de benodigde woningen. Een aansluiting op landelijk gehanteerde begrippen maakt het ook mogelijk om bij beleidsvorming en prognoses gebruik te maken van ervaringen van anderen.
  • Geadviseerd wordt om tot twee typen prognoses te komen:
    *een prognose op lange termijn waarbij op basis van (eventueel aan landelijk onderzoek te ontlenen) kengetallen in hoofdlijnen inzicht wordt verkregen in de te verwachten ontwikkelingen, zodat daarop in hoofdlijnen beleid kan worden ontwikkeld;
  • een inherent nadeel van zulke lange termijnprognoses is dat deze zoveel onzekerheden kennen dat ze niet bruikbaar zijn als basis voor investeringsbeslissingen. Geadviseerd wordt dan ook om door het uitvoeren van gericht marktonderzoek inzicht te krijgen in de ontwikkelingen op korte termijn, en op basis daarvan met maatschappelijke partners tot concrete realisatie te komen.
  • Geadviseerd wordt alsnog te komen tot monitoring van het aantal levensloopbestendige woningen en bij de inventarisatie aan te sluiten op de hiervoor genoemde definitie en ordening van het begrip ‘geschikte woning’. Geadviseerd wordt daarbij ook te betrekken in welke (delen van) wijken deze woningen gelegen zijn en in welke mate deze beschikbaar zijn of komen voor de huisvesting van ouderen.
  • Bij het in beeld brengen van de vraag naar ouderenhuisvesting verdient het aanbeveling breder te inventariseren wat de (woon)wensen zijn, zoals de verwachte noodzaak van aanpassing. Het Woononderzoek 2015 uit Geertruidenberg kan als voorbeeld hiervoor dienen. Dit is een representatief onderzoek waarbij de inwoners van de gemeente gevraagd worden naar hun woonbehoefte. Hierin zijn gerichte vragen opgenomen die een nadere specificatie leveren van de behoeften aan wonen, zorg, welzijn en toegankelijkheid van de buitenruimte. De resultaten worden verwacht in januari 2016. Zij bieden mogelijk ook een vorm van sociale kaart waarvan de behoeften onder ouderen vallen af te lezen. Hiermee is ook het beleid van ‘verleiden’ van ouderen om te verhuizen gediend; er kan een passender aanbod gedaan worden.

Informatievoorziening sturing

-

Informatievoorziening kaderstelling

-

Informatievoorziening controle

-

Organisatie uitvoering Woonbeleid

  • Geadviseerd wordt de verantwoordelijkheden met betrekking tot de huisvesting van ouderen duidelijk vast te leggen, op elkaar af te stemmen en met inwoners te communiceren.

Uitvoering Woonbeleid

-Geadviseerd wordt om in prestatieafspraken met woningcorporaties duidelijke afspraken op te nemen én na te komen met betrekking tot de huisvesting van ouderen.

  • Geadviseerd wordt om ook de ontwikkeling van levensloopbestendige woningen in de vrije sector te monitoren, stimuleren en faciliteren.

Prestatieafspraken

  • Geadviseerd wordt om in prestatieafspraken met woningcorporaties duidelijke afspraken op te nemen én na te komen met betrekking tot de huisvesting van ouderen.

Samenwerking

-

Nieuwbouw

  • Geadviseerd wordt om ook de ontwikkeling van levensloopbestendige woningen in de vrije sector te monitoren, stimuleren en faciliteren.

Bestaande bouw

-

Sociale huurwoningen

-

Sociale koopwoningen

-

Koopwoningen

-

Aansluiting vraag en aanbod

-

Doelgroepen

  • Geadviseerd wordt de verantwoordelijkheden met betrekking tot de huisvesting van ouderen duidelijk vast te leggen, op elkaar af te stemmen en met inwoners te communiceren.
  • Geadviseerd wordt om de doelgroep nader te definiëren en te specificeren naar leeftijdsgroepen en huidige woonsituatie. Geadviseerd wordt om in het bijzonder aandacht te geven aan inwoners van meer gevorderde leeftijd die nu woonachtig zijn in een nog niet aangepaste en ook niet aanpasbare woning.
  • Geadviseerd wordt alsnog te komen tot monitoring van het aantal levensloopbestendige woningen en bij de inventarisatie aan te sluiten op de hiervoor genoemde definitie en ordening van het begrip ‘geschikte woning’. Geadviseerd wordt daarbij ook te betrekken in welke (delen van) wijken deze woningen gelegen zijn en in welke mate deze beschikbaar zijn of komen voor de huisvesting van ouderen.
  • Geadviseerd wordt om in prestatieafspraken met woningcorporaties duidelijke afspraken op te nemen én na te komen met betrekking tot de huisvesting van ouderen.
  • Geadviseerd wordt om ook de ontwikkeling van levensloopbestendige woningen in de vrije sector te monitoren, stimuleren en faciliteren.
  • Geadviseerd wordt om te verduidelijken in hoeverre het beleid met betrekking tot de woonservicezones nog uitgangspunt is in de ouderenhuisvesting.
  • Geadviseerd wordt om in het kader van zowel de kaderstellende, controlerende als vertegenwoordigende rol meer aandacht te geven aan de vraag of de gemeentelijke woningvoorraad voldoende geschikt is om tegemoet te komen aan de vraag van de vergrijzende bevolking in Roosendaal.
  • Bij het in beeld brengen van de vraag naar ouderenhuisvesting verdient het aanbeveling breder te inventariseren wat de (woon)wensen zijn, zoals de verwachte noodzaak van aanpassing. Het Woononderzoek 2015 uit Geertruidenberg kan als voorbeeld hiervoor dienen. Dit is een representatief onderzoek waarbij de inwoners van de gemeente gevraagd worden naar hun woonbehoefte. Hierin zijn gerichte vragen opgenomen die een nadere specificatie leveren van de behoeften aan wonen, zorg, welzijn en toegankelijkheid van de buitenruimte. De resultaten worden verwacht in januari 2016. Zij bieden mogelijk ook een vorm van sociale kaart waarvan de behoeften onder ouderen vallen af te lezen. Hiermee is ook het beleid van ‘verleiden’ van ouderen om te verhuizen gediend; er kan een passender aanbod gedaan worden.

Kwantiteit woningvoorraad

  • Geadviseerd wordt om in het kader van zowel de kaderstellende, controlerende als vertegenwoordigende rol meer aandacht te geven aan de vraag of de gemeentelijke woningvoorraad voldoende geschikt is om tegemoet te komen aan de vraag van de vergrijzende bevolking in Roosendaal.

Kwaliteit woningvoorraad

-

Woonruimteverdeling

-

Doorstroming

-

Prestaties Woonbeleid

-

Resultaat Woonbeleid

-

Effectiviteit Woonbeleid

-

Efficiëntie Woonbeleid

-

Schiedam (2018) (2018)

Wet- en regelgeving Woonbeleid

  • Gemeenteraad: Volg de regionale beleidsontwikkeling op de voet en/of laat je hier door het college over informeren.

Beleid(sdoelen) Woonbeleid

  • College: Werk de ambities/doelstellingen meer consistenter SMARTER uit.

Budget

-

Begroting/Jaarverslag

-

Uitgaven

-

Sturende rol college

  • College en gemeenteraad: Maak vooraf beide ieders positie duidelijk en baken daarmee af welke ruimte de stakeholders hebben om hun bijdrage te geven.
  • College en gemeenteraad: Zet beide in op de navolgbaarheid van het beleid: het inzichtelijk maken van de mate van doelrealisatie.
  • College: Probeer in de informatievoorziening voor de gemeenteraad steeds de verbinding te leggen tussen de gestelde strategische doelen en de projectkeuzes, de navolgbaarheid van de realisatie van de doelstellingen. Dit in combinatie met een beschrijving van de effecten of consequenties van de verschillende keuzes.
  • College: Maak duidelijke afspraken over de monitoring en evaluatiemomenten.
  • College: Versterk de samenwerking tussen de gemeentelijke beleidssectoren om te komen tot een verdere integrale aanpak

Kaderstellende rol

  • College en gemeenteraad: Maak vooraf beide ieders positie duidelijk en baken daarmee af welke ruimte de stakeholders hebben om hun bijdrage te geven.
  • College en gemeenteraad: Zet beide in op de navolgbaarheid van het beleid: het inzichtelijk maken van de mate van doelrealisatie.
  • Gemeenteraad: Geef het college duidelijke kaders/randvoorwaarden mee, ook als inbreng tijdens het regionaal gesprek.

Controlerende rol

-

Monitoring

  • College: Maak duidelijke afspraken over de monitoring en evaluatiemomenten.

Evaluatie/onderzoek

  • College: Maak duidelijke afspraken over de monitoring en evaluatiemomenten.

Informatievoorziening sturing

-

Informatievoorziening kaderstelling

  • Gemeenteraad: Laat je informeren over de prestatieafspraken en agendeer zonodig de afspraken, of maak gebruik van de geboden mogelijkheden tot het uiten van wensen en bedenkingen.
  • Gemeenteraad: Volg de regionale beleidsontwikkeling op de voet en/of laat je hier door het college over informeren.

Informatievoorziening controle

  • College: Probeer in de informatievoorziening voor de gemeenteraad steeds de verbinding te leggen tussen de gestelde strategische doelen en de projectkeuzes, de navolgbaarheid van de realisatie van de doelstellingen. Dit in combinatie met een beschrijving van de effecten of consequenties van de verschillende keuzes.

Organisatie uitvoering Woonbeleid

-

Uitvoering Woonbeleid

-

Prestatieafspraken

  • Gemeenteraad: Laat je informeren over de prestatieafspraken en agendeer zonodig de afspraken, of maak gebruik van de geboden mogelijkheden tot het uiten van wensen en bedenkingen.

Samenwerking

-

Nieuwbouw

-

Bestaande bouw

-

Sociale huurwoningen

-

Sociale koopwoningen

-

Koopwoningen

-

Aansluiting vraag en aanbod

-

Doelgroepen

-

Kwantiteit woningvoorraad

-

Kwaliteit woningvoorraad

-

Woonruimteverdeling

-

Doorstroming

-

Prestaties Woonbeleid

-

Resultaat Woonbeleid

-

Effectiviteit Woonbeleid

-

Efficiëntie Woonbeleid

-

Sudwest-Fryslan (2021) (2021)

Wet- en regelgeving Woonbeleid

-

Beleid(sdoelen) Woonbeleid

  • De gemeente staat nu voor de uitdaging de opgaven die er zijn op het gebied van sociale huur en wonen en zorg te vertalen naar concrete doelen. De (sociale) woningmarkt is sterk in beweging en vraagt om adequate reactie wanneer zich veranderingen voordoen. Bij het vaststellen van de doelen moet daarom oog zijn voor haalbare en meetbare doelen, maar ook voor voldoende flexibiliteit. En ook voor integraliteit; de in dit onderzoek beschreven onderwerpen (sociale huur en zorg) zijn tenslotte slechts twee uitdagingen binnen het woonbeleid van de gemeente Súdwest-Fryslân.
  • De rekenkamer adviseert het college de doelen van het woonbeleid expliciet te maken in te verwachte effecten, een tijdspad en een verdeling van rollen, taken en middelen.

Budget

  • Wanneer in de toekomstige prestatieafspraken meer aandacht wordt besteed aan de rol, inspanningen en de middelen die de gemeente inzet, dan wordt er meer duidelijkheid gecreëerd richting de samenwerkingspartners (woningcorporaties, zorgaanbieders, huurdersorganisaties en het Wmo-platform) en wordt daarnaast de raad beter in staat gesteld invulling te geven aan zijn controlerende taak.

Begroting/Jaarverslag

-

Uitgaven

-

Sturende rol college

-

Kaderstellende rol

-

Controlerende rol

'- Wanneer in de toekomstige prestatieafspraken meer aandacht wordt besteed aan de rol, inspanningen en de middelen die de gemeente inzet, dan wordt er meer duidelijkheid gecreëerd richting de samenwerkingspartners (woningcorporaties, zorgaanbieders, huurdersorganisaties en het Wmo-platform) en wordt daarnaast de raad beter in staat gesteld invulling te geven aan zijn controlerende taak.

Monitoring

  • De rekenkamer adviseert om, naast de bestaande monitoring, bij toekomstige evaluaties ook de ontwikkeling van deze onderliggende doelen inzichtelijk te maken, zodat voor de raad helder wordt in hoeverre de doelen zijn behaald.

Evaluatie/onderzoek

  • De rekenkamer adviseert om, naast de bestaande monitoring, bij toekomstige evaluaties ook de ontwikkeling van deze onderliggende doelen inzichtelijk te maken, zodat voor de raad helder wordt in hoeverre de doelen zijn behaald.

Informatievoorziening sturing

-

Informatievoorziening kaderstelling

-

Informatievoorziening controle

  • De rekenkamer adviseert om, naast de bestaande monitoring, bij toekomstige evaluaties ook de ontwikkeling van deze onderliggende doelen inzichtelijk te maken, zodat voor de raad helder wordt in hoeverre de doelen zijn behaald.

Organisatie uitvoering Woonbeleid

  • Wanneer in de toekomstige prestatieafspraken meer aandacht wordt besteed aan de rol, inspanningen en de middelen die de gemeente inzet, dan wordt er meer duidelijkheid gecreëerd richting de samenwerkingspartners (woningcorporaties, zorgaanbieders, huurdersorganisaties en het Wmo-platform) en wordt daarnaast de raad beter in staat gesteld invulling te geven aan zijn controlerende taak.
  • De rekenkamer doet de aanbeveling om het gesprek te (blijven) voeren over rollen, taken en verantwoordelijkheden met de samenwerkingspartners. De verwachtingen die de samenwerkingspartners van de gemeente hebben blijken niet geheel overeen te komen met het beeld dat er binnen de gemeente bestaat van de rollen, taken en verantwoordelijkheden die zij heeft in het kader van (de uitvoering van) het woonbeleid en de wijze waarop hier invulling aan wordt gegeven.

Uitvoering Woonbeleid

-

Prestatieafspraken

  • Wanneer in de toekomstige prestatieafspraken meer aandacht wordt besteed aan de rol, inspanningen en de middelen die de gemeente inzet, dan wordt er meer duidelijkheid gecreëerd richting de samenwerkingspartners (woningcorporaties, zorgaanbieders, huurdersorganisaties en het Wmo-platform) en wordt daarnaast de raad beter in staat gesteld invulling te geven aan zijn controlerende taak.

Samenwerking

-

Nieuwbouw

-

Bestaande bouw

-

Sociale huurwoningen

-

Sociale koopwoningen

-

Koopwoningen

-

Aansluiting vraag en aanbod

-

Doelgroepen

-

Kwantiteit woningvoorraad

-

Kwaliteit woningvoorraad

-

Woonruimteverdeling

-

Doorstroming

-

Prestaties Woonbeleid

-

Resultaat Woonbeleid

-

Effectiviteit Woonbeleid

-

Efficiëntie Woonbeleid

-

Tilburg (2020) (2020)

Wet- en regelgeving Woonbeleid

  • Om te kunnen garanderen dat er voldoende sociale huurwoningen worden gebouwd, leg de ambitie van het percentage sociale huur vast per toekomstig nieuwbouwplan. Dat kan variëren van een doelgroepenverordening, tot een convenant, tot gedetailleerde afspraken. Kies een vorm waarmee de realisatie van de ambitie gemonitord kan worden en die tegelijkertijd aansluit bij de situatie en bij de cultuur in het Tilburgse.

Beleid(sdoelen) Woonbeleid

  • Leg de opgave voor sociale huur, voor wie deze opgave geldt en de wijze van monitoring helder vast in het woonbeleid, vertaald in de Woonvisie.
  • Wanneer afspraken uit het Convenant leiden tot bijstelling van de opgave uit de Woonvisie, maak dan inzichtelijk wat de reden(en) daarvan is (of zijn), hoe daarmee wordt omgegaan en leg dat dan ook vast zodat de raad helder heeft waar zij de effectiviteit aan moet toetsen.

Budget

  • Om een meer ongedeelde stad te kunnen creëren, streef een betere spreiding sociale huur na. Daarbij past mogelijk het instellen van een Compensatiefonds sociale huur; wanneer het financieel lastig is voor projectontwikkelaars om sociale huur te realiseren op een specifieke woningbouwlocatie, kan de projectontwikkelaar verplicht worden een x bedrag in het fonds te storten om daarmee op andere woningbouwlocaties sociale huur te kunnen realiseren.

Begroting/Jaarverslag

-

Uitgaven

-

Sturende rol college

  • Wanneer afspraken uit het Convenant leiden tot bijstelling van de opgave uit de Woonvisie, maak dan inzichtelijk wat de reden(en) daarvan is (of zijn), hoe daarmee wordt omgegaan en leg dat dan ook vast zodat de raad helder heeft waar zij de effectiviteit aan moet toetsen.

Kaderstellende rol

-

Controlerende rol

  • Wanneer afspraken uit het Convenant leiden tot bijstelling van de opgave uit de Woonvisie, maak dan inzichtelijk wat de reden(en) daarvan is (of zijn), hoe daarmee wordt omgegaan en leg dat dan ook vast zodat de raad helder heeft waar zij de effectiviteit aan moet toetsen.

Monitoring

  • Monitor de voortgang met betrekking tot de opgave uit de Woonvisie en de afspraken uit het Convenant Wonen.
  • Om te kunnen garanderen dat er voldoende sociale huurwoningen worden gebouwd, leg de ambitie van het percentage sociale huur vast per toekomstig nieuwbouwplan. Dat kan variëren van een doelgroepenverordening, tot een convenant, tot gedetailleerde afspraken. Kies een vorm waarmee de realisatie van de ambitie gemonitord kan worden en die tegelijkertijd aansluit bij de situatie en bij de cultuur in het Tilburgse.
  • Werk aan een overzichtelijke monitor om de vraagdruk in de sociale huur te volgen. Maak daarbij gebruik van verschillende indicatoren (reactiegraad, slaagkans, actieve zoektijd, mutatiegraad en het aandeel starters ten opzicht van doorstromers). Inschrijftijd kan ook een van de indicatoren zijn, maar is zeker niet de belangrijkste. Breng daarbij niet alleen de gemiddelden van het totaal in beeld, maar zeker ook verschillen naar persoonskenmerken en woningvoorkeuren. Werk samen met de corporaties en huurdersorganisaties om deze monitor te realiseren.
  • Monitor daarbij ook de huisvesting van spoedzoekers. Hoeveel spoedzoekers zijn aan een woning geholpen? Hoeveel zijn in een tijdelijke woning terechtgekomen en hoeveel zijn weer doorgestroomd naar een definitieve oplossing? Voorkom dat de discussie over individuele casuïstiek gaat.

Evaluatie/onderzoek

  • Om de woningbouwopgave voor de lange termijn te kennen, zet als gemeente in op analyses over de ontwikkeling van de doelgroepen die in aanmerking komen voor sociale huur en hun toekomstige woonsituatie. Onderzoek daarbij welk soort sociale huurwoningen (dat wil zeggen qua type, oppervlakte, wijk, huurprijs, et cetera) vooral gebouwd moet gaan worden.

Informatievoorziening sturing

-

Informatievoorziening kaderstelling

  • Communiceer als gemeente en als corporatie met regelmaat aan de raad, aan de lokale pers en aan de inwoners van de gemeente Tilburg over de actuele stand van zaken van de vraag naar en het aanbod van de sociale woningbouw; cijfers en feiten. Dit om te voorkomen dat er een onjuist beeld ontstaat over inschrijfduur, wachttijden en beschikbaarheid van woningen.

Informatievoorziening controle

  • Rapporteer regelmatig aan de raad over voortgang met betrekking tot de opgave uit de Woonvisie en de afspraken uit het Convenant Wonen.
  • Communiceer als gemeente en als corporatie met regelmaat aan de raad, aan de lokale pers en aan de inwoners van de gemeente Tilburg over de actuele stand van zaken van de vraag naar en het aanbod van de sociale woningbouw; cijfers en feiten. Dit om te voorkomen dat er een onjuist beeld ontstaat over inschrijfduur, wachttijden en beschikbaarheid van woningen.

Organisatie uitvoering Woonbeleid

  • Om te kunnen garanderen dat er voldoende sociale huurwoningen worden gebouwd, leg de ambitie van het percentage sociale huur vast per toekomstig nieuwbouwplan. Dat kan variëren van een doelgroepenverordening, tot een convenant, tot gedetailleerde afspraken. Kies een vorm waarmee de realisatie van de ambitie gemonitord kan worden en die tegelijkertijd aansluit bij de situatie en bij de cultuur in het Tilburgse.
  • Om een meer ongedeelde stad te kunnen creëren, streef een betere spreiding sociale huur na. Daarbij past mogelijk het instellen van een Compensatiefonds sociale huur; wanneer het financieel lastig is voor projectontwikkelaars om sociale huur te realiseren op een specifieke woningbouwlocatie, kan de projectontwikkelaar verplicht worden een x bedrag in het fonds te storten om daarmee op andere woningbouwlocaties sociale huur te kunnen realiseren.

Uitvoering Woonbeleid

  • Om een meer ongedeelde stad te kunnen creëren, streef een betere spreiding sociale huur na. Daarbij past mogelijk het instellen van een Compensatiefonds sociale huur; wanneer het financieel lastig is voor projectontwikkelaars om sociale huur te realiseren op een specifieke woningbouwlocatie, kan de projectontwikkelaar verplicht worden een x bedrag in het fonds te storten om daarmee op andere woningbouwlocaties sociale huur te kunnen realiseren.
  • Ga als gemeente het gesprek aan met corporaties of het huidige woonruimteverdeelsysteem voldoet; is toewijzing op basis van inschrijftijd nog reëel gezien het aantal preventieve inschrijvingen of hebben alternatieve toewijzingssystemen (snelle reageerder, loting) de voorkeur? Het huidige model voorziet namelijk een specifieke doelgroep: mensen die bereid zijn lang te wachten om een sterke woonwens ingevuld te krijgen. Omdat de slaagkans voor specifieke doelgroepen lager zijn geworden, zal de slaagkans voor deze doelgroepen waarschijnlijk verbeteren bij een alternatief toewijzingssysteem.
  • Communiceer als gemeente en als corporatie met regelmaat aan de raad, aan de lokale pers en aan de inwoners van de gemeente Tilburg over de actuele stand van zaken van de vraag naar en het aanbod van de sociale woningbouw; cijfers en feiten. Dit om te voorkomen dat er een onjuist beeld ontstaat over inschrijfduur, wachttijden en beschikbaarheid van woningen.

Prestatieafspraken

  • Vertaal hetgeen uit de Woonvisie in afspraken is vastgelegd in het Convenant Wonen, waarbij een duidelijke relatie wordt gelegd tussen de afspraken uit het Convenant en de opgave uit de Woonvisie. Maak daarbij duidelijk dat het Convenant een uitwerking is van de Woonvisie gericht op drie spelers uit de sociale huursector in de gemeente Tilburg.
  • Om te kunnen garanderen dat er voldoende sociale huurwoningen worden gebouwd, leg de ambitie van het percentage sociale huur vast per toekomstig nieuwbouwplan. Dat kan variëren van een doelgroepenverordening, tot een convenant, tot gedetailleerde afspraken. Kies een vorm waarmee de realisatie van de ambitie gemonitord kan worden en die tegelijkertijd aansluit bij de situatie en bij de cultuur in het Tilburgse.

Samenwerking

  • Werk aan een overzichtelijke monitor om de vraagdruk in de sociale huur te volgen. Werk samen met de corporaties en huurdersorganisaties om deze monitor te realiseren.
  • Ga als gemeente het gesprek aan met corporaties of het huidige woonruimteverdeelsysteem voldoet; is toewijzing op basis van inschrijftijd nog reëel gezien het aantal preventieve inschrijvingen of hebben alternatieve toewijzingssystemen (snelle reageerder, loting) de voorkeur? Het huidige model voorziet namelijk een specifieke doelgroep: mensen die bereid zijn lang te wachten om een sterke woonwens ingevuld te krijgen. Omdat de slaagkans voor specifieke doelgroepen lager zijn geworden, zal de slaagkans voor deze doelgroepen waarschijnlijk verbeteren bij een alternatief toewijzingssysteem.

Nieuwbouw

-

Bestaande bouw

-

Sociale huurwoningen

  • Blijft steeds scherp op het laten meebewegen van het aantal benodigde sociale huurwoningen in relatie tot aannames over bevolkingsgroei en koopkrachtontwikkeling. Indien de aannames over bevolkingsgroei en koopkrachtontwikkeling waarop de ambitie voor uitbreiding van sociale huurvoorraad is gebaseerd (nu: 880 extra woningen in de komende vijf jaar) zich wijzigen, bepaal als gemeente dan ook wat de nieuwe behoefte voor uitbreiding aan sociale huurwoningen wordt.
  • Om de woningbouwopgave voor de lange termijn te kennen, zet als gemeente in op analyses over de ontwikkeling van de doelgroepen die in aanmerking komen voor sociale huur en hun toekomstige woonsituatie. Onderzoek daarbij welk soort sociale huurwoningen (dat wil zeggen qua type, oppervlakte, wijk, huurprijs, et cetera) vooral gebouwd moet gaan worden.
  • Om te kunnen garanderen dat er voldoende sociale huurwoningen worden gebouwd, leg de ambitie van het percentage sociale huur vast per toekomstig nieuwbouwplan. Dat kan variëren van een doelgroepenverordening, tot een convenant, tot gedetailleerde afspraken. Kies een vorm waarmee de realisatie van de ambitie gemonitord kan worden en die tegelijkertijd aansluit bij de situatie en bij de cultuur in het Tilburgse.
  • Om een meer ongedeelde stad te kunnen creëren, streef een betere spreiding sociale huur na. Daarbij past mogelijk het instellen van een Compensatiefonds sociale huur; wanneer het financieel lastig is voor projectontwikkelaars om sociale huur te realiseren op een specifieke woningbouwlocatie, kan de projectontwikkelaar verplicht worden een x bedrag in het fonds te storten om daarmee op andere woningbouwlocaties sociale huur te kunnen realiseren.

Sociale koopwoningen

-

Koopwoningen

-

Aansluiting vraag en aanbod

  • Blijft steeds scherp op het laten meebewegen van het aantal benodigde sociale huurwoningen in relatie tot aannames over bevolkingsgroei en koopkrachtontwikkeling. Indien de aannames over bevolkingsgroei en koopkrachtontwikkeling waarop de ambitie voor uitbreiding van sociale huurvoorraad is gebaseerd (nu: 880 extra woningen in de komende vijf jaar) zich wijzigen, bepaal als gemeente dan ook wat de nieuwe behoefte voor uitbreiding aan sociale huurwoningen wordt.

Doelgroepen

  • Om de woningbouwopgave voor de lange termijn te kennen, zet als gemeente in op analyses over de ontwikkeling van de doelgroepen die in aanmerking komen voor sociale huur en hun toekomstige woonsituatie. Onderzoek daarbij welk soort sociale huurwoningen (dat wil zeggen qua type, oppervlakte, wijk, huurprijs, et cetera) vooral gebouwd moet gaan worden.
  • Monitor daarbij ook de huisvesting van spoedzoekers. Hoeveel spoedzoekers zijn aan een woning geholpen? Hoeveel zijn in een tijdelijke woning terechtgekomen en hoeveel zijn weer doorgestroomd naar een definitieve oplossing? Voorkom dat de discussie over individuele casuïstiek gaat.
  • Ga als gemeente het gesprek aan met corporaties of het huidige woonruimteverdeelsysteem voldoet; is toewijzing op basis van inschrijftijd nog reëel gezien het aantal preventieve inschrijvingen of hebben alternatieve toewijzingssystemen (snelle reageerder, loting) de voorkeur? Het huidige model voorziet namelijk een specifieke doelgroep: mensen die bereid zijn lang te wachten om een sterke woonwens ingevuld te krijgen. Omdat de slaagkans voor specifieke doelgroepen lager zijn geworden, zal de slaagkans voor deze doelgroepen waarschijnlijk verbeteren bij een alternatief toewijzingssysteem.

Kwantiteit woningvoorraad

  • Blijft steeds scherp op het laten meebewegen van het aantal benodigde sociale huurwoningen in relatie tot aannames over bevolkingsgroei en koopkrachtontwikkeling. Indien de aannames over bevolkingsgroei en koopkrachtontwikkeling waarop de ambitie voor uitbreiding van sociale huurvoorraad is gebaseerd (nu: 880 extra woningen in de komende vijf jaar) zich wijzigen, bepaal als gemeente dan ook wat de nieuwe behoefte voor uitbreiding aan sociale huurwoningen wordt.

Kwaliteit woningvoorraad

-

Woonruimteverdeling

  • Ga als gemeente het gesprek aan met corporaties of het huidige woonruimteverdeelsysteem voldoet; is toewijzing op basis van inschrijftijd nog reëel gezien het aantal preventieve inschrijvingen of hebben alternatieve toewijzingssystemen (snelle reageerder, loting) de voorkeur? Het huidige model voorziet namelijk een specifieke doelgroep: mensen die bereid zijn lang te wachten om een sterke woonwens ingevuld te krijgen. Omdat de slaagkans voor specifieke doelgroepen lager zijn geworden, zal de slaagkans voor deze doelgroepen waarschijnlijk verbeteren bij een alternatief toewijzingssysteem.

Doorstroming

-

Prestaties Woonbeleid

-

Resultaat Woonbeleid

-

Effectiviteit Woonbeleid

  • Wanneer afspraken uit het Convenant leiden tot bijstelling van de opgave uit de Woonvisie, maak dan inzichtelijk wat de reden(en) daarvan is (of zijn), hoe daarmee wordt omgegaan en leg dat dan ook vast zodat de raad helder heeft waar zij de effectiviteit aan moet toetsen.

Efficiëntie Woonbeleid

-

Uithoorn (2021) (2021)

Wet- en regelgeving Woonbeleid

-

Beleid(sdoelen) Woonbeleid

  • Ga als college in samenspraak met de raad na op welke punten het beleid geactualiseerd dient te worden. Zorg voor een herijking van het destijds ontwikkelde kader en bepaal met elkaar de visie voor de komende periode met actuele ontwikkelingen rondom arbeidsmigranten in Uithoorn. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de eerder genoemde werkwijze met betrekking tot de registratie, maar overweeg ook om de regionale samenwerking weer op te zoeken.

Budget

-

Begroting/Jaarverslag

-

Uitgaven

-

Sturende rol college

  • Ga als college in samenspraak met de raad na op welke punten het beleid geactualiseerd dient te worden. Zorg voor een herijking van het destijds ontwikkelde kader en bepaal met elkaar de visie voor de komende periode met actuele ontwikkelingen rondom arbeidsmigranten in Uithoorn. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de eerder genoemde werkwijze met betrekking tot de registratie, maar overweeg ook om de regionale samenwerking weer op te zoeken.

Kaderstellende rol

  • Ga als college in samenspraak met de raad na op welke punten het beleid geactualiseerd dient te worden. Zorg voor een herijking van het destijds ontwikkelde kader en bepaal met elkaar de visie voor de komende periode met actuele ontwikkelingen rondom arbeidsmigranten in Uithoorn. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de eerder genoemde werkwijze met betrekking tot de registratie, maar overweeg ook om de regionale samenwerking weer op te zoeken.

Controlerende rol

-

Monitoring

  • De Rekenkamer Uithoorn beveelt het college aan de registratie van de arbeidsmigranten in de gemeente te verbeteren. Hierdoor komt er meer zicht op de omvang van de groep, waardoor op het gebied van huisvesting vraag en aanbod beter afgestemd kunnen worden. Dit kan eventueel ook in regionaal verband afgestemd worden.

Evaluatie/onderzoek

  • De Rekenkamer Uithoorn beveelt het college aan de registratie van de arbeidsmigranten in de gemeente te verbeteren. Hierdoor komt er meer zicht op de omvang van de groep, waardoor op het gebied van huisvesting vraag en aanbod beter afgestemd kunnen worden. Dit kan eventueel ook in regionaal verband afgestemd worden.

Informatievoorziening sturing

  • De Rekenkamer Uithoorn beveelt het college aan de registratie van de arbeidsmigranten in de gemeente te verbeteren. Hierdoor komt er meer zicht op de omvang van de groep, waardoor op het gebied van huisvesting vraag en aanbod beter afgestemd kunnen worden. Dit kan eventueel ook in regionaal verband afgestemd worden.

Informatievoorziening kaderstelling

  • De Rekenkamer Uithoorn beveelt het college aan de registratie van de arbeidsmigranten in de gemeente te verbeteren. Hierdoor komt er meer zicht op de omvang van de groep, waardoor op het gebied van huisvesting vraag en aanbod beter afgestemd kunnen worden. Dit kan eventueel ook in regionaal verband afgestemd worden.
  • Zet het onderwerp periodiek op de politieke agenda. Bepaal als raad gezamenlijk welke informatiebehoefte er is op het terrein van huisvesting van arbeidsmigranten en ga hierover het gesprek aan met het college. Inventariseer welke informatie nodig is om te kunnen sturen en hoe en met welke frequentie deze informatie gerapporteerd moet worden. Desgewenst kan er ook nagedacht worden over werkbezoeken aan woon- en werklocaties van arbeidsmigranten, bijvoorbeeld om te onderzoeken hoe arbeidsmigranten het verblijf in de gemeente Uithoorn zelf ervaren.

Informatievoorziening controle

  • De Rekenkamer Uithoorn beveelt het college aan de registratie van de arbeidsmigranten in de gemeente te verbeteren. Hierdoor komt er meer zicht op de omvang van de groep, waardoor op het gebied van huisvesting vraag en aanbod beter afgestemd kunnen worden. Dit kan eventueel ook in regionaal verband afgestemd worden.
  • Zet het onderwerp periodiek op de politieke agenda. Bepaal als raad gezamenlijk welke informatiebehoefte er is op het terrein van huisvesting van arbeidsmigranten en ga hierover het gesprek aan met het college. Inventariseer welke informatie nodig is om te kunnen sturen en hoe en met welke frequentie deze informatie gerapporteerd moet worden. Desgewenst kan er ook nagedacht worden over werkbezoeken aan woon- en werklocaties van arbeidsmigranten, bijvoorbeeld om te onderzoeken hoe arbeidsmigranten het verblijf in de gemeente Uithoorn zelf ervaren.

Organisatie uitvoering Woonbeleid

-

Uitvoering Woonbeleid

-

Prestatieafspraken

-

Samenwerking

  • Blijf regionaal het gesprek aangaan over huisvesting voor arbeidsmigranten. Problemen rond de huisvesting van arbeidsmigranten houden niet op bij de (wederzijdse) gemeentegrenzen. De behoefte aan goede huisvesting blijft groot, waardoor actie in dit stadium noodzakelijk is om de ondernemers binnen de gemeente te ondersteunen op dit terrein. Het is onwenselijk dat iedere gemeente individueel mogelijk opnieuw het wiel uitvindt. Blijf daarom in gesprek met andere gemeenten, wijs elkaar op de verantwoordelijkheden en zoek desgewenst de samenwerking op. Het kan hierbij interessant zijn om bijvoorbeeld een werkbezoek af te leggen bij andere gemeenten – ook buiten de regio Greenport Aalsmeer - om te leren van elkaar.

Nieuwbouw

-

Bestaande bouw

-

Sociale huurwoningen

-

Sociale koopwoningen

-

Koopwoningen

-

Aansluiting vraag en aanbod

-

Doelgroepen

-

Kwantiteit woningvoorraad

-

Kwaliteit woningvoorraad

-

Woonruimteverdeling

-

Doorstroming

-

Prestaties Woonbeleid

-

Resultaat Woonbeleid

-

Effectiviteit Woonbeleid

-

Efficiëntie Woonbeleid

-

Valkenswaard (2021) (2021)

Wet- en regelgeving Woonbeleid

-

Beleid(sdoelen) Woonbeleid

  • Het is belangrijk het huidige beleid voort te zetten en te blijven inzetten op een zo hoog mogelijke realisatie van nieuwbouwplannen en de programmatische aanpak voor volkshuisvesting in Valkenswaard in brede zin.
  • Blijf een actief grond- en bouwbeleid voeren. Bouwtrajecten duren lang. Zorg tijdig dat er ook voor de toekomst bouwlocaties en bouwplannen beschikbaar zijn.
  • Stel gezamenlijk met de stakeholders één gezamenlijk woonvisie op, van waaruit alle partijen werken. Richt een taskforce op die wekelijks tot maandelijks bijeen komt om de situatie en voortgang van bouwplannen te monitoren en de acties te bepalen die nodig zijn om de visie tot uitvoering te brengen. Ook makelaars zouden kunnen deelnemen aan de Taskforce.

Budget

  • Het is aan te bevelen nog extra middelen in te zetten om doorstroming te bevorderen. Een mogelijkheid is bijvoorbeeld om corporatiewoningen uit het goedkopere segment te verkopen. Hierdoor kunnen tegelijkertijd de nu homogene wijken worden omgevormd tot meer heterogene wijken en krijgt de woningcorporatie de beschikking over middelen om nieuwe woningen te bouwen voor starters.

Begroting/Jaarverslag

-

Uitgaven

-

Sturende rol college

  • Blijf ook in trajecten van projectontwikkelaars alle mogelijkheden en kansen benutten. Blijf met hen in gesprek. Maak (waar mogelijk) afspraken en stel voorwaarden zodat nieuwbouwprojecten ten gunste komen van starters. De gemeente zou hierbij ook aan projectontwikkelaars voorwaarden kunnen stellen om kavelgrootte en inhoud van de woningen tot een maximum te beperken, waardoor het mogelijk is om goedkopere, maar toch kwalitatief goede huizen te bouwen en deze woningen duurzaam beschikbaar te houden voor starters. Zorg in bestemmingsplannen voor ruimte om je doelstellingen te kunnen verwezenlijken.
  • De starterslening is een goed instrument om het tekort te kunnen overbruggen voor starters die net over onvoldoende middelen beschikken. We adviseren de starterslening dan ook voort te zetten. Wel moet de voorwaarde van het maximale aankoopbedrag van het huis dat met de starterslening wordt gekocht (€215.000) worden herzien, zodat deze aansluit bij de huidige situatie op de woningmarkt. Voor dit bedrag is op de huidige woningmarkt in de gemeente Valkenswaard namelijk niet of nauwelijks een huis te koop. Ook moet er veel meer bekendheid gegeven worden over de beschikbaarheid van de starterslening bij de doelgroep.

Kaderstellende rol

  • De starterslening is een goed instrument om het tekort te kunnen overbruggen voor starters die net over onvoldoende middelen beschikken . We adviseren de starterslening dan ook voort te zetten. Wel moet de voorwaarde van het maximale aankoopbedrag van het huis dat met de starterslening wordt gekocht (€215.000) worden herzien, zodat deze aansluit bij de huidige situatie op de woningmarkt. Voor dit bedrag is op de huidige woningmarkt in de gemeente Valkenswaard namelijk niet of nauwelijks een huis te koop. Ook moet er veel meer bekendheid gegeven worden over de beschikbaarheid van de starterslening bij de doelgroep.

Controlerende rol

-

Monitoring

  • Richt een taskforce op die wekelijks tot maandelijks bijeen komt om de situatie en voortgang van bouwplannen te monitoren en de acties te bepalen die nodig zijn om de woonvisie tot uitvoering te brengen. Ook makelaars zouden kunnen deelnemen aan de Taskforce.

Evaluatie/onderzoek

-

Informatievoorziening sturing

-

Informatievoorziening kaderstelling

-

Informatievoorziening controle

-

Organisatie uitvoering Woonbeleid

-

Uitvoering Woonbeleid

  • Het is belangrijk om alle kansen en mogelijkheden die de gemeente heeft aan te grijpen en te benutten. Naast inspanningen gericht op de woningbouw blijft daarbij ook aandacht nodig voor het aantrekkelijk houden van het dorp.
  • Zorg dat ook de makelaars en projectontwikkelaars op de hoogte zijn van de startersregeling, zodat ook zij de doelgroep hierover kunnen informeren.
  • Betrek de doelgroep bij het startersbeleid en informeer hen met regelmaat over wat de gemeente of woningcorporatie doet voor starters op de woningmarkt bijvoorbeeld door het organiseren van bijeenkomsten. Tijdens een dergelijke bijeenkomst kunnen starters worden geïnformeerd over aanstaande projecten in de koop- en de huursector, maar kan ook worden benut voor het informeren van de starters over de starterslening.
  • Door regelmatig met meerdere stakeholders bijeenkomsten te organiseren en contact te hebben met de doelgroep ontstaat een beter en actueel zicht op de groep, welke knelpunten ze ervaren en welke oplossingen wel of niet realistisch worden geacht.
  • Focus niet alleen op de starters die willen huren bij de woningcorporatie, maar ook op de starters die daar niet voor in aanmerking komen maar waarvan de financiële middelen te gering zijn om te kunnen kopen op de huidige woningmarkt. Voer een verkenning uit naar deze groep en zoek samen met de andere stakeholders naar oplossingen voor de knelpunten die zij ervaren.

Prestatieafspraken

  • De toewijzing van ten minste 100 woningen per jaar, moeten ook in de nieuwe prestatieafspraken worden opgenomen. Het is erg cruciaal om starters voldoende kansen te bieden op de woningmarkt.

Samenwerking

  • Blijf ook in trajecten van projectontwikkelaars alle mogelijkheden en kansen benutten. Blijf met hen in gesprek. Maak (waar mogelijk) afspraken en stel voorwaarden zodat nieuwbouwprojecten ten gunste komen van starters. De gemeente zou hierbij ook aan projectontwikkelaars voorwaarden kunnen stellen om kavelgrootte en inhoud van de woningen tot een maximum te beperken, waardoor het mogelijk is om goedkopere, maar toch kwalitatief goede huizen te bouwen en deze woningen duurzaam beschikbaar te houden voor starters. Zorg in bestemmingsplannen voor ruimte om je doelstellingen te kunnen verwezenlijken.
  • Richt een taskforce op die wekelijks tot maandelijks bijeen komt om de situatie en voortgang van bouwplannen te monitoren en de acties te bepalen die nodig zijn om de woonvisie tot uitvoering te brengen. Ook makelaars zouden kunnen deelnemen aan de Taskforce.

Nieuwbouw

-

Bestaande bouw

-

Sociale huurwoningen

-

Sociale koopwoningen

-

Koopwoningen

-

Aansluiting vraag en aanbod

  • Stimuleer doorstroming. In de koopwoningen met een WOZ waarde onder €215.000 wonen redelijk veel woningeigenaren met een midden of hoog inkomen. Door doorstroming binnen deze groep te stimuleren komen deze woningen weer vrij voor starters. In het huidige bouwbeleid worden daarom ook reeds woningen gebouwd voor deze doelgroep om hen te verleiden door te stromen.

Doelgroepen

  • Blijf ook in trajecten van projectontwikkelaars alle mogelijkheden en kansen benutten. Blijf met hen in gesprek. Maak (waar mogelijk) afspraken en stel voorwaarden zodat nieuwbouwprojecten ten gunste komen van starters. De gemeente zou hierbij ook aan projectontwikkelaars voorwaarden kunnen stellen om kavelgrootte en inhoud van de woningen tot een maximum te beperken, waardoor het mogelijk is om goedkopere, maar toch kwalitatief goede huizen te bouwen en deze woningen duurzaam beschikbaar te houden voor starters. Zorg in bestemmingsplannen voor ruimte om je doelstellingen te kunnen verwezenlijken.
  • De starterslening is een goed instrument om het tekort te kunnen overbruggen voor starters die net over onvoldoende middelen beschikken. We adviseren de starterslening dan ook voort te zetten. Wel moet de voorwaarde van het maximale aankoopbedrag van het huis dat met de starterslening wordt gekocht (€215.000) worden herzien, zodat deze aansluit bij de huidige situatie op de woningmarkt. Voor dit bedrag is op de huidige woningmarkt in de gemeente Valkenswaard namelijk niet of nauwelijks een huis te koop. Ook moet er veel meer bekendheid gegeven worden over de beschikbaarheid van de starterslening bij de doelgroep.
  • Stimuleer doorstroming. In de koopwoningen met een WOZ waarde onder €215.000 wonen redelijk veel woningeigenaren met een midden of hoog inkomen. Door doorstroming binnen deze groep te stimuleren komen deze woningen weer vrij voor starters. In het huidige bouwbeleid worden daarom ook reeds woningen gebouwd voor deze doelgroep om hen te verleiden door te stromen.
  • Betrek de doelgroep bij het startersbeleid en informeer hen met regelmaat over wat de gemeente of woningcorporatie doet voor starters op de woningmarkt bijvoorbeeld door het organiseren van bijeenkomsten. Tijdens een dergelijke bijeenkomst kunnen starters worden geïnformeerd over aanstaande projecten in de koop- en de huursector, maar kan ook worden benut voor het informeren van de starters over de starterslening.
  • Door regelmatig met meerdere stakeholders bijeenkomsten te organiseren en contact te hebben met de doelgroep ontstaat een beter en actueel zicht op de groep, welke knelpunten ze ervaren en welke oplossingen wel of niet realistisch worden geacht.
  • Focus niet alleen op de starters die willen huren bij de woningcorporatie, maar ook op de starters die daar niet voor in aanmerking komen maar waarvan de financiële middelen te gering zijn om te kunnen kopen op de huidige woningmarkt. Voer een verkenning uit naar deze groep en zoek samen met de andere stakeholders naar oplossingen voor de knelpunten die zij ervaren.

Kwantiteit woningvoorraad

  • Houd in de bestaande woningvoorraad voortdurend aandacht voor de mogelijkheden om winkels, bedrijfspanden of maatschappelijk vastgoed te transformeren naar woonruimte. Denk hierbij ook aan opties als woningsplitsing van bestaande woningen of het realiseren van mantelzorgwoningen met het oog op toekomstige mantelzorg, waarbij tegelijkertijd een woonoplossing ontstaat voor zowel de ouderen als voor starters.

Kwaliteit woningvoorraad

-

Woonruimteverdeling

-

Doorstroming

  • Stimuleer doorstroming. In de koopwoningen met een WOZ waarde onder €215.000 wonen redelijk veel woningeigenaren met een midden of hoog inkomen. Door doorstroming binnen deze groep te stimuleren komen deze woningen weer vrij voor starters. In het huidige bouwbeleid worden daarom ook reeds woningen gebouwd voor deze doelgroep om hen te verleiden door te stromen.
  • Het is aan te bevelen nog extra middelen in te zetten om doorstroming te bevorderen. Een mogelijkheid is bijvoorbeeld om corporatiewoningen uit het goedkopere segment te verkopen. Hierdoor kunnen tegelijkertijd de nu homogene wijken worden omgevormd tot meer heterogene wijken en krijgt de woningcorporatie de beschikking over middelen om nieuwe woningen te bouwen voor starters.

Prestaties Woonbeleid

-

Resultaat Woonbeleid

-

Effectiviteit Woonbeleid

-

Efficiëntie Woonbeleid

-

Veenendaal (2019) (2019)

Wet- en regelgeving Woonbeleid

-

Beleid(sdoelen) Woonbeleid

-

Budget

-

Begroting/Jaarverslag

-

Uitgaven

-

Sturende rol college

  • Vergroten inzet op aanpak kwaliteit bestaande woningvoorraad.
    Het overgrote deel van de woningvoorraad bestaat uit koopwoningen. De sturingsmogelijkheden om deze woningen kwalitatief te verbeteren (energetisch en levensloopgeschiktheid) zijn voor de gemeente beperkt. Daarom doet de Rekenkamercommissie de aanbeveling om nog meer in te zetten op stimuleringsmogelijkheden richting particuliere woningeigenaren. Financiële stimulansen hebben daarbij vaak een groter effect dan informatievoorziening. In den lande wordt met diverse maatregelen geëxperimenteerd, zoals het financieren van duurzaamheidsmaatregelen via een erfpachtconstructie, leasecontracten voor zonnepanelen of het actief benaderen van VvE’s.

Kaderstellende rol

  • Vergroten inzet op aanpak kwaliteit bestaande woningvoorraad.
    Het overgrote deel van de woningvoorraad bestaat uit koopwoningen. De sturingsmogelijkheden om deze woningen kwalitatief te verbeteren (energetisch en levensloopgeschiktheid) zijn voor de gemeente beperkt. Daarom doet de Rekenkamercommissie de aanbeveling om nog meer in te zetten op stimuleringsmogelijkheden richting particuliere woningeigenaren. Financiële stimulansen hebben daarbij vaak een groter effect dan informatievoorziening. In den lande wordt met diverse maatregelen geëxperimenteerd, zoals het financieren van duurzaamheidsmaatregelen via een erfpachtconstructie, leasecontracten voor zonnepanelen of het actief benaderen van VvE’s.
  • Keuze maken over stedelijke identiteit van Veenendaal.
    De Rekenkamercommissie doet de aanbeveling aan de raad om de komende periode tot een goed onderbouwde keuze te komen over de ontwikkelingsrichting (en daarmee de stedelijke identiteit) van Veenendaal, gelet op het beperkte oppervlak en de grote woningbehoefte. Bouwen binnen de eigen gemeentegrenzen betekent dat er meer verdicht zal moeten worden en de nadruk zal liggen op gestapelde bouw voor kleine huishoudens. Inzetten op aantrekkelijkheid voor gezinnen betekent dat er een aanzienlijk aandeel grondgebonden woningen in de nieuwbouwprogrammering moet worden opgenomen. Daarvoor zou afstemming gezocht moeten worden met Provincie en regiogemeenten, gezien het gebrek aan grote uitleglocaties.

Controlerende rol

-

Monitoring

-

Evaluatie/onderzoek

  • Evaluatie van ingezette instrumenten en oorspronkelijke doelstellingen.
    In de evaluaties van de woonvisie wordt regelmatig beschreven in hoeverre de ingezette instrumenten zijn uitgevoerd (marketingcampagne, opstellen Nota Ouderenhuisvesting), terwijl de mate waarin het oorspronkelijke doel is bereikt (aantal vestigers dat in Veenendaal is komen wonen, aantal gerealiseerde levensloopgeschikte woningen) soms onvermeld blijft. De Rekenkamercommissie doet de aanbeveling om bij toekomstige evaluaties ook de ontwikkeling van deze onderliggende doelstellingen inzichtelijk te maken, zodat voor de raad helder wordt in hoeverre de doelstellingen uit het beleid zijn behaald.

Informatievoorziening sturing

-

Informatievoorziening kaderstelling

-

Informatievoorziening controle

-

Organisatie uitvoering Woonbeleid

-

Uitvoering Woonbeleid

  • Nieuwe woningbouwinitiatieven scherper op kwaliteitscriteria toetsen.
    De gemeente heeft in de afgelopen jaren de opgestelde kwaliteitscriteria voor nieuwbouw slechts beperkt toegepast, om de nieuwbouwproductie in de crisistijd op gang te houden. Inmiddels is de woningmarkt sterk aangetrokken en is er bij ontwikkelaars veel interesse voor woningbouw in Veenendaal. Daarmee valt er voor de gemeente wat te kiezen. De Rekenkamercommissie doet de aanbeveling om daarom bij de toetsing van nieuwe initiatieven de kwaliteitsambities (o.a. op het gebied van duurzaamheid, levensloopgeschiktheid, minimale huurperiode) zwaarder mee te laten wegen bij het al dan niet medewerking verlenen aan nieuwe woningbouwinitiatieven."

Prestatieafspraken

  • Overleg over inhoudelijke discussiepunten met corporaties.
    Over het algemeen zijn de verhoudingen tussen gemeente en de woningcorporaties zeer goed. Op een aantal inhoudelijke punten zijn er verschillende inzichten, zoals bij het terugdringen van de goedkope scheefheid, de haalbaarheid van de duurzaamheidsambities en de benodigde hoeveelheid sociale huur. De Rekenkamercommissie doet de aanbeveling om in gezamenlijk overleg met de corporaties te kijken hoe de verschillen van inzicht kunnen worden overbrugd, zodat op deze punten de komende jaren concrete afspraken gemaakt kunnen worden.

Samenwerking

  • Overleg over inhoudelijke discussiepunten met corporaties.
    Over het algemeen zijn de verhoudingen tussen gemeente en de woningcorporaties zeer goed. Op een aantal inhoudelijke punten zijn er verschillende inzichten, zoals bij het terugdringen van de goedkope scheefheid, de haalbaarheid van de duurzaamheidsambities en de benodigde hoeveelheid sociale huur. De Rekenkamercommissie doet de aanbeveling om in gezamenlijk overleg met de corporaties te kijken hoe de verschillen van inzicht kunnen worden overbrugd, zodat op deze punten de komende jaren concrete afspraken gemaakt kunnen worden.
  • Keuze maken over stedelijke identiteit van Veenendaal.
    De Rekenkamercommissie doet de aanbeveling aan de raad om de komende periode tot een goed onderbouwde keuze te komen over de ontwikkelingsrichting (en daarmee de stedelijke identiteit) van Veenendaal, gelet op het beperkte oppervlak en de grote woningbehoefte. Bouwen binnen de eigen gemeentegrenzen betekent dat er meer verdicht zal moeten worden en de nadruk zal liggen op gestapelde bouw voor kleine huishoudens. Inzetten op aantrekkelijkheid voor gezinnen betekent dat er een aanzienlijk aandeel grondgebonden woningen in de nieuwbouwprogrammering moet worden opgenomen. Daarvoor zou afstemming gezocht moeten worden met Provincie en regiogemeenten, gezien het gebrek aan grote uitleglocaties.

Nieuwbouw

  • Nieuwe woningbouwinitiatieven scherper op kwaliteitscriteria toetsen.
    De gemeente heeft in de afgelopen jaren de opgestelde kwaliteitscriteria voor nieuwbouw slechts beperkt toegepast, om de nieuwbouwproductie in de crisistijd op gang te houden. Inmiddels is de woningmarkt sterk aangetrokken en is er bij ontwikkelaars veel interesse voor woningbouw in Veenendaal. Daarmee valt er voor de gemeente wat te kiezen. De Rekenkamercommissie doet de aanbeveling om daarom bij de toetsing van nieuwe initiatieven de kwaliteitsambities (o.a. op het gebied van duurzaamheid, levensloopgeschiktheid, minimale huurperiode) zwaarder mee te laten wegen bij het al dan niet medewerking verlenen aan nieuwe woningbouwinitiatieven.
  • Keuze maken over stedelijke identiteit van Veenendaal.
    De Rekenkamercommissie doet de aanbeveling aan de raad om de komende periode tot een goed onderbouwde keuze te komen over de ontwikkelingsrichting (en daarmee de stedelijke identiteit) van Veenendaal, gelet op het beperkte oppervlak en de grote woningbehoefte. Bouwen binnen de eigen gemeentegrenzen betekent dat er meer verdicht zal moeten worden en de nadruk zal liggen op gestapelde bouw voor kleine huishoudens. Inzetten op aantrekkelijkheid voor gezinnen betekent dat er een aanzienlijk aandeel grondgebonden woningen in de nieuwbouwprogrammering moet worden opgenomen. Daarvoor zou afstemming gezocht moeten worden met Provincie en regiogemeenten, gezien het gebrek aan grote uitleglocaties.

Bestaande bouw

-

Sociale huurwoningen

-

Sociale koopwoningen

-

Koopwoningen

-

Aansluiting vraag en aanbod

  • Keuze maken over stedelijke identiteit van Veenendaal.
    De Rekenkamercommissie doet de aanbeveling aan de raad om de komende periode tot een goed onderbouwde keuze te komen over de ontwikkelingsrichting (en daarmee de stedelijke identiteit) van Veenendaal, gelet op het beperkte oppervlak en de grote woningbehoefte. Bouwen binnen de eigen gemeentegrenzen betekent dat er meer verdicht zal moeten worden en de nadruk zal liggen op gestapelde bouw voor kleine huishoudens. Inzetten op aantrekkelijkheid voor gezinnen betekent dat er een aanzienlijk aandeel grondgebonden woningen in de nieuwbouwprogrammering moet worden opgenomen. Daarvoor zou afstemming gezocht moeten worden met Provincie en regiogemeenten, gezien het gebrek aan grote uitleglocaties.

Doelgroepen

-

Kwantiteit woningvoorraad

-

Kwaliteit woningvoorraad

  • Vergroten inzet op aanpak kwaliteit bestaande woningvoorraad.
    Het overgrote deel van de woningvoorraad bestaat uit koopwoningen. De sturingsmogelijkheden om deze woningen kwalitatief te verbeteren (energetisch en levensloopgeschiktheid) zijn voor de gemeente beperkt. Daarom doet de Rekenkamercommissie de aanbeveling om nog meer in te zetten op stimuleringsmogelijkheden richting particuliere woningeigenaren. Financiële stimulansen hebben daarbij vaak een groter effect dan informatievoorziening. In den lande wordt met diverse maatregelen geëxperimenteerd, zoals het financieren van duurzaamheidsmaatregelen via een erfpachtconstructie, leasecontracten voor zonnepanelen of het actief benaderen van VvE’s.

Woonruimteverdeling

-

Doorstroming

-

Prestaties Woonbeleid

  • Evaluatie van ingezette instrumenten en oorspronkelijke doelstellingen.
    In de evaluaties van de woonvisie wordt regelmatig beschreven in hoeverre de ingezette instrumenten zijn uitgevoerd (marketingcampagne, opstellen Nota Ouderenhuisvesting), terwijl de mate waarin het oorspronkelijke doel is bereikt (aantal vestigers dat in Veenendaal is komen wonen, aantal gerealiseerde levensloopgeschikte woningen) soms onvermeld blijft. De Rekenkamercommissie doet de aanbeveling om bij toekomstige evaluaties ook de ontwikkeling van deze onderliggende doelstellingen inzichtelijk te maken, zodat voor de raad helder wordt in hoeverre de doelstellingen uit het beleid zijn behaald.

Resultaat Woonbeleid

  • Evaluatie van ingezette instrumenten en oorspronkelijke doelstellingen.
    In de evaluaties van de woonvisie wordt regelmatig beschreven in hoeverre de ingezette instrumenten zijn uitgevoerd (marketingcampagne, opstellen Nota Ouderenhuisvesting), terwijl de mate waarin het oorspronkelijke doel is bereikt (aantal vestigers dat in Veenendaal is komen wonen, aantal gerealiseerde levensloopgeschikte woningen) soms onvermeld blijft. De Rekenkamercommissie doet de aanbeveling om bij toekomstige evaluaties ook de ontwikkeling van deze onderliggende doelstellingen inzichtelijk te maken, zodat voor de raad helder wordt in hoeverre de doelstellingen uit het beleid zijn behaald.

Effectiviteit Woonbeleid

  • Evaluatie van ingezette instrumenten en oorspronkelijke doelstellingen.
    In de evaluaties van de woonvisie wordt regelmatig beschreven in hoeverre de ingezette instrumenten zijn uitgevoerd (marketingcampagne, opstellen Nota Ouderenhuisvesting), terwijl de mate waarin het oorspronkelijke doel is bereikt (aantal vestigers dat in Veenendaal is komen wonen, aantal gerealiseerde levensloopgeschikte woningen) soms onvermeld blijft. De Rekenkamercommissie doet de aanbeveling om bij toekomstige evaluaties ook de ontwikkeling van deze onderliggende doelstellingen inzichtelijk te maken, zodat voor de raad helder wordt in hoeverre de doelstellingen uit het beleid zijn behaald.

Efficiëntie Woonbeleid

-

Veenendaal (2020) (2020)

Wet- en regelgeving Woonbeleid

-

Beleid(sdoelen) Woonbeleid

-

Budget

-

Begroting/Jaarverslag

-

Uitgaven

-

Sturende rol college

-

Kaderstellende rol

-

Controlerende rol

-

Monitoring

-

Evaluatie/onderzoek

-

Informatievoorziening sturing

-

Informatievoorziening kaderstelling

-

Informatievoorziening controle

-

Organisatie uitvoering Woonbeleid

-

Uitvoering Woonbeleid

-

Prestatieafspraken

-

Samenwerking

-

Nieuwbouw

-

Bestaande bouw

-

Sociale huurwoningen

-

Sociale koopwoningen

-

Koopwoningen

-

Aansluiting vraag en aanbod

-

Doelgroepen

-

Kwantiteit woningvoorraad

-

Kwaliteit woningvoorraad

-

Woonruimteverdeling

-

Doorstroming

-

Prestaties Woonbeleid

-

Resultaat Woonbeleid

-

Effectiviteit Woonbeleid

-

Efficiëntie Woonbeleid

-

Veldhoven (2020) (2020)

Wet- en regelgeving Woonbeleid

-

Beleid(sdoelen) Woonbeleid

Gemeenteraad:

  • Vraag aan het college om een lichte actualisering van de woonvisie.
  • Vraag aan het college om een jaarlijks uitvoeringsprogramma woonbeleid en combineer het eerste uitvoeringsprogramma eventueel met de geactualiseerde woonvisie.
  • Vraag aan het college bij de actualisering van de woonvisie ook aan te geven op welke wijze de wijkgerichte benadering inhoud krijgt.
    College en ambtelijke organisatie:
  • Geef -eventueel bij de actualisering van de woonvisie- explicieter aan welke instrumenten in welke situatie ter realisering van het woonbeleid worden ingezet, mede in het licht van de eigen gemeentelijke rolopvatting.
  • Zoek actief naar de mogelijkheden om per locatie te differentiëren in de verschillende eisen en belangen en zorg ervoor dat in totaliteit de ambities uit de woonvisie worden gerealiseerd.

Budget

-

Begroting/Jaarverslag

-

Uitgaven

-

Sturende rol college

College en ambtelijke organisatie:

  • Geef -eventueel bij de actualisering van de woonvisie- explicieter aan welke instrumenten in welke situatie ter realisering van het woonbeleid worden ingezet, mede in het licht van de eigen gemeentelijke rolopvatting.
  • Zoek actief naar de mogelijkheden om per locatie te differentiëren in de verschillende eisen en belangen en zorg ervoor dat in totaliteit de ambities uit de woonvisie worden gerealiseerd.

Kaderstellende rol

Gemeenteraad:

  • Vraag aan het college om een lichte actualisering van de woonvisie.
  • Vraag aan het college om een jaarlijks uitvoeringsprogramma woonbeleid en combineer het eerste uitvoeringsprogramma eventueel met de geactualiseerde woonvisie.
  • Vraag aan het college bij de actualisering van de woonvisie ook aan te geven op welke wijze de wijkgerichte benadering Ínhoud krijgt.

Controlerende rol

-

Monitoring

-

Evaluatie/onderzoek

-

Informatievoorziening sturing

-

Informatievoorziening kaderstelling

-

Informatievoorziening controle

-

Organisatie uitvoering Woonbeleid

Gemeenteraad:

  • Vraag aan het college om een jaarlijks uitvoeringsprogramma woonbeleid en combineer het eerste uitvoeringsprogramma eventueel met de geactualiseerde woonvisie.
  • Vraag aan het college bij de actualisering van de woonvisie ook aan te geven op welke wijze de wijkgerichte benadering inhoud krijgt.
    College en ambtelijke organisatie:
  • Geef -eventueel bij de actualisering van de woonvisie- explicieter aan welke instrumenten in welke situatie ter realisering van het woonbeleid worden ingezet, mede in het licht van de eigen gemeentelijke rolopvatting.

Uitvoering Woonbeleid

College en ambtelijke organisatie:

  • Zoek actief naar de mogelijkheden om per locatie te differentiëren in de verschillende eisen en belangen en zorg ervoor dat in totaliteit de ambities uit de woonvisie worden gerealiseerd.

Prestatieafspraken

-

Samenwerking

College en ambtelijke organisatie:

  • Zet de actieve en constructieve samenwerking in het stedelijk gebied (SGE) en met de locale partners door en geef ruimte aan de partners om de beoogde doelstellingen te realiseren.

Nieuwbouw

-

Bestaande bouw

-

Sociale huurwoningen

-

Sociale koopwoningen

-

Koopwoningen

-

Aansluiting vraag en aanbod

-

Doelgroepen

-

Kwantiteit woningvoorraad

-

Kwaliteit woningvoorraad

-

Woonruimteverdeling

-

Doorstroming

-

Prestaties Woonbeleid

-

Resultaat Woonbeleid

-

Effectiviteit Woonbeleid

-

Efficiëntie Woonbeleid

-

Venlo (2021) (2021)

Wet- en regelgeving Woonbeleid

-

Beleid(sdoelen) Woonbeleid

  • Verbreed de woonvisie.
  • Formuleer duidelijke doelstellingen en keuzes in de Woonvisie.
  • Heroverweeg de relatie tussen de Woonvisie en het Uitvoeringsprogramma en geef de raad hierin zijn rol.
  • Koppel de doelstellingen systematisch aan de stadsdelen en dorpen.
  • Overweeg om van woonbeleid een integraal gemeentelijk thema te maken.

Budget

-

Begroting/Jaarverslag

-

Uitgaven

-

Sturende rol college

  • Heroverweeg de relatie tussen de Woonvisie en het Uitvoeringsprogramma en geef de raad hierin zijn rol.
  • Overweeg om van woonbeleid een integraal gemeentelijk thema te maken.
  • Neem de inhoud mee naar de regio.
  • Zoek als ‘lokale driehoek’ (college, woningcorporaties en HBV) in de prestatieafspraken meer de scherpte en ‘onderhandeling’ op.

Kaderstellende rol

  • Heroverweeg de relatie tussen de Woonvisie en het Uitvoeringsprogramma en geef de raad hierin zijn rol.

Controlerende rol

-

Monitoring

  • Stel een openbare monitor van het woonbeleid op.

Evaluatie/onderzoek

-

Informatievoorziening sturing

-

Informatievoorziening kaderstelling

  • Richt een online dossier in over woonbeleid.

Informatievoorziening controle

  • Informeer de gemeenteraad over de (al dan niet) geboekte resultaten van de prestatieafspraken, tegelijk met het toezenden van de nieuwe overeenkomst.
  • Richt een online dossier in over woonbeleid.

Organisatie uitvoering Woonbeleid

  • Heroverweeg de relatie tussen de Woonvisie en het Uitvoeringsprogramma en geef de raad hierin zijn rol.
  • Overweeg om van woonbeleid een integraal gemeentelijk thema te maken

Uitvoering Woonbeleid

-

Prestatieafspraken

  • Zoek als ‘lokale driehoek’ (college, woningcorporaties en HBV) in de prestatieafspraken meer de scherpte en ‘onderhandeling’ op.
  • Overweeg samen met woningcorporaties en HBV te kiezen voor meerjarige prestatieafspraken.

Samenwerking

  • Overweeg samen met woningcorporaties en HBV te kiezen voor meerjarige prestatieafspraken.
  • Overleg met de HBV hoe zij in hun (wettelijke rol) beter kan worden gefaciliteerd.

Nieuwbouw

-

Bestaande bouw

-

Sociale huurwoningen

-

Sociale koopwoningen

-

Koopwoningen

-

Aansluiting vraag en aanbod

-

Doelgroepen

-

Kwantiteit woningvoorraad

-

Kwaliteit woningvoorraad

-

Woonruimteverdeling

-

Doorstroming

-

Prestaties Woonbeleid

-

Resultaat Woonbeleid

  • Informeer de gemeenteraad over de (al dan niet) geboekte resultaten van de prestatieafspraken, tegelijk met het toezenden van de nieuwe overeenkomst.

Effectiviteit Woonbeleid

-

Efficiëntie Woonbeleid

-

Voorst (2015) (2015)

Wet- en regelgeving Woonbeleid

-

Beleid(sdoelen) Woonbeleid

  • College, wees u bewust van het gewijzigde speelveld van de woningcorporatie. Stel uw verwachtingen bij wat betreft het takenpakket van de woningcorporatie en laat u informeren over de financiële ruimte van de woningcorporatie. Benut dit inzicht bij het maken van nieuwe, heldere prestatieafspraken die aansluiten bij het gemeentelijke woonbeleid.
  • College, zorg in de nieuwe woonvisie en de nieuwe prestatieafspraken voor een goede lokale borging van de wettelijk versterkte belangen van huurders in het sociale woonbeleid.
  • Gemeenteraad, geef in de nieuwe woonvisie ook kaders mee voor de prestatieafspraken die het college met de woningcorporatie maakt. Houd daarbij rekening met het gewijzigde speelveld van de woningcorporatie.

Budget

-

Begroting/Jaarverslag

-

Uitgaven

-

Sturende rol college

  • College, wees u bewust van het gewijzigde speelveld van de woningcorporatie. Stel uw verwachtingen bij wat betreft het takenpakket van de woningcorporatie en laat u informeren over de financiële ruimte van de woningcorporatie. Benut dit inzicht bij het maken van nieuwe, heldere prestatieafspraken die aansluiten bij het gemeentelijke woonbeleid.
  • College, zorg in de nieuwe woonvisie en de nieuwe prestatieafspraken voor een goede lokale borging van de wettelijk versterkte belangen van huurders in het sociale woonbeleid.
  • College, investeer in verder herstel van de vertrouwensrelatie met IJsseldal Wonen. Succesvolle samenwerking begint met wederzijds vertrouwen.
  • College, zorg ervoor dat monitoring en evaluatie onderdeel is van de prestatieafspraken. Maak ook goede afspraken over hoe te handelen wanneer zich wijzigingen voordoen en bijstelling van de afspraken nodig is. Monitoring en evaluatie faciliteren de gemeenteraad in zijn controlerende en kaderstellende taak. Bovendien zorgen monitoring en evaluatie voor transparant bestuur en doelgerichte samenwerking met de woningcorporatie.

Kaderstellende rol

  • Gemeenteraad, geef in de nieuwe woonvisie ook kaders mee voor de prestatieafspraken die het college met de woningcorporatie maakt. Houd daarbij rekening met het gewijzigde speelveld van de woningcorporatie.
  • College, zorg ervoor dat monitoring en evaluatie onderdeel is van de prestatieafspraken. Maak ook goede afspraken over hoe te handelen wanneer zich wijzigingen voordoen en bijstelling van de afspraken nodig is. Monitoring en evaluatie faciliteren de gemeenteraad in zijn controlerende en kaderstellende taak. Bovendien zorgen monitoring en evaluatie voor transparant bestuur en doelgerichte samenwerking met de woningcorporatie.
  • Gemeenteraad, benut daarnaast de mogelijkheid om het college schriftelijke vragen te stellen. Passend gebruik van dit instrument faciliteert uw raad eveneens in zijn controlerende en kaderstellende taak.

Controlerende rol

  • College, zorg ervoor dat monitoring en evaluatie onderdeel is van de prestatieafspraken. Maak ook goede afspraken over hoe te handelen wanneer zich wijzigingen voordoen en bijstelling van de afspraken nodig is. Monitoring en evaluatie faciliteren de gemeenteraad in zijn controlerende en kaderstellende taak. Bovendien zorgen monitoring en evaluatie voor transparant bestuur en doelgerichte samenwerking met de woningcorporatie.
  • Gemeenteraad, houd bij of het college de afspraken met uw raad over monitoring en evaluatie nakomt. Spreek het college aan op het niet nakomen van deze afspraken.
  • Gemeenteraad, benut daarnaast de mogelijkheid om het college schriftelijke vragen te stellen. Passend gebruik van dit instrument faciliteert uw raad eveneens in zijn controlerende en kaderstellende taak.

Monitoring

  • College, zorg ervoor dat monitoring en evaluatie onderdeel is van de prestatieafspraken. Maak ook goede afspraken over hoe te handelen wanneer zich wijzigingen voordoen en bijstelling van de afspraken nodig is. Monitoring en evaluatie faciliteren de gemeenteraad in zijn controlerende en kaderstellende taak. Bovendien zorgen monitoring en evaluatie voor transparant bestuur en doelgerichte samenwerking met de woningcorporatie.
  • Gemeenteraad, houd bij of het college de afspraken met uw raad over monitoring en evaluatie nakomt. Spreek het college aan op het niet nakomen van deze afspraken.

Evaluatie/onderzoek

  • College, zorg ervoor dat monitoring en evaluatie onderdeel is van de prestatieafspraken. Maak ook goede afspraken over hoe te handelen wanneer zich wijzigingen voordoen en bijstelling van de afspraken nodig is. Monitoring en evaluatie faciliteren de gemeenteraad in zijn controlerende en kaderstellende taak. Bovendien zorgen monitoring en evaluatie voor transparant bestuur en doelgerichte samenwerking met de woningcorporatie.
  • Gemeenteraad, houd bij of het college de afspraken met uw raad over monitoring en evaluatie nakomt. Spreek het college aan op het niet nakomen van deze afspraken.

Informatievoorziening sturing

-

Informatievoorziening kaderstelling

  • College, zorg ervoor dat monitoring en evaluatie onderdeel is van de prestatieafspraken. Maak ook goede afspraken over hoe te handelen wanneer zich wijzigingen voordoen en bijstelling van de afspraken nodig is. Monitoring en evaluatie faciliteren de gemeenteraad in zijn controlerende en kaderstellende taak. Bovendien zorgen monitoring en evaluatie voor transparant bestuur en doelgerichte samenwerking met de woningcorporatie.

Informatievoorziening controle

  • College, zorg ervoor dat monitoring en evaluatie onderdeel is van de prestatieafspraken. Maak ook goede afspraken over hoe te handelen wanneer zich wijzigingen voordoen en bijstelling van de afspraken nodig is. Monitoring en evaluatie faciliteren de gemeenteraad in zijn controlerende en kaderstellende taak. Bovendien zorgen monitoring en evaluatie voor transparant bestuur en doelgerichte samenwerking met de woningcorporatie.

Organisatie uitvoering Woonbeleid

-

Uitvoering Woonbeleid

-

Prestatieafspraken

  • College, wees u bewust van het gewijzigde speelveld van de woningcorporatie. Stel uw verwachtingen bij wat betreft het takenpakket van de woningcorporatie en laat u informeren over de financiële ruimte van de woningcorporatie. Benut dit inzicht bij het maken van nieuwe, heldere prestatieafspraken die aansluiten bij het gemeentelijke woonbeleid.
  • College, zorg in de nieuwe woonvisie en de nieuwe prestatieafspraken voor een goede lokale borging van de wettelijk versterkte belangen van huurders in het sociale woonbeleid.
  • Gemeenteraad, geef in de nieuwe woonvisie ook kaders mee voor de prestatieafspraken die het college met de woningcorporatie maakt. Houd daarbij rekening met het gewijzigde speelveld van de woningcorporatie.

Samenwerking

  • College, investeer in verder herstel van de vertrouwensrelatie met IJsseldal Wonen. Succesvolle samenwerking begint met wederzijds vertrouwen.
  • College, zorg ervoor dat monitoring en evaluatie onderdeel is van de prestatieafspraken. Maak ook goede afspraken over hoe te handelen wanneer zich wijzigingen voordoen en bijstelling van de afspraken nodig is. Monitoring en evaluatie faciliteren de gemeenteraad in zijn controlerende en kaderstellende taak. Bovendien zorgen monitoring en evaluatie voor transparant bestuur en doelgerichte samenwerking met de woningcorporatie.

Nieuwbouw

-

Bestaande bouw

-

Sociale huurwoningen

-

Sociale koopwoningen

-

Koopwoningen

-

Aansluiting vraag en aanbod

-

Doelgroepen

-

Kwantiteit woningvoorraad

-

Kwaliteit woningvoorraad

-

Woonruimteverdeling

-

Doorstroming

-

Prestaties Woonbeleid

-

Resultaat Woonbeleid

-

Effectiviteit Woonbeleid

-

Efficiëntie Woonbeleid

-

Zaanstad (2020) (2020)

Wet- en regelgeving Woonbeleid

-

Beleid(sdoelen) Woonbeleid

  • Formuleer doelen scherper: Zowel het hoofddoel van het woonbeleid als de tussendoelen kunnen concreter geformuleerd worden.
  • Formuleer prestaties en indicatoren scherper: In prestatiedoelstellingen dient te worden vastgelegd wat er van wie wordt verwacht.
  • Maak duidelijker wat de gemeente doet: Zowel bij de geformuleerde prestaties als de indicatoren moet er meer zicht komen op de eigen inspanningen van de gemeente.

Budget

-

Begroting/Jaarverslag

-

Uitgaven

-

Sturende rol college

  • Maak duidelijker wat de gemeente doet: Zowel bij de geformuleerde prestaties als de indicatoren moet er meer zicht komen op de eigen inspanningen van de gemeente.
  • Probeer de grip op de particuliere voorraad te vergroten: Op grond van de geconstateerde problemen is het wenselijk dat de gemeente meer grip krijgt op het particuliere deel van de woningvoorraad.

Kaderstellende rol

  • Maak duidelijker wat de gemeente doet: Zowel bij de geformuleerde prestaties als de indicatoren moet er meer zicht komen op de eigen inspanningen van de gemeente.
  • Probeer de grip op de particuliere voorraad te vergroten: Op grond van de geconstateerde problemen is het wenselijk dat de gemeente meer grip krijgt op het particuliere deel van de woningvoorraad.

Controlerende rol

-

Monitoring

-

Evaluatie/onderzoek

-

Informatievoorziening sturing

-

Informatievoorziening kaderstelling

-

Informatievoorziening controle

-

Organisatie uitvoering Woonbeleid

  • Maak duidelijker wat de gemeente doet: Zowel bij de geformuleerde prestaties als de indicatoren moet er meer zicht komen op de eigen inspanningen van de gemeente.
  • Probeer de grip op de particuliere voorraad te vergroten: Op grond van de geconstateerde problemen is het wenselijk dat de gemeente meer grip krijgt op het particuliere deel van de woningvoorraad.

Uitvoering Woonbeleid

-

Prestatieafspraken

-

Samenwerking

-

Nieuwbouw

-

Bestaande bouw

-

Sociale huurwoningen

-

Sociale koopwoningen

-

Koopwoningen

-

Aansluiting vraag en aanbod

-

Doelgroepen

-

Kwantiteit woningvoorraad

-

Kwaliteit woningvoorraad

-

Woonruimteverdeling

-

Doorstroming

-

Prestaties Woonbeleid

-

Resultaat Woonbeleid

-

Effectiviteit Woonbeleid

-

Efficiëntie Woonbeleid

-

Zeist (2018) (2018)

Wet- en regelgeving Woonbeleid

-

Beleid(sdoelen) Woonbeleid

  • Gemeenteraad en college, bepaal met elkaar het belang en de positie van het woonbeleid en uitvoering daarvan in Zeist. Richt hierbij een gezamenlijke agenda van zowel de gemeenteraad als het college in. Denk hierbij aan het organiseren van raadsbijeenkomsten over ambities en realisatie in het woonbeleid en de prestatieafspraken. Maar ook andere relevante instrumenten waarmee ambities op het gebied van wonen gerealiseerd kunnen worden. Nodig hierbij belangrijke spelers (als corporaties, inwoners etc.) uit en ga met elkaar het gesprek aan. Maar denk bijvoorbeeld ook aan de rol van de gemeenteraad bij interactieve projecten om tot een woonvisie te komen en de rol van de gemeenteraad in concrete woningbouwprojecten.
  • Gemeenteraad en college, zorg ervoor dat uitgangspunten en kaders uit de woonvisie (maar ook andere documenten) een vertaling krijgen bij het maken van de prestatieafspraken. Hierdoor kan achteraf de doeltreffendheid en doelmatigheid van de realisatie van de prestatieafspraken beter vastgesteld worden. Rapporteer over de inhoudelijke realisatie daarvan aan de gemeenteraad. Bouw voorafgaand aan de start van het maken van prestatieafspraken evaluatiemomenten in.

Budget

-

Begroting/Jaarverslag

-

Uitgaven

-

Sturende rol college

  • Gemeenteraad en college, bepaal met elkaar het belang en de positie van het woonbeleid en uitvoering daarvan in Zeist. Richt hierbij een gezamenlijke agenda van zowel de gemeenteraad als het college in. Denk hierbij aan het organiseren van raadsbijeenkomsten over ambities en realisatie in het woonbeleid en de prestatieafspraken. Maar ook andere relevante instrumenten waarmee ambities op het gebied van wonen gerealiseerd kunnen worden. Nodig hierbij belangrijke spelers (als corporaties, inwoners etc.) uit en ga met elkaar het gesprek aan. Maar denk bijvoorbeeld ook aan de rol van de gemeenteraad bij interactieve projecten om tot een woonvisie te komen en de rol van de gemeenteraad in concrete woningbouwprojecten.
  • Gemeenteraad en college, zorg ervoor dat het proces om te komen tot prestatieafspraken niet te complex wordt. Dit brengt een risico met zich mee voor de uitvoerbaarheid van dit proces.
  • Gemeenteraad en college, zorg ervoor dat uitgangspunten en kaders uit de woonvisie (maar ook andere documenten) een vertaling krijgen bij het maken van de prestatieafspraken. Hierdoor kan achteraf de doeltreffendheid en doelmatigheid van de realisatie van de prestatieafspraken beter vastgesteld worden. Rapporteer over de inhoudelijke realisatie daarvan aan de gemeenteraad. Bouw voorafgaand aan de start van het maken van prestatieafspraken evaluatiemomenten in.

Kaderstellende rol

  • Gemeenteraad, zet het wonen meer op de raadsagenda.
  • Gemeenteraad en college, bepaal met elkaar het belang en de positie van het woonbeleid en uitvoering daarvan in Zeist. Richt hierbij een gezamenlijke agenda van zowel de gemeenteraad als het college in. Denk hierbij aan het organiseren van raadsbijeenkomsten over ambities en realisatie in het woonbeleid en de prestatieafspraken. Maar ook andere relevante instrumenten waarmee ambities op het gebied van wonen gerealiseerd kunnen worden. Nodig hierbij belangrijke spelers (als corporaties, inwoners etc.) uit en ga met elkaar het gesprek aan. Maar denk bijvoorbeeld ook aan de rol van de gemeenteraad bij interactieve projecten om tot een woonvisie te komen en de rol van de gemeenteraad in concrete woningbouwprojecten.
  • Gemeenteraad en college, zorg ervoor dat het proces om te komen tot prestatieafspraken niet te complex wordt. Dit brengt een risico met zich mee voor de uitvoerbaarheid van dit proces.
  • Gemeenteraad, pak zelf een actievere rol bij het inbrengen van uitgangspunten/kaders voor het maken van prestatieafspraken.
  • Gemeenteraad en college, zorg ervoor dat uitgangspunten en kaders uit de woonvisie (maar ook andere documenten) een vertaling krijgen bij het maken van de prestatieafspraken. Hierdoor kan achteraf de doeltreffendheid en doelmatigheid van de realisatie van de prestatieafspraken beter vastgesteld worden. Rapporteer over de inhoudelijke realisatie daarvan aan de gemeenteraad. Bouw voorafgaand aan de start van het maken van prestatieafspraken evaluatiemomenten in.

Controlerende rol

-

Monitoring

-

Evaluatie/onderzoek

  • Gemeenteraad en college, zorg ervoor dat uitgangspunten en kaders uit de woonvisie (maar ook andere documenten) een vertaling krijgen bij het maken van de prestatieafspraken. Hierdoor kan achteraf de doeltreffendheid en doelmatigheid van de realisatie van de prestatieafspraken beter vastgesteld worden. Rapporteer over de inhoudelijke realisatie daarvan aan de gemeenteraad. Bouw voorafgaand aan de start van het maken van prestatieafspraken evaluatiemomenten in.

Informatievoorziening sturing

-

Informatievoorziening kaderstelling

-

Informatievoorziening controle

  • Gemeenteraad en college, zorg ervoor dat uitgangspunten en kaders uit de woonvisie (maar ook andere documenten) een vertaling krijgen bij het maken van de prestatieafspraken. Hierdoor kan achteraf de doeltreffendheid en doelmatigheid van de realisatie van de prestatieafspraken beter vastgesteld worden. Rapporteer over de inhoudelijke realisatie daarvan aan de gemeenteraad. Bouw voorafgaand aan de start van het maken van prestatieafspraken evaluatiemomenten in.

Organisatie uitvoering Woonbeleid

  • Gemeenteraad en college, zorg ervoor dat het proces om te komen tot prestatieafspraken niet te complex wordt. Dit brengt een risico met zich mee voor de uitvoerbaarheid van dit proces.

Uitvoering Woonbeleid

  • Gemeenteraad en college, zorg ervoor dat het proces om te komen tot prestatieafspraken niet te complex wordt. Dit brengt een risico met zich mee voor de uitvoerbaarheid van dit proces.

Prestatieafspraken

  • Gemeenteraad en college, bepaal met elkaar het belang en de positie van het woonbeleid en uitvoering daarvan in Zeist. Richt hierbij een gezamenlijke agenda van zowel de gemeenteraad als het college in. Denk hierbij aan het organiseren van raadsbijeenkomsten over ambities en realisatie in het woonbeleid en de prestatieafspraken.
  • Gemeenteraad en college, zorg ervoor dat het proces om te komen tot prestatieafspraken niet te complex wordt. Dit brengt een risico met zich mee voor de uitvoerbaarheid van dit proces.
  • Gemeenteraad en college, zorg ervoor dat uitgangspunten en kaders uit de woonvisie (maar ook andere documenten) een vertaling krijgen bij het maken van de prestatieafspraken. Hierdoor kan achteraf de doeltreffendheid en doelmatigheid van de realisatie van de prestatieafspraken beter vastgesteld worden. Rapporteer over de inhoudelijke realisatie daarvan aan de gemeenteraad. Bouw voorafgaand aan de start van het maken van prestatieafspraken evaluatiemomenten in.

Samenwerking

-

Nieuwbouw

-

Bestaande bouw

-

Sociale huurwoningen

-

Sociale koopwoningen

-

Koopwoningen

-

Aansluiting vraag en aanbod

-

Doelgroepen

-

Kwantiteit woningvoorraad

-

Kwaliteit woningvoorraad

-

Woonruimteverdeling

-

Doorstroming

-

Prestaties Woonbeleid

-

Resultaat Woonbeleid

  • Evaluatie van ingezette instrumenten en oorspronkelijke doelstellingen.
    In de evaluaties van de woonvisie wordt regelmatig beschreven in hoeverre de ingezette instrumenten zijn uitgevoerd (marketingcampagne, opstellen Nota Ouderenhuisvesting), terwijl de mate waarin het oorspronkelijke doel is bereikt (aantal vestigers dat in Veenendaal is komen wonen, aantal gerealiseerde levensloopgeschikte woningen) soms onvermeld blijft. De Rekenkamercommissie doet de aanbeveling om bij toekomstige evaluaties ook de ontwikkeling van deze onderliggende doelstellingen inzichtelijk te maken, zodat voor de raad helder wordt in hoeverre de doelstellingen uit het beleid zijn behaald.

Effectiviteit Woonbeleid

  • Gemeenteraad en college, zorg ervoor dat uitgangspunten en kaders uit de woonvisie (maar ook andere documenten) een vertaling krijgen bij het maken van de prestatieafspraken. Hierdoor kan achteraf de doeltreffendheid en doelmatigheid van de realisatie van de prestatieafspraken beter vastgesteld worden. Rapporteer over de inhoudelijke realisatie daarvan aan de gemeenteraad. Bouw voorafgaand aan de start van het maken van prestatieafspraken evaluatiemomenten in.

Efficiëntie Woonbeleid

  • Gemeenteraad en college, zorg ervoor dat uitgangspunten en kaders uit de woonvisie (maar ook andere documenten) een vertaling krijgen bij het maken van de prestatieafspraken. Hierdoor kan achteraf de doeltreffendheid en doelmatigheid van de realisatie van de prestatieafspraken beter vastgesteld worden. Rapporteer over de inhoudelijke realisatie daarvan aan de gemeenteraad. Bouw voorafgaand aan de start van het maken van prestatieafspraken evaluatiemomenten in.

Zwartewaterland (2020) (2020)

Wet- en regelgeving Woonbeleid

-

Beleid(sdoelen) Woonbeleid

  • Zorg als college en raad in het proces om tot een nieuwe woonvisie te komen voor een transparant keuze- of afwegingsmoment, waarin de raad moet benoemen wat wat hem betreft in het licht van de uitkomsten van het woningbehoefteonderzoek de belangrijk- ste beleidsprioriteiten voor het wonen zouden moeten zijn. Politieke voorkeuren en overtuigingen zullen in zo'n debat de interpretatie van de uitkomsten beinvloeden en leiden tot verschillende keuzes voor de toekomst. De raad kan op zo'n moment aangeven aan welke thema's rond wonen meer aandacht uit moet gaan en welke thema's met minder aandacht af kunnen.
  • Overweeg (tegen de achtergrond van het gemeentelijke beleid voor bewonersparticipatie) op welke manier de betrokkenheid van bewoners bij het woonbeleid vergroot kan worden.

Budget

-

Begroting/Jaarverslag

-

Uitgaven

-

Sturende rol college

  • Zorg als college en raad in het proces om tot een nieuwe woonvisie te komen voor een transparant keuze- of afwegingsmoment, waarin de raad moet benoemen wat wat hem betreft in het licht van de uitkomsten van het woningbehoefteonderzoek de belangrijk- ste beleidsprioriteiten voor het wonen zouden moeten zijn. Politieke voorkeuren en overtuigingen zullen in zo'n debat de interpretatie van de uitkomsten beinvloeden en leiden tot verschillende keuzes voor de toekomst. De raad kan op zo'n moment aange- ven aan welke thema's rond wonen meer aandacht uit moet gaan en welke thema's met minder aandacht af kunnen.
  • Stuur bij als de ontwikkelingen op de markt daar tussentijds aanleidíng voor geven. Geef met het oog hierop niet alleen informatie over welke acties zijn uitgevoerd, maar beschrijf ook wat er met die acties bereikt is. Betrek hierbij ook externe partijen met kennis van de lokale woningmarkt, zoals makelaars en de corporatie.
  • Vertaal als college de beleidsprioriteiten in een uitvoeringsprogramma waarin alle thema's die benoemd zijn voldoende aandacht krijgen. ln het huidige uitvoeringsprogramma mist één van de thema's; een volgend uitvoeringsprogramma zou uitvoering moeten geven aan alle prioriteiten die in het woonbeleid gesteld zijn.
  • Ga als college en ambtelijke organisatie door op de ingeslagen lijn van intensievere samenwerking met partners en blijf die ook na vaststelling van de woonvisie actief betrekken.
  • Zorg als college in samenspraak met de raad dat er voor de middellange en lange termijn een duidelijke visie is op de locatie voor de toekomstige woningbouw. Het voorbereiden van een nieuw bouwplan duurt al snel vijf jaar en de gemeente moet daar dus tijdig mee beginnen.

Kaderstellende rol

  • Zorg als college en raad in het proces om tot een nieuwe woonvisie te komen voor een transparant keuze- of afwegingsmoment, waarin de raad moet benoemen wat wat hem betreft in het licht van de uitkomsten van het woningbehoefteonderzoek de belangrijk- ste beleidsprioriteiten voor het wonen zouden moeten zijn. Politieke voorkeuren en overtuigingen zullen in zo'n debat de interpretatie van de uitkomsten beinvloeden en leiden tot verschillende keuzes voor de toekomst. De raad kan op zo'n moment aange- ven aan welke thema's rond wonen meer aandacht uit moet gaan en welke thema's met minder aandacht af kunnen.
  • Zorg als college in samenspraak met de raad dat er voor de middellange en lange termijn een duidelijke visie is op de locatie voor de toekomstige woningbouw. Het voorbereiden van een nieuw bouwplan duurt al snel vijf jaar en de gemeente moet daar dus tijdig mee beginnen.
  • Geef als raad bij de vaststelling van de woonvisie expliciet aan op welke manier de raad geinformeerd moet worden over de uitvoering ervan. Dat kan, bijvoorbeeld, in de vorm van een jaarlijkse raadsinformatiebrief 'wonen', waarin per beleidspunt wordt aangegeven wat er is gedaan en hoe de actuele stand van zaken op de woningmarkt is.

Controlerende rol

  • Stuur bij als de ontwikkelingen op de markt daar tussentijds aanleidíng voor geven. Geef met het oog hierop niet alleen informatie over welke acties zijn uitgevoerd, maar beschrijf ook wat er met die acties bereikt is. Betrek hierbij ook externe partijen met kennis van de lokale woningmarkt, zoals makelaars en de corporatie.

Monitoring

  • Zorg in de beleidsverantwoording voor periodieke monitoring in het licht van de ontwikkelingen op de woningmarkt. Houd, bijvoorbeeld, een vinger aan de pols bij slaag- kansen en wachttijden in de huursector en bij de prijsontwikkelingen in de koopsector.
  • Zorg als college dat in de uitvoering van de concrete projecten en de periodieke monitoring die daar plaatsvindt ingebouwd is dat rekening gehouden wordt met het actuele woonbeleid. Bouwprojecten zijn vaak de meest concrete vorm van uitvoering van het woonbeleid en tegelijkertijd is het al snel zo dat bij het voorbereiden van bouwprojecten er andere thema's zijn (ruimtelijke ordening, grondexploitatie) die meer aandacht krijgen dan het woonaspect.

Evaluatie/onderzoek

  • Maak als college een start met het onderzoek naar vertrekmotieven van jongeren. Het thema 'huisvestingsmogelijkheden voor jongeren' wordt breed belangrijk gevonden en dit is een concrete manier om hier uitvoering aan te geven.

Informatievoorziening sturing

-

Informatievoorziening kaderstelling

-

Informatievoorziening controle

  • Zorg dat in de informatie over bouwprojecten aan de raad duidelijk wordt wat het betreffende project bijdraagt aan de prioriteiten van het woonbeleid.
  • Geef als raad bij de vaststelling van de woonvisie expliciet aan op welke manier de raad geinformeerd moet worden over de uitvoering ervan. Dat kan, bijvoorbeeld, in de vorm van een jaarlijkse raadsinformatiebrief 'wonen', waarin per beleidspunt wordt aangegeven wat er is gedaan en hoe de actuele stand van zaken op de woningmarkt is.

Organisatie uitvoering Woonbeleid

  • Vertaal als college de beleidsprioriteiten in een uitvoeringsprogramma waarin alle thema's die benoemd zijn voldoende aandacht krijgen. ln het huidige uitvoeringsprogramma mist één van de thema's; een volgend uitvoeringsprogramma zou uitvoering moeten geven aan alle prioriteiten die in het woonbeleid gesteld zijn.
  • Zorg als college in samenspraak met de raad dat er voor de middellange en lange termijn een duidelijke visie is op de locatie voor de toekomstige woningbouw. Het voorbereiden van een nieuw bouwplan duurt al snel vijf jaar en de gemeente moet daar dus tijdig mee beginnen.

Uitvoering Woonbeleid

  • Zorg als college dat in de uitvoering van de concrete projecten en de periodieke monitoring die daar plaatsvindt ingebouwd is dat rekening gehouden wordt met het actuele woonbeleid. Bouwprojecten zijn vaak de meest concrete vorm van uitvoering van het woonbeleid en tegelijkertijd is het al snel zo dat bij het voorbereiden van bouwprojecten er andere thema's zijn (ruimtelijke ordening, grondexploitatie) die meer aandacht krijgen dan het woonaspect.

Prestatieafspraken

-

Samenwerking

  • Ga als college en ambtelijke organisatie door op de ingeslagen lijn van intensievere samenwerking met partners en blijf die ook na vaststelling van de woonvisie actief betrekken.
  • Ga als college het gesprek aan met de provincie, onder andere op basis van het onderzoek naar verhuismotieven van jongeren, over toekomstige uitbreidingsmogelijkheden.

Nieuwbouw

  • Zorg als college in samenspraak met de raad dat er voor de middellange en lange termijn een duidelijke visie is op de locatie voor de toekomstige woningbouw. Het voorbereiden van een nieuw bouwplan duurt al snel vijf jaar en de gemeente moet daar dus tijdig mee beginnen.

Bestaande bouw

-

Sociale huurwoningen

-

Sociale koopwoningen

-

Koopwoningen

-

Aansluiting vraag en aanbod

-

Doelgroepen

  • Maak als college een start met het onderzoek naar vertrekmotieven van jongeren. Het thema 'huisvestingsmogelijkheden voor jongeren' wordt breed belangrijk gevonden en dit is een concrete manier om hier uitvoering aan te geven.
  • Ga als college het gesprek aan met de provincie, onder andere op basis van het onderzoek naar verhuismotieven van jongeren, over toekomstige uitbreidingsmogelijkheden.

Kwantiteit woningvoorraad

  • Ga als college het gesprek aan met de provincie, onder andere op basis van het onder-zoek naar verhuismotieven van jongeren, over toekomstige uitbreidingsmogelijkheden.

Kwaliteit woningvoorraad

-

Woonruimteverdeling

-

Doorstroming

-

Prestaties Woonbeleid

  • Stuur bij als de ontwikkelingen op de markt daar tussentijds aanleidíng voor geven. Geef met het oog hierop niet alleen informatie over welke acties zijn uitgevoerd, maar beschrijf ook wat er met die acties bereikt is. Betrek hierbij ook externe partijen met kennis van de lokale woningmarkt, zoals makelaars en de corporatie.

Resultaat Woonbeleid

  • Stuur bij als de ontwikkelingen op de markt daar tussentijds aanleidíng voor geven. Geef met het oog hierop niet alleen informatie over welke acties zijn uitgevoerd, maar beschrijf ook wat er met die acties bereikt is. Betrek hierbij ook externe partijen met kennis van de lokale woningmarkt, zoals makelaars en de corporatie.
  • Zorg dat in de informatie over bouwprojecten aan de raad duidelijk wordt wat het betreffende project bijdraagt aan de prioriteiten van het woonbeleid.

Effectiviteit Woonbeleid

-

Efficiëntie Woonbeleid

-

Handleiding

Bovenaan iedere pagina in dit metadossier vind je de hoofdonderwerpen uit de rapporten. Bij de hoofdonderwerpen Onderzoeksopzet en Uitkomsten hebben we (onder de paginatitel) ook de mogelijkheid gemaakt om te switchen tussen onderdelen. In Onderzoeksopzet kun je switchen tussen Hoofdvragen, Normen en Onderzoeksvragen, in Uitkomsten tussen Onderzoeksvragen, Conclusies en Aanbevelingen.

Op iedere pagina kun je met de groene knop Exporteer als CSV de informatie die daar getoond wordt exporteren naar je eigen computer. De blauwe knop Rekenkamers openen zorgt er voor dat alle gemeentes op deze pagina opengeklapt worden.

In de linker kolom van iedere pagina vind je filters. Je kunt de informatie filteren op Onderwerpen en op Rekenkamers (gemeentes). Het derde filter is Inwonersaantal: hiermee kun je gemeentes selecteren die vergelijkbaar zijn met 'jouw' gemeente.

Het filter Onderwerpen is bij iedere hoofdpagina anders, omdat de onderzochte onderwerpen natuurlijk verschillen per hoofdpagina.

Als je één van de filters onder Rekenkamers of Inwonersaantal hebt geselecteerd, blijft deze aan staan, ook als je naar een andere hoofdpagina gaat. Als je bijvoorbeeld het filter '20.000 tot 50.000' inwoners hebt aangeklikt plus het filter 'Amsterdam' zie je in de resultaten steeds alle gemeentes met een inwonersaantal tussen de 20.000 en 50.000 *plus* Amsterdam.